Beschouwelijke toon na een stuiterend begin

De vier mannen van The Red Hot Chili Peppers zijn de ijdelste rockmuzikanten van het moment. Want bij welke andere rockgroep kleden de leden zich om tijdens een optreden? Ze wisselden van een blauw broekpak in een skatebroek (Anthony Kiedis), en van een rode garderobe in een zwarte (John Frusciante). Bassist Flea, die zich doorgaans het mooist voelt in zijn eigen blote huid, hield gisteravond zijn broek aan, en die was glimmend turkoois, wat weer goed paste bij zijn fluorescerend roze haar.

De presentatie zou een teken kunnen zijn van hun hervonden levenslust. The Red Hot Chili Peppers zijn na een lange periode van persoonlijke en muzikale malaise eindelijk weer in vorm. De grondleggers van de `cross-over'-muziek (toen een benaming voor de kruising van funk en rock) hebben na mislukte avonturen met andere gitaristen hun stergitarist John Frusciante terug, en maakten samen meteen de beste cd in hun 15-jarige bestaan, het deze zomer verschenen Californication.

De term `cross-over' is inmiddels toegeëigend door adrenaline-groepen als Korn en Rage Against The Machine, en daar heeft de muziek van The Red Hot Chili Peppers gelukkig niets mee te maken. Op Californication staat een aantal nummers met opgewonden uitbarstingen, maar de meeste liedjes klinken ontspannen, op de beschouwelijke toon die mensen met hun levenservaring past.

Maar de Peppers weten ook wel dat de liefhebers naar hun concerten komen om te stuiteren. Gisteravond in de Haagse Statenhal zetten ze hoog in met als opener een vurig Around The World, meteen gevolgd door hun grootste hit, Give It Away. Met een relatief kleine bezetting van bas, gitaar en drums slaagden ze er in de muziek vol en verend te laten klinken. Flea ranselt zijn bas tot die kermend de vreemdste - metalige, reutelende - klanken prijsgeeft. En Anthony Kiedis, nu met wit bloempotkapsel, heeft nog altijd de rappe tong en de onbetrouwbare charme van de man die op de markt de nieuwste groentensnijder aanprijst.

Toch zakte het optreden na een aantal nummers in, toen er wat vruchteloze tussenstukjes werden gespeeld (een scheldkannonade van Flea, een onduidelijk stukje John Frusciante). Het hielp ook niet dat de groep erbij stond alsof ze aan het repeteren was: met onderonsjes, en zonder contact met de zaal. Aan het enthousiaste publiek kon het niet liggen, maar misschien wel aan de ruimte zelf. Die was schandalig: een kale doos met slechts aan een zijde een ontoereikend aantal geluidsboxen. Arme Peppers, zijn ze eindelijk hun verslavingen de baas, maken ze een geweldige cd, en waar brengt het ze? In de beroerdste zaal van het land.

Concert: Red Hot Chili Peppers. Gehoord: 10/11 Statenhal, Den Haag.

    • Hester Carvalho