Atjeh neemt heft in eigen hand

Jonge intellectuelen en revolutionaire oudgedienden hebben bezit genomen van de volksmacht in Atjeh. `We willen nooit meer bedrogen worden.'

Atjeh verkeert in een milde staat van anarchie. Drie dagen na de Rapat Akbar, de grote volksvergadering waar honderdduizenden Atjehers van de Indonesische regering een referendum eisten over de status van hun provincie, lijkt alles weer normaal in de hoofdstad Banda Atjeh. De demonstranten zijn huiswaarts gekeerd en de Chinese winkeliers hebben hun nerinkjes heropend. Maar er is iets veranderd.

De politie blijft angstvallig binnen de muren van haar burelen. Op drukke kruispunten wordt het verkeer geregeld door studenten. In de straatjes van Banda Atjeh wemelt het van de brommers en motoren, maar geen enkele berijder draagt sinds maandag meer een helm. ,,Dat moet weliswaar van de overheid'', zegt een Atjeher, ,,maar het mag niet van de Beweging Vrij Atjeh (GAM). Jonge GAM-aanhangers houden je aan als je een helm draagt en smijten hem op straat kapot.'' Waarom? ,,Helmen doen denken aan de uitmonstering van het `apparaat' en je kunt niet tegelijk een kopiah (islamitisch hoofddeksel) en een helm dragen op weg naar de moskee.''

Het provinciebestuur is door de jongste volksoplopen volledig in het defensief gedrongen. Ten overstaan van de massa's voor de Baturrahman-moskee tekende de voorzitter van het streekparlement, Muhammad Yus, maandag de petitie die van Jakarta een volksraadpleging eist. De enige die op het appèl ontbrak, was gouverneur Syamsuddin Mahmud. Die was maandag voor spoedberaad in Jakarta. Hij kwam gisteren terug en vanavond zal ook hij de petitie tekenen.

In het gouverneurskantoor heerst dezelfde milde vorm van anarchie. Ambtenaren schamperen openlijk over het zwichten van Mahmud. ,,Beter laat dan nooit'', zegt een zwaar besnorde commies, ,,maar hij had maandag het lef moeten hebben om de massa toe te spreken.''

Alle ambtenaren van Mahmud hebben meegedaan aan de Rapat Akbar, zeggen ze. In hun rebelse enthousiasme roepen ze dat er maar één uiTIomst van het referendum denkbaar is: merdeka (onafhankelijk). ,,Atjeh wil nooit meer bedrogen worden'', zegt een diensthoofd met stemverheffing.

Atjeh is stuurloos en in dit machtsvacuüm ligt het initiatief bij diegenen die weten wat ze willen: de jonge intellectuelen en studenten die de campagne voor een referendum leiden en de revolutionaire oudgedienden van de GAM.

In zijn bescheiden woning in de wijk Kampung Keramat geniet Muhammad Nazar (26) van de jongste zeges. Nazar is voorzitter van de Stuurgroep voor een Referendum in Atjeh (SIRA), een koepel van 104 studentenbonden, scholierenverenigingen en actiegroepen voor sociale doelen. De jonge doctorandus in de Arabische letterkunde vertelt hoe de SIRA-campagne begin dit jaar klein, met inderhaast gekalkte grafitti, begonen via in desa's en regentschappen uitgedeelde vlugschriften, brochures en stickers uitgroeide tot een massabeweging.

Nazar: ,,Het denkbeeld van een referendum komt van ons, jonge intellectuelen in Banda Atjeh, maar is overgenomen door het volk. Het geheim van ons succes is de bittere ervaring die alle Atjehers delen: de moordpartijen, ontvoeringen en verkrachtingen door het Indonesische leger in de 10 jaar (1989-1999, red.) dat Atjeh militair operatieterrein was''. Nazar gaat verder: ,,Toen die operatie begin dit jaar werd afgeblazen, hebben wij, Atjehers, aan Jakarta gevraagd om bestraffing van de militairen die onze mensenrechten schonden en onmiddellijke verlening van bijzondere autonomie aan Atjeh. Dat is niet gebeurd en toen grepen we naar een nieuw middel: het referendum.'' SIRA eist voor Atjeh hetzelfde recht op als Oost-Timor, een volksraadpleging met twee opties: in of uit de republiek Indonesië.

In Jakarta zetelen intussen een nieuwe president, Abdurrahman Wahid — alias Gus Dur — en een nieuw kabinet. Gus Dur nam na zijn aantreden de kwestie-Atjeh zelf ter hand. Hij benoemde een Atjehse activist, Hasballah M. Saad, tot minister van Mensenrechten en gaf de nieuwe bevelhebber van de strijdkrachten, admiraal Widodo, opdracht om de officieren die zich in Atjeh hebben misdragen te straffen. Wahid stemt in beginsel in met een referendum en zei gisteren dat hij Atjeh de keus wil geven tussen drie opties: totale autonomie, een provincie met een speciale status en een herverdeling van Atjeh's aardgasbaten tussen de centrale en de provinciale overheid: 25% voor Jakarta en 75% voor Atjeh. De ratio is nu 95:5.

Nazar wijst dit bod zonder omhaal van de hand: ,,Eén van de opties moet onafhankelijkheid zijn, daar gaan we niet over onderhandelen.''

SIRA is niet de enige speler op het roerige toneel van Atjeh. Aan een monument in het centrum van Banda Atjeh wapperen sinds maandag twee vlaggen: een witte met in blauwe letters `Referendum' en — in top — de rode banier met halve maan en sterren van de Beweging Vrij Atjeh (GAM).

De GAM is een koppig restant van de oorlog tussen Atjeh en Nederland (1873-1903). De beweging is opgericht door Hasan di Tiro, naar eigen zeggen een nazaat in de vrouwelijke lijn van Cik di Tiro, een religieuze leider en verzetsstrijder in de Atjeh-oorlog. Hasan beschouwt de Indonesische staat als een ,,Javaanse voortzetting van het Nederlandse koloniale gezag''. Op 4 december 1976 proclameerde hij in de bossen van het noordelijke regentschap Pidie een onafhankelijke, islamitische republiek en riep zichzelf uit tot wali neugara. Dat betekent zoveel als staatshoofd en is geen traditionele Atjehse titel. Di Tiro werd opgejaagd door het Indonesische leger en nam in 1977 de wijk naar Zweden.

Het guerrilla-legertje van de GAM, deels getraind in Libië en bewapend door sympathisanten in Maleisië, wist zich te handhaven in het bergachtige achterland van Pidie en Noord-Atjeh. In de loop der jaren werden de GAM-gelederen versterkt door lieden van allerlei slag, van marihuana-verbouwers tot landloze boerenzoons. De harde kern bestaat uit leden van de Di Tiro-clan en fanatieke teungku, religieuze notabelen die van Atjeh een islamitische staat willen maken.

De aanvankelijk passieve – en maar al te vaak onder druk verleende – steun van dorpsbewoners werd in de jaren negentig actieve bijstand toen het Indonesische leger de oorlog verklaarde aan de GAM, en burgers die het verdacht van sympathieën voor de guerrilla ontvoerde en vermoordde. Geleidelijk werd het toekomstperspectief dat de GAM-fanatici schilderden aantrekkelijker dan de bestaande verhoudingen en kreeg de GAM het tij mee.

De huidige commandant te velde van het GAM-legertje is Teungku Abdullah Syafei, een charismatische Atjeher uit Pidie. Deze week achtte hij de tijd rijp om op de rijdende trein te springen. Tijdens een persconferentie in zijn hoofdkwartier, in de bergen boven het stadje Sigli, sprak hij zijn steun uit voor de referendum-campagne. ,,Het zwaartepunt van onze strijd is intussen verschoven van gewapend verzet naar andere terreinen: politiek, rechtspraak en economie''.

Desgevraagd ontkent Muhammad Nazar met klem dat SIRA onder één hoedje speelt met de GAM: ,,Er zijn geen structurele of organisatorische banden. SIRA bewandelt de vreedzame, democratische weg en GAM vecht met de wapens. Er is alleen een stilzwijgende overeenkomst om elkaars acties niet te hinderen. Het is trouwens voor het eerst dat GAM steun betuigt aan onze campagne.''

In het huidige machtsvacuüm lijkt Atjeh af te stevenen op een breuk met dezelfde republiek die het in 1945, aan het begin van de revolutie tegen het Nederlandse gezag, spontaan omarmde. De jonge intelligentsia kiest voor een democratische marsroute, die van het referendum, maar is overtuigd van de uitkomst. GAM heeft in een aantal minder toegankelijke streken de facto de macht overgenomen door districts- en dorpshoofden onder dreiging met geweld te pressen hun kantoren te sluiten. Zo legt ze, via een claim op grondgebied, een hypotheek op Atjeh's toekomst. SIRA eist op haar beurt dat de GAM mag meepraten over die toekomst.

Niet alleen de marsroutes, maar ook het tijdschema van GAM en SIRA zijn verschillend. Een anonieme GAM-woordvoerder in Zweden zei deze week tegen de Sumatraanse krant Waspada dat Hassan di Tiro op 4 december, de 23ste verjaardag van zijn proclamatie, zijn intocht wil maken in Banda Atjeh. Hij vergeleek dit plan met de terugkeer van Ayatollah Khomeiny in Teheran, na de islamitische revolutie van 1979.

Nazar doet het wat kalmer aan: ,,Binnen enkele weken moet Jakarta een beslissing nemen. Gus Dur is een democraat en zal willen onderhandelen over een referendum. Dat moet vóór het einde van 2000 plaatsvinden, bij voorkeur onder auspiciën van de Verenigde Naties. Ontzegt Jakarta ons de keuze `in of uit de republiek', dan neemt ook SIRA de wapens op.''

    • Dirk Vlasblom