Vergeten terreur

Aan zo'n historische gebeurtenis als de val van de muur is bij een herdenking weinig toe te voegen. Er is al tien jaar lang herdacht. Alle invalshoeken zijn behandeld en zullen ook de komende jaren als nieuws aan de orde komen. De uitdrukking `val van de muur' is net zo'n geschiedeniscliché geworden als eerder `het ijzeren gordijn'.

Vooral voor Nederlandse verslaggevers, gewend aan uitbundige braderieën voor de kleinste aanleiding, had Berlijn maar een tam feestje. Correspondent Bert Tichgelaar liet in het Journaal zien hoe er in de druilregen een podium werd opgebouwd. Pas laat op de avond steeg er zowaar gejuich op.

Op de Duitse ARD nog eens de archiefbeelden van de muur. Die waren eerder in een documentaireserie aan de orde geweest. In zwart-wit. Het metselen. De Oost-Duitse soldaat die op het laatst zijn vrijheid tegemoet rent. De vrouw die van haar ingemetselde huis van twee hoog naar beneden wordt gehesen. Een ander die in zwartwit voor het prikkeldraad wordt doodgeschoten. Hij ligt te sterven en niemand kan er wat aan doen. Spionnenruil. Het boeit nog steeds, maar je kunt je als kijker nauwelijks meer inleven in de vroegere angst en terreur. De intimidatie van toen is moeilijk over te brengen en dreigt te worden vergeten. Achteraf lijkt heldendom niet meer dan een rationeel logische voorfase van de overwinning. De Oost-Duitse Bürgerrechtlerinnen en Bürgerrechtler uit die tijd kwamen nauwelijks aan de beurt bij de herdenking, wel de politieke leiders.

Veel Ossi's hebben heimwee. Opvallend afwezig is schuldgevoel bij de voormalige leiding. Een deel van Duitsland had al die tijd gevangenisstraf voor vroegere wandaden en zij waren de zelfbewakers. In actualiteitenrubrieken heb ik voormalige grenswachten nostalgisch zien vertellen over hun werk in de wachttorens. Op de ARD zag ik de vroegere Oost-Duitse Minister van Defensie, tevens oppergrenswachter, uitleg geven over schieten bij vluchten. Keurige, goedverzorgde man zonder een spoor van wroeging.

Günther Schabowski, de OostBerlijnse bestuurder die de grens openzette, heeft spijt. Maar hij vindt het ongepast om dat te vaak te herhalen. Hij kreeg onlangs gevangenisstraf in hoger beroep. Gisteren rechtvaardigde hij zijn straf nog eens bij de herdenking. Loyaal aan het nieuwe Duitse gezag. De DDR was niet ,,zonder smet'' ondergegaan en de Duitse justitie had de plicht om de fouten vast te stellen, zei hij. Er waren doden gevallen.

Netwerk volgde voormalig DDR-actrice Cox Habbema in een nostalgische wandeling door Berlijn, zonder illusies of twijfels achteraf. Jammergenoeg was het slechts tien minuutjes. Zij was indertijd vrijwillig de gevangenis binnengegaan, tegen de vluchtstroom in. ,,Ik vond het prettig, jaren-vijftig-achtig'', zei ze. Onwillekeurig moest ik denken aan haar optredens in die wilde jaren zestig-producties. Wat zocht ze daarna in zo'n grijze gevangenis? Als oostblok-filmster was ze uitgezonderd van de ongemakken. Elk moment kon ze weer terug over de grens. Ze vond het een ,,verschrikkelijke ervaring'' als ze bij het grensmetrostation de West-Duitsers van hun Oost-Duitse familieleden afscheid zag nemen. ,,Haatte u het?'', vroeg de interviewer. ,,Ik haat niks'', zei ze. ,,Ik had er afkeer en walging van. Ik had het systeem niet gemaakt.''

,,Maar u woonde er'', wierp de verslaggever tegen.

,,Maar dat geeft niet'', zei ze. ,,Ik had in Nederland ook hevige afkeren.''

Het land zat nu eenmaal zo in elkaar. Daar kon ze weinig tegen doen, vond ze. De partij-elite kwam wel naar haar kijken in de schouwburg. ,,Ik had die regering ook aangevallen'', maar ze voegde er direct aan toe ,,dat was niet dapper. Er kon me niets gebeuren. Ze lieten me begaan. Al die DDR-burgers die meededen, of zelfs het protest in beweging zetten, die waren dapper.'' En als ik naar zo'n oppervlakkig gesprekje kijk, besef ik dat ik nog lang niet alles weet van die tijd.

    • Maarten Huygen