Yup, hoer en samoerai

Mifune's Last Song brengt een aantal types samen die wel vaker in films voorkomen: de hoer met het gouden hart, de ambitieuze yup, de achterlijke broer en de opstandige tiener. Ditmaal is hoer de zus van de opstandige tiener en de achterlijke broer hoort bij de yup. In deze Deense film komen ze allemaal terecht in een vervallen boerderij op een ver van Kopenhagen gelegen eiland. Op de boerderij moeten de twee verhaallijnen uitmonden in een liefdesgeschiedenis en dat doen ze ook. Aan het eind van het liedje is de hoer geen hoer meer en de yup geen yup. Regisseur S⊘ren Kragh-Jacobsen, die tot nu toe voornamelijk kinderfilms maakte, is er niet op uit om op het niveau van plot of karakters verrassingen te bereiden. Hij wil het hebben van komische variaties en gevoelige details, van het sterke spel van de acteurs en de aandacht voor enscenering. Mifune won op het festival van Berlijn begin dit jaar de juryprijs en is nu genomineerd voor de Europese filmprijs. De aantrekkelijke acteurs kregen al diverse aanbiedingen uit Amerika.

De titel van de film verwijst naar de beroemde Japanse acteur Toshiro Mifune, die in veel films van Akira Kurosawa speelde. In Seven Samoerai speelt hij een samoerai die zijn boerenafkomst verborgen houdt. Ook de yup uit deze Deense film heeft in de stad zijn afkomst verzwegen. Ondanks deze verwijzing is het eerder Rain Man, waarin Dustin Hofman de autistische broer van Tom Cruise speelt, die bij het kijken boven komt drijven.

Deze Deense verhaspeling van Amerikaanse formulefilms is de derde film die is voortgekomen uit Dogme 95, het manifest dat eerder Festen van Thomas Vintenberg en The Idiots van Lars von Trier opleverde. Kragh-Jacobsen was een van de vier ondertekenaars van dit manifest, dat een zuivering van de film voorstelt door van een aantal technische en narratieve mogelijkheden afstand te doen. Dogme films moeten zich beperken tot handheld camera's, natuurlijk licht en op de set voorkomend geluid. Oppervlakkige actie en genrefilms zijn taboe. Het merkwaardige is dat je aan Mifune niet kunt zien dat het een Dogmefilm is, alsof de regisseur wilde bewijzen dat de strenge regels eigenlijk niets onmogelijk maken. De camera is in Mifune bijvoorbeeld niet op een statief gezet, maar beweegt minder dan in menig nieuwe Hollywoodfilm. Het taboe op achteraf toegevoegde muziek omzeilde de regisseur door op de set af en toe muzikanten te laten spelen. De hele onderneming krijgt door deze ruimhartige uitleg van de regels iets schijnheiligs, al zal de maker daar waarschijnlijk niet wakker van liggen. Dogme is op de eerste plaats een publiciteitsstunt, en deze film van de vrij onbekende Kragh-Jacobsen, heeft nu zeker meer publiciteit gekregen dan als hij niet onder de Dogme vlag was uitgebracht.

Mifune's Last Song is lichter van toon dan Festen en The Idiots, maar de film is eerder plat dan charmant. Kragh-Jacobsen verwacht dat een vrouw die uitbundig klaarkomt door zijn publiek alleen daarom wel als een hysterische trut zal worden gezien en denkt dat een achterlijke broer die `samovar' zegt in plaats van `samoerai' aandoenlijk is. Voor het bedenken van betere grappen nam de regisseur de moeite niet. Ondanks de tijd die het gekost moet hebben om de regels te volgen dan wel te omzeilen, is Mifune's Last Song een luie film.

Mifune's Last Song (Mifune's Sidste Sang). Regie: S⊘ren Kragh-Jacobsen. Met: Anders W. Berthelsen, Iben Hjejle, Jesper Asholt, Sofie Gråb⊘l. In: 13 theaters.

    • Bianca Stigter