Bamboefluiten die piepen, ruisen en brommen

Hans van Koolwijk is al bijna twintig jaar met klank bezig. Hij ontlokt geluid aan zelfgebouwde fluiten in allerlei soorten en maten. Op zijn eerste cd is een gecompliceerd bamboe-instrument te horen, dat bestaat uit 97 onderdelen en dat kan jodelen, zuchten en hysterisch gillen. ,,Ik heb een ander klankideaal dan reguliere instrumentbouwers,''zegt Van Koolwijk.

In een hoek van het met stofzuigerslangen, stukken bamboe en zaagmachines volgestouwde atelier staan de mat glanzende onderdelen van een enorme fluit. Aan elkaar geschroefd vormen ze een bijna dertien meter hoge schacht waar gemakkelijk een volwassene inpast. En dat is ook de bedoeling. Het lichaam van de bespeler van de `Oorsprong', zoals het instrument heet, zorgt door middel van bewegingen voor variaties in toon die ontstaat als lucht onder druk door de schacht wordt geleid. ,,Maar het menselijk lichaam is er eigenlijk te week voor'', zegt Hans Koolwijk, bouwer van de reuzenfluit. ,,De lage toon van zeven Hertz die binnen de fluit heerst zou misselijkheid veroorzaken om nog maar niet te spreken over het geluidsvolume van 140dB.''

Hans van Koolwijk (Bergen op Zoom, 1952) is componist, muzikant, instrumentenbouwer, geluidsarchitect en beeldend kunstenaar in één. Al bijna twintig jaar is hij bezig met klank en klankverandering en in het bijzonder met alternatieve manieren om geluid te ontlokken aan fluiten van alle soorten en maten. Zijn klanksculpturen en `geluidmachines' zijn te zien en horen in musea en op kunstmanifestaties in binnen- en buitenland. Onlangs werd zijn eerste cd, Bambuso Sonoro, uitgebracht.

Bambuso Sonoro, oftewel `klankrijk bamboe', is ook de naam van het door Van Koolwijk uitgevonden instrument dat op de cd te beluisteren is. De constructie bestaat uit 97 rechtop staande en liggende bamboefluiten variërend in lengte van 20 centimeter tot 7 meter. Via pedalen wordt lucht uit een elektrische windmachine naar vier windkasten in een speeltafel geleid waar één enkele bespeler door middel van het openen en sluiten van schuiven de luchttoevoer naar de fluiten regelt. Vier membranen en 24 kleppen maken het mogelijk afzonderlijke tonen te onderbreken en het totaalgeluid te veranderen. Het scala aan geluiden dat deze machine voortbrengt varieert van hels gejodel, hysterische gilletjes en sonore bastonen tot lieflijk geruis, vermoeide zuchten en de lokroep van een koekoek op een zwoele zomeravond.

,,Ik wilde het menselijke aspect van het fluitblazen in een machine stoppen'', zo motiveert Van Koolwijk zijn uitvinding. ,,Al begin jaren negentig bestond er een prototype en dat is over de jaren steeds verder ontwikkeld. Gaandeweg heb ik andere manieren gevonden om er geluiden mee voort te brengen. Door bijvoorbeeld met een hengel loodjes heen en weer te laten gaan in een fluit kan ik de toon laten glissanderen en met kleppen op de speeltafel kan ik de toon onderbreken. Het is een eindeloze zoektocht naar verrassende klanken. Dat vind ik veel interessanter dan de ontwikkeling van een muzikaal thema.''

Die nieuwsgierigheid naar onconventionele geluiden stak al vroeg de kop op. Als zestienjarige stemde Van Koolwijk zijn goedkope piano een halve toon lager en draaide hij net zo lang aan de knop van zijn radio tot er een verrassend nieuwe toon uit de versterker kwam. Een radioprogramma over niet-Westerse muziek zette hem op het spoor van Indiase raga's, fluitmuziek uit Nieuw-Guinea en Japanse Shakuhaci. Sinds een aantal studiereizen naar de binnenlanden van Nieuw-Guinea is Van Koolwijk volledig in de ban geraakt van de expressiemogelijkheden van bamboe fluiten.

,,Ik heb een ander klankideaal en hanteer een andere definitie van klank dan de reguliere instrumentbouwers'', stelt de kunstenaar. ,,Zij werken met toonhoogtes en gestemde instrumenten, voor mij geldt alleen het verrassende geluid. De kern van de zaak is dat ik werk met een ander kwaliteitsbegrip. Algemeen geldt dat hoge kwaliteit gekenmerkt wordt door veel rendement, dus een zo rond en zuiver mogelijke toon, voor zo weinig mogelijk energie. Maar ik ben juist geïnteresseerd in het gepiep, geruis en gebrom dat het gevolg is van ineffectief energiegebruik.''

Van Koolwijks alternatieve definitie van klank impliceert een alternatieve klankbeleving. ,,Klank is materie'', is zijn als een mantra herhaalde motto. ,,Luisteren moet een fysieke ervaring zijn.'' Het fysieke karakter van zijn werk is misschien wel het duidelijks in de Oorsprong, waar de bespeler wordt ondergedompeld in een klankstroom. Maar ook zijn Glissando Machine, een door een blaasbalg aangeblazen serie fluiten die een snerpende toonglijbaan voortbrengt, werkt direct op het lichaam. Het straaljagergeluid is zo indringend dat het bijna misselijkmakend is. ,,Ik wil de luisteraar attaqueren, hem provoceren'', zegt de toononderzoeker, om er meteen aan toe te voegen: ,,Maar de meeste van mijn installaties zijn een stuk subtieler, hoor. Het is mij bovenal te doen om die milde sensatie die een nieuw opmerkelijk geluid teweeg kan brengen.''

Om zijn ideeën omtrent materiële klank verder te illustreren, toont de klankarchitect een afbeelding van zijn Tuutschaal, een installatie waarvan overwogen wordt hem permanent op te stellen in het nieuwe pand van muziekcentrum De Ijsbreker. Het is een elipsoïde klankschaal die een geluid – `dat kan het geruis van de zee, een fluitje of een gefluisterd gedicht van Jan Wolkers zijn' – weerkaatst van het brandpunt in de schaal naar het tweede brandpunt in de publieke ruimte. ,,Alleen op dat ene punt kan het geluid gevoeld worden. Als je langs dat punt loopt word je gegrepen door dat kleine bolletje geluid. Zo is klank echt materie met een vaste, aan te wijzen locatie. Het is bijna tastbaar.''

Hans van Koolwijk: Bambuso Sonoro (Pan Records, PAN9901CD).

    • Edo Dijksterhuis