Wetenschapper en geharnast activist

Met het overlijden van Gerrit Huizer, afgelopen zondag op zeventigjarige leeftijd in zijn woonplaats Doorwerth, is een tijdperk afgesloten waarin kritische wetenschappelijke arbeid en onversneden activisme hand in hand gingen.

Huizer was 25 jaar lang hoogleraar veranderingsprocessen in de landen van de Derde Wereld en directeur van het in 1973 na jaren van actievoeren en bezettingen opgerichte Derde Wereld Centrum aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Vorige maand nam hij officieel afscheid met een rede waarin hij, zoals men van hem gewend was, de schrijnende tegenstellingen tussen arm en rijk aan de orde stelde. Zo wees hij er op dat de 240 rijkste mensen ter wereld op dit moment samen evenveel kapitaal bezitten als de armste helft van de wereldbevolking.

Een contrastrijk mens is heengegaan, meldt de universiteit, een gedreven persoon die boeiend en met grote precisie kon vertellen over processen op het platteland maar die ook ongenuanceerd uit de hoek kon komen, en bestuurders tegen zich in het harnas wist te jagen door met ijzeren vasthoudendheid zijn Derde Wereld Centrum aan de universiteit te verdedigen totdat, zo schreef onlangs het blad van de universiteit, menig bestuurder de man met de eeuwige baard niet meer kon zien. Een prof die in de jaren zeventig veelvuldig werd gezien op studentenfeesten en na afloop nooit te beroerd was om mee te helpen dweilen. Een uit principe zuinig mens, meldt de universiteit, rondrijdend op een oude damesfiets met 's winters de veertig jaar oude jas van zijn vader aan, die voorstelt om als jaarlijks personeelsuitje niet een luxe hotel te bezoeken maar pannenkoeken te gaan eten.

Huizer studeerde politieke en sociale wetenschappen en promoveerde in 1970 bij W.F. Wertheim in Amsterdam op een proefschrift dat grote furore zou maken en zelfs als Penguin-pocket is uitgegeven, over de onrust onder de boerenbevolking in Zuid-Amerika.

Huizer putte voor zijn studie onder meer uit zijn jarenlange ervaring, eerst als vrijwilliger en later als deskundige, in Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië en Afrika. Huizer legde niet alleen steevast de nadruk op het verschil in welvaart, maar ook op de machtsongelijkheid. De van huis uit gereformeerde Huizer heeft in het katholieke bolwerk Nijmegen altijd veel affiniteit gehad met de progressiefkatholieke bevrijdingstheologie.

Huizer heeft zich binnen de universiteit altijd een representant van `het zuiden' gevoeld. Dat botste met wetenschappelijke principes van collega's. Over de toename van theoretische en pragmatische vakken bij het Derde Wereld Centrum was hij teleurgesteld. ,,Toen de opleiding nog niet bestond, wilden we de grote variaties aan derde-wereldvisies aan de orde laten komen. Als een kritische noot op het westerse universitaire denken. Die kritische noot is nu te veel in het keurslijf van de opleiding gestrikt. Dat is jammer'', zei hij nog onlangs.