Verschuivende schaduwen in Sokolo

Grote delen van Zwart Afrika hebben nauwelijks deel aan de grote veranderingen op het gebied van economie, wetenschap en communicatie die het einde van dit millenium kenmerken. Afrika lijkt, als een door de geschiedenis vergeten continent, steeds verder weg te zinken in een uitzichtloze armoede. In de Westerse wereld moge men in toenemende mate per e-mail communiceren – in Mali is het nog steeds een hele toer om per telefoon een naburige stad te bereiken. Dat is, kort gezegd, het onderwerp van La vie sur terre, een door amateurs gespeelde, quasi-documentaire over de eeuwwisseling 1999-2000 in het Malinese stadje Sokolo van de Malinese regisseur Abderrahmane Sissako. De film is gemaakt in het kader van de speelfilmserie 2000 vu par... van de cultuurzender Arte, waaraan we ook kleine meesterwerken als The hole van Tsai Ming-liang en Last night van Don McKellar te danken hebben.

La vie sur terre begint in Parijs, waar de camera rijdt langs de eindeloze keuze aan verschillende merken camembert in een supermarkt. Sissako, die in zijn eigen film ook de hoofdrol speelt, heeft besloten de millenniumwisseling in zijn vaderstad Sokolo door te brengen en koopt cadeautjes voor de familie. Sokolo ziet er op het eerste gezicht idyllisch uit: eenvoudige, uit gele leem opgetrokken huizen, iedereen heeft voor iedereen een vriendelijk woord. De plaatselijke fotograaf werkt met een zelfgebouwde camera, zonder automatische ontsluiter. De mannen van het postkantoor doen heel gewichtig, maar zijn in feite aangewezen op één slecht functionerende telefoon.

Geleidelijk blijkt de onverstoorbare rust grotendeels door armoede en achterstelling te zijn voortgebracht. Er is niets of weinig te doen in Sokolo waarmee je geld zou kunnen verdienen of enige maatschappelijke dynamiek aan de dag zou kunnen leggen. Een spreeuwenplaag brengt de oogst in gevaar en moet door schreeuwende mensen op het veld worden verdreven. Men leeft in Sokolo goeddeels van de bijdragen van verwanten, die zich in Frankrijk hebben weten te vestigen en af en toe geld naar huis sturen.

Sissako heeft aan zijn film een commentaar toegevoegd, poëtisch en politiek tegelijk. Soms zijn de teksten van hemzelf, soms van de Frans-Antilliaanse Aimé Césaire, wiens werk wordt voorgelezen op het plaatselijk radiostation. Die teksten vormen het enige minpuntje van de film: de anti-imperialistische boodschap wordt er wel erg nadrukkelijk ingeheid. Het pleit zeker voor de visuele kracht van La vie sur terre dat het commentaar de film niet om zeep helpt. De geluidsband speelt tegelijkertijd een essentiële rol in La vie sur terre, want voortdurend staat overal Radio France International aan, de Franse wereldomroep, met opgewonden reportages over menigten die, op straat in Tokio en onder de Eiffeltoren, het grote moment begroeten. In Sokolo is van feest niets te merken: de voornaamste indicatie dat de tijd verstrijkt, is een groepje mannen dat af en toe hun stoeltje verzet, om uit de zon te blijven.

La vie sur terre is in zijn opbouw een vrij complexe film, en ik betrapte mezelf erop dat ik zo'n film uit Afrika eigenlijk niet had verwacht. De meeste speelfilms uit Afrika zijn immers meer verhalend van aard. Meer in de lijn der verwachting ligt helaas La petite vendeuse du soleil van de vorig jaar overleden Senegalees Djibril Diop Mambety, die in hetzelfde programma te zien is. Dit portret van een mank meisje, dat met het verkopen van kranten in Dakar het hoofd boven water houdt, is zeker niet zonder charme, maar mist elke diepte.

La vie sur terre. Regie: Abderrahmane Sissako. Met: Abderrahmane Sissako, Nana Baby, Mohamed Sissako.

La petite vendeuse de soleil. Scenario en regie: Djibril Diop Mambety. In: Rialto, Amsterdam.

    • Raymond van den Boogaard