Zorgen om wietgebruik van jongeren

Het legaliseren van de wietteelt zal ertoe leiden dat steeds meer jongeren met softdrugs gaan experimenteren. Bovendien wordt Nederland dan een ,,legaal productieland van hennep''.

Dat schrijft districtschef M.Daniel van het politiekorps in Arnhem in een brief aan burgemeester P. Scholten. Deze had Daniel gevraagd aan te geven waarom de korpsleiding tegen het legaliseren van de wietteelt is. De districtschef had vorige maand negatief gereageerd op een dergelijk plan van een aantal burgemeesters. Scholten zelf is fel tegenstander van legalisering. Een belangrijk nadeel is volgens Daniel ,,het voordeel dat de georganiseerde criminaliteit hierbij heeft''. Die is namelijk ,,verantwoordelijk voor de import van de softdrugs en de export''. ,,De georganiseerde criminaliteit heeft in Arnhem grotendeels de handel in softdrugs in handen en bieden faciliteiten voor de kweek.''

Daniel constateert, zo schrijft hij aan Scholten, ,,een toename van het aantal experimentele jeugdige softdrugsgebruikers'', een beeld dat volgens hem door het Gelders Centrum voor Verslavingszorg (GCV) wordt bevestigd. Daniel was niet voor commentaar bereikbaar. Een woordvoerder van het politiekorps laat weten dat het gaat om kinderen in de hoogste groepen van de basisscholen. Legalisering van de teelt heeft een ,,versterkend effect'' op het gebruik van wiet door jonge kinderen, meent de districtschef.

Verder vindt Daniel het een ,,zorgwekkende ontwikkeling'' dat de kwaliteit van de softdrugs ,,dermate goed is geworden'' dat de verslavende werking is toegenomen. ,,Hierdoor zijn softdrugs en harddrugs dichter bij elkaar gekomen''. Dat laatste is onzin, zegt Regiomanager Verslavingszorg J. den Boer van het GCV. ,,Het is waar dat de kwaliteit is verbeterd. Maar iedereen weet dat de uitwerking van softdrugs heel anders is dan de uitwerking van harddrugs. Een softdrugsgebruiker hoeft bijvoorbeeld niet te scoren.''

Er zullen ook geen gebruikers van de – betere – softdrugs sneller overstappen op harddrugs dan voorheen, aldus Den Boer.

Volgens hem is er onder de Arnhemse jeugd van tien tot twaalf jaar in het geheel geen sprake van een verslavingsprobleem. ,,Onze veldwerkers zien op de hangplekken kinderen van tien en elf jaar experimenteren met een stickie, waar dat vroeger gebeurde door de jeugd van dertien, veertien jaar. Maar er zitten echt geen kinderen stoned in de klassen.''