Vernieuwende mammoetonderneming

Het Rijksmuseum in Amsterdam verwierf onlangs vier 19de-eeuwse foto-albums van de Franse fotograaf Edouard Baldus die de bouw van het Louvre fotografeerde. ,,Het was destijds het meest vernieuwende fotografie-project dat Frankrijk kende,'' zegt conservator Mattie Boom.

Onder de gietijzeren wenteltrap van de hemelhoge bibliotheek liggen vier groene albums op tafel, met goud op snee en de initialen van Napoleon III op de omslag. Ze zijn zo groot als een kussensloop en de fotografie-conservator van het Rijksmuseum in Amsterdam, Mattie Boom, is er verguld mee.

De albums uit 1855-1857, met 550 opnamen van de Franse fotograaf Edouard Baldus (1813-1889), zijn net op een Londense veiling voor 60.000 gulden verworven. Elk blad toont in een scala van bruinen een gevel of gevel-detail van het Louvre, dat omstreeks die tijd werd doorgetrokken naar de Tuilerieën. De vier vleugels van het gebouw kregen een afzonderlijk album, dat begint met de desbetreffende gevel en dan steeds verder inzoomt in de neo-renaissancistische sculpturen en gestucte decoraties.

,,Het was destijds het grootste en meest vernieuwende fotografie-project dat Frankrijk kende'', vertelt Mattie Boom. ,,In totaal zijn er 36 exemplaren van deze vierdelige serie als keizerlijk relatiegeschenk gemaakt. De vier reeksen die er nog over zijn zitten in twee Franse bibliotheken in Parijs, in het Paul Getty Museum in Los Angeles, en nu dus ook hier in Amsterdam.''

Baldus maakte ze in opdracht van Achile Fould, minister van staat onder keizer Napoleon III (1808-1873) die de Louvre-uitbreiding als zijn Grand Travail zag. Eerder had hij met zelf gefabriceerde papieren negatieven de monumenten van Parijs vastgelegd. Later zouden de spoorwegen, stations, bruggen en viaducten van Frankrijk volgen. Sublieme architectuur-fotografie van een voormalige Duitse schilder, die in licht en schaduw, in sfeer en compositie zijn loodzware camera als penseel hanteerde.

Tot voor kort dumpte men bij verhuizingen dit soort albums als `nostalgische flauwekul' graag naast het afval. De Parijse antiquaar André Jammes wist al in de jaren vijftig dat er een dag zou komen waarop de vroeg-19de eeuwse fotografie een opwaardering ging meemaken. Die dag is gearriveerd. Een deel van Jammes' fotocollectie, inclusief de Baldus-opnamen, bracht net in Londen ruim 25 miljoen gulden op. Het Paul Getty Museum, Los Angeles, had er eerder al de mooiste uitgehaald.

,,Door één enkele, zeer gefortuneerde, anonieme bieder zijn op 29 oktober op die Jammes-veiling in Londen de prijzen enorm opgedreven'', zegt Boom; ,,Ook artiesten als Madonna, Bryan Adams en Elton John, die nu ineens foto's verzamelen, zijn debet aan die prijzenslag. Straks moeten de nieuwe veilingen in New York en Londen duidelijk maken of deze gekte voortduurt of dat collectie Jammes een incident is geweest.''

Waarom koopt Nederlands belangrijkste museum een bouw-documentaire van het Louvre? ,,Het Rijksmuseum bezit weliswaar 75.000 foto`s uit de 19de-eeuw, maar vooral Frankrijk, het land bij uitstek van de vroege fotografie, bleek slecht vertegenwoordigd. Dankzij het VSB-fonds en een recent verhoogd aankoopbudget, 150.000 gulden, kunnen we daar wat aan doen.

,,Deze serie is zo waardevol omdat er nog zulke sterke overeenkomsten zijn met de traditionele teken- en prentkunst, met name de ornament-prenten. Zoals je grafiek via een fondslijst met titels bestelde, zo kwamen er via boekwinkels ook losse foto's op de markt, die eveneens keurig in albums werden bewaard. Fotograferen was tekenen met de camera, zij het dat de scherpte en Baldus' artistieke visie en technisch vakmanschap later door het toenemend aantal beroepsfotografen niet meer geëvenaard zijn.

,,Door die overeenkomsten tussen prenten en vroege foto's kunnen dwarsverbanden bestudeerd worden. En omdat het Rijksmuseum al aardig wat opnamen van Baldus heeft, kunnen ook weer parallellen met zowel deze werken als met die van tijdgenoten getrokken worden.''

Het fotograferen als mammoet-onderneming, met veel `trial and error', leerde Baldus van Gustave Le Gray (1820-1882). Honderden malen moet hij met zijn natte glazen negatieven een stellage hebben beklommen om de torens, de timpanen en bas-reliëfs van het Louvre op een bepaald tijdstip van de dag, bij het juiste daglicht, vast te leggen. Door de minutenlange belichting kon elke passant vrij het beeld in en uit lopen; er valt dan ook nauwelijks een mens in die albums te bekennen. En was er dan eindelijk zo'n opname gemaakt, dan bewerkte een van zijn twaalf assistenten in een nabije schuur razendsnel het negatief. In totaal moesten twintigduizend afdrukken in ramen worden gespannen om ze verder te laten ontwikkelen.

Helaas heeft Mattie Boom nog nergens in de Louvre-vensters de weerspiegeling van Baldus en zijn assistenten kunnen ontdekken. Ook de vraag waarom sommige foto's meer verbleekt zijn dan andere, kan ze nog niet beantwoorden. ,,Baldus is een uitzonderlijke pionier, een onvermoeibare experimentalist die zijn eigen fotopapieren en materialen prepareerde.'' Menig kritisch tijdgenoot,zonder te beseffen hoe complex het medium was, bestempelde hem liever als een derderangs schilder die noodgedwongen naar de fotografie uitweek. Die tijdgenoten zijn vergeten; dat zal Baldus als een grondlegger van de fotografie niet overkomen.

    • Marianne Vermeijden