Bedrijfsleven wordt nieuwe arena voor GroenLinks

GroenLinks wil zich gaan manifesteren op vergaderingen van aandeelhouders. Politiek Den Haag boet aan macht in, het bedrijfsleven is de nieuwe arena. Op zoek naar coalities, maar nu financieel-politiek.

Het zijn weer tijden om aandeelhouder te zijn. GroenLinks wil een eigen aandelenbeleggingsfonds opzetten. Niet om het rendement, zoals professionele en particuliere beleggers dat zoeken, maar om de daden van het bedrijfsleven kritisch te volgen.

GroenLinks zoekt het debat in de arena waar de managers verantwoording moeten afleggen: de aandeelhoudersvergadering. Als je de wereld wilt veranderen, moet je de macht opzoeken waar die is – of dat nu het parlement is, of, in steeds sterkere mate, het bedrijfsleven. Het is een onconventioneel idee dat je niet aantreft in de recente bundel Hedendaags kapitalisme van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.

Voor GroenLinks is een aandeel in elk beursgenoteerd bedrijf genoeg om toegang te krijgen. Dat kost, als de heel dure aandelen van een paar kleine bedrijven gemeden worden, zo'n 11.500 gulden.

De jaarlijkse bijeenkomsten van aandeelhouders, die zijn samengeperst in de maanden april, mei en juni, kunnen dankzij de inspanningen van GroenLinks nog levendiger worden. En daarvoor hoeft de partij maar een beetje haar best te doen. Doorgaans overheersen op aandeelhoudersvergaderingen formaliteiten, met ellenlange betogen vanachter de bestuurstafel over het jaar dat dan soms al zes maanden achter iedereen ligt, en met een harde kern van vaste bezoekers, van wie enkelen de topmanagers in langdradigheid proberen te overtreffen.

De afgelopen jaren is er, vooral dankzij de inzet van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) die vrijwel elke vergadering bezoekt, wel het nodige verbeterd. Betere vragen, zakelijker discussie. De VEB heeft zestien vergaderingbezoekers, zoekt er nog vijf en zij `doen' samen zo'n 150 bijeenkomsten.

Bij middelgrote en kleinere bedrijven staat beleggingsfonds Orange Fund zijn mannetje. Sinds enkele jaren is ook de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling actief, waarin onder meer enkele ethische beleggingsfondsen en Natuurmonumenten zijn vertegenwoordigd. En sinds twee jaar neemt bovendien een aantal grote pensioenfondsen de moeite om hun zegje te doen, al missen hun sprekers over het algemeen het heilig vuur van de meer gedreven VEB-vertegenwoordigers.

De animo is mede aangewakkerd door het rapport waarin de commissie-Peters beleggers drie jaar geleden opriep hun (beperkte) zeggenschapsrechten te gebruiken om meer invloed te krijgen. In de commissie-Peters zaten, naar goed Hollands gebruik, de meest betrokken partijen: beleggers, managers en experts.

De inzet van GroenLinks zal anders worden. De partij wil maatschappelijke onderwerpen op de bedrijfsagenda's krijgen. Vragen stellen over heikele zaken, zoals milieubeleid, genetisch gemanipuleerd voedsel of de bedrijfspolitiek tegenover kinderarbeid.

Hoe zullen de topmanagers en de commissarissen die hen moeten controleren reageren op de politisering van `hun' vergadering? Voor sommigen is de roep om meer zeggenschap eigenlijk al een brug te ver. Het is een aantasting van de norm dat zij uiteindelijk beslissen wat het beste is voor alle belanghebbenden bij een onderneming, van de werknemers tot en met de kapitaalverschaffers.

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft, ten opzichte van de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk, weinig ervaring met actiegroepen en politici op aandeelhoudersvergaderingen. Bij Shell is het wel vaste prik (Nigeria, Brent Spar, vroeger Zuid-Afrika), en ook bedrijven als Ahold (Amerikaans vakbondsconflict), ABN Amro (financiering van milieuvervuilende mijnbouw) en Unilever (gemodificeerd voedsel) zijn ermee geconfronteerd. In de (door ouderen gedomineerde) zaal mogen politieke pleidooien doorgaans op felle afkeuring rekenen.

Z'n kracht hoeft GroenLinks niet te zoeken in de macht van het getal (aantal eigen aandelen), maar in de keuzes (voor kritiek gevoelige bedrijven) en de kameraden. De helft van de besturen van de machtige pensioenfondsen bestaat uit vertegenwoordigers van de vakbeweging. De fondsen zijn, met hun 850 miljard gulden belegd vermogen, samen de grootste aandeelhouder in het bedrijfsleven.

En langzamerhand komt hun beleggingsbeleid in de schijnwerper te staan, ook bij de bonden zelf. De vakcentrale CNV lanceerde twee maanden geleden een beleggingscode voor pensioenfondsen: niet alleen goed rendement halen, maar ook rekening houden met mens en milieu. Pensioengiganten ABP (overheid en onderwijs) en PGGM (zorg en welzijn) hebben elk eigen codes.

Het idee van GroenLinks is extra goed getimed door de veranderingen die op stapel staan voor de organisatie van aandeelhoudersvergaderingen. Beleggers kunnen straks zelf punten op de vergaderagenda's zetten, mits voorzien van voldoende steun uit eigen kring. En zij kunnen voor het eerst bij elkaar lobbyen om steun voor agendavoorstellen. En dat is typisch politiek handwerk.

    • Menno Tamminga