Steun voor noordelijk foto-instituut

De noordelijke overheden zijn bereid vanaf 2001 een noordelijk Huis van de Fotografie te ondersteunen met een jaarlijkse subsidie van 350.000 gulden. Voor de realisatie van het plan is echter naast de noordelijke bijdrage, afkomstig van de provincie Groningen en de gemeente Leeuwarden, tenminste eenzelfde bijdrage van het Rijk noodzakelijk.

Dat staat in een brief van de Groningse cultuurwethouder Pattje (PvdA) aan staatssecretaris van der Ploeg (cultuur). De nieuwe in Groningen te vestigen fotoinstelling moet een `knoop- en ontmoetingspunt' van de Noord-Nederlandse fotografie worden en een bijdrage leveren aan de versterking van de fotografische infrastructuur, aldus Pattje in zijn brief. De instelling moet deel uitmaken van een landelijke `satellietstructuur` rond het op te richten Instituut voor de Beeldcultuur. De vestigingsplaats van dit landelijke instituut (Amsterdam of Rotterdam) wordt omstreeks 15 november door Van der Ploeg bekend gemaakt.

Het satellietmodel, een landelijk netwerk van fotoinstellingen, werd vorig jaar gelanceerd door de organisatie van de fotomanifestatie Noorderlicht, en wordt ondersteund door zowel de Raad voor Cultuur als de Vaste Kamercommisie voor Cultuur.

Volgens Pattje moet de Noorderlicht-organisatie de basis vormen van het noordelijk Fotohuis. Noorderlicht organiseert sinds 1990 een fotobiennale in Groningen. Met ingang van volgend jaar zal deze manifestatie jaarlijks afwisselend in Groningen en Leeuwarden plaatsvinden.

In een eind vorige maand verschenen beleidsplan schrijft Noorderlicht behalve manifestaties en tentoonstelingen ook een projectbureau in het leven te willen roepen voor het uitvoeren van historisch onderzoek en het organiseren van educatieve programma's, lezingen en symposia. In het beleidsplan wordt de begroting van de beoogde instelling waar vijf mensen moeten werken, geraamd op ruim 1,2 miljoen gulden. Noorderlicht, nu ondergebracht in een universitair cultuurcentrum, is nog op zoek naar geschikte huisvesting.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van OCW wordt het Groningse voorstel nog bestudeerd. ,,De beslissing omtrent de vestigingsplaats van het landelijke beeldinstituut moet eerst genomen worden. Dat instituut moet vervolgens bepalen met wie en in welke vorm het wil samenwerken.''