Armoede neemt af onder oudere alleenstaanden

De armoede in Nederland is de laatste twee jaar afgenomen. Vooral bij alleenstaande AOW'ers is dit het geval. Zij profiteren het meest van het gevoerde inkomensbeleid.

Dat blijkt uit de vandaag gepubliceerde Armoedemonitor 1999, een gezamenlijk rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Volgens ramingen van het SCP zal het aantal lage inkomens in 1998 en 1999 met ongeveer 130.000 huishoudens afnemen. Deze daling komt voor driekwart tot stand bij 65-plussers, met name bij de alleenstaanden onder hen. Zij hebben baat gehad bij de hogere ouderenaftrek, die in 1997 werd ingevoerd en vorig jaar is verhoogd. Het aandeel lage inkomens in de groep 65-plussers daalt naar verwachting van 20 naar 13 procent.

Vooral in 1998 is de koopkracht van uitkeringsgerechtigden verbeterd. De koopkracht van mensen met een AOW-uitkering komt iets boven het niveau van 1990 uit, de bijstandsuitkeringen blijven daar net onder.

Tot 1997 is de armoede niet verminderd, ondanks de groei van de economie sinds 1994. In de jaren 1990 tot 1997 was het armoedepercentage stabiel. In 1997 had 16 procent van de huishoudens een laag inkomen (983.000 huishoudens, 1,9 miljoen personen). Daarvan hadden 665.000 huishoudens, 1,3 miljoen personen, een minimuminkomen.

Voor een alleenstaande tot 65 jaar was het minimuminkomen in 1997 een jaarinkomen van 16.700 gulden. De vaste lasten zijn in deze periode flink gestegen, van 40 procent in 1990 tot 47 procent in 1996. Dit werd vooral veroorzaakt door huurstijgingen.

In de Armoedemonitor wordt gesproken van de `feminisering van de armoede'. In 1977 had 35 procent van de arme huishoudens een vrouwelijke kostwinner. In 1989 was dit 52 procent, in 1997 56 procent.

Gezinnen met een mannelijke kostwinner hebben tussen 1989 en 1997 meer geprofiteerd van de economische groei, terwijl het aantal alleenstaande vrouwen in deze periode is toegenomen. De toegenomen participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt heeft deze `feminisering van de armoede' niet kunnen voorkomen.