Windenergie de dupe op vrije stroommarkt

Op een geliberaliseerde elektriciteitsmarkt komt windenergie niet van de grond en is stadsverwarming gedoemd te verdwijnen, als de overheid geen extra maatregelen neemt voor energiebesparing en daarvoor bijvoorbeeld een nieuwe toezichthouder in het leven roept. Dit zegt de milieukundige S. Slingerland, die vanmiddag zijn proefschrift verdedigde over energiebesparing in de geliberaliseerde elektriciteitssector.

,,Energiebesparing en liberalisering zijn met elkaar te verenigen als de overheid met aanvullende wetgeving komt'', concludeert Slingerland: ,,Dat is een positieve manier om te zeggen dat milieudoelen niet gehaald worden zonder aangepaste, fijn-afgestelde wetgeving.''

De Nederlandse stroomsector wordt geliberaliseerd, waardoor de centrale planning voor de productie en distributie van electriciteit komt te vervallen. De vraag is in hoeverre het met de verwachte daling van de elektriciteitsprijzen mogelijk blijft de productie van `groene stroom' te stimuleren en die van `vuile stroom' te verminderen. Lagere prijzen hebben juist een verhoging van het energiegebruik tot gevolg. Slingerland onderzocht daartoe in Duitsland, Groot-Brittannië en Denemarken de ontwikkeling van windenergie en warmte-krachtkoppeling, waarbij door industrieën opgewekte restwarmte wordt gebruikt om bijvoorbeeld huizen te verwarmen. ,,Liberalisering kan positief uitpakken voor energiebesparing'', meent Slingerland. ,,In Nederland is de splitsing van distributie- en productiebedrijven een belangrijke stimulans geweest voor decentrale opwekking van elektriciteit. En daarmee voor warmtekrachtkoppeling: kleinschalig, bij bijvoorbeeld tuinbouwkassen, en wat omvangrijker bij industrieën. Maar bij stadsverwarming gaat het om zulke kostbare projecten dat marktpartijen niet geïnteresseerd zullen zijn in deze vorm van energiebesparing. Overheidssubsidies zijn noodzakelijk.''

Slingerland ziet het ook somber in voor windenergie. In 2001 moet 3 procent van de Nederlandse stroom komen van windmolens. ,,Dat is zo'n 1000 megawatt. Nu zitten we op 350 megawatt en komt daar jaarlijks 50 megawatt bij'', zegt Slingerland.

Nederland moet een voorbeeld nemen aan Duitsland en Denemarken, vindt Slingerland. ,,In die landen wordt een vaste prijs betaald aan de producenten van windenergie. Dat is aantrekkelijk voor particuliere investeerders en en blijkt goed te werken bij de bouw van windmolens. Het is effectiever dan een hoeveelheid als doel stellen, zoals hier. Uit kostenoogpunt is de Nederlandse methode efficiënter, maar ik vind dat de overheid ten behoeve van het milieu effectiviteit boven efficiency moet stellen.''

Een nieuwe toezichthouder voor de energiebesparing moet zorgen dat ook de milieudoelen worden gehaald. Slingerland: ,,In Engeland werkt dat goed. Die toezichthouder zou dan bijvoorbeeld moeten controleren wat er gebeurt met de heffing voor de energiebesparing. Nu besteden de distributiebedrijven dat geld, maar het lijkt me beter dat niet langer aan de sector zelf over te laten.''

    • Jaco Alberts
    • Karel Berkhout