Overlevenden Orissa zijn aan hun lot overgelaten

Overlevenden van de watersnoodramp in het Indiase Orissa staan alleen. Bestuurders hebben in paniek de wijk genomen.

De dorpsraad van Mahakalpara heeft het eindelijk voor elkaar. Elf dagen lang bleef het dorp zonder voedsel, totdat er plotseling drie vrachtwagens opdoemen op de dijk. `Hulpgoederen uit Andhra Pradesh' staat er op de trucks. ,,We zijn vergeten door de regering van Orissa'', zegt Anil Pati, een 41-jarige boer. ,,Maar gelukkig hebben we Andhra Pradesh nog.'

Tientallen dorpen achter de kust van Orissa zouden zich het liefste aansluiten bij `Andhra', de deelstaat ten zuiden van Orissa die na een zware cycloon in 1977 tal van voorzorgsmaatregelen nam om schade in de toekomst te beperken. ,,Wat moeten we met onze eigen bestuurders?'' zegt Pati. ,,Ze zijn ingestort, verlamd geraakt of weggerend voor de cycloon.''

Nadat de kuststreek van Orissa bijna twee weken geleden werd geruïneerd door de zwaarste cycloon van de eeuw, is het de beurt aan de deelstaatregering in de hoofdstad Bhubaneswar. Alles wat mis kon gaan met de reddingsoperatie, ging mis, vinden de bewoners van Mahakalpara. Met het terugtrekken van het water en het weer begaanbaar worden van wegen laten de verhalen van de omliggende dorpen over de falende overheid zich samenvoegen tot een massale aanklacht tegen hun bestuurders. ,,In een paar dorpen verderop vluchtte het voltallige bestuur toen de cycloon de kust raakte'', zegt een woedende bewoner in Mahakalpara. ,,Er was geen hulpverlener, geen arts of ambtenaar meer te vinden. De hulpverlening is de ramp geworden.''

Ook op tal van andere plaatsen maken bewoners melding van gevluchte districtsbestuurders en politiemensen, enerzijds om hun hachje te redden, anderzijds omdat zij geen enkele manier konden bedenken om de problemen aan te pakken. Mede daarom werden in de eerste dagen na de ramp honderden vrachtwagens geplunderd door hongerende bewoners en groepen criminelen, waardoor hulpgoederen nauwelijks de plaats van bestemming konden bereiken. De tragische cirkel van onheil was rond toen vervolgens de hulpverleners weigerden de getroffen gebieden binnen te gaan zonder militaire begeleiding.

Dertien dagen na de ramp zijn hele stroken land achter de kust van Orissa nog steeds vergeten. Of, zoals de regering in Bhubaneswar zegt, onbereikbaar geweest voor de hulpverlening wegens de overstromingen. Maandag werden in een paar uur tijd 1.500 lijken aangetroffen bij het ondergelopen stadje Ersama, even ten zuiden van de havenstad Paradip. De overlevenden van Ersama staan al bijna twee weken bloot aan honger, dorst, overstromingen en de vervuiling van het water door duizenden karkassen en lichamen. Huizen en bomen die bescherming zouden moeten bieden tegen de regen, en inmiddels tegen de felle zon, zijn er niet meer. Hoewel vrijwel alle overlevenden ernstig ziek zijn, weigert de overheid van een epidemie te spreken.

Hoe gruwelijk de situatie in sommige districten is geworden, blijkt uit de ziekenhuisopname van een 8-jarig jongetje in Cuttack, die in zijn slaap door een hond in zijn gezicht was gebeten en een deel van zijn wang was kwijtgeraakt. Volgens de artsen zijn de hongerige honden zo gewend geraakt aan het eten van lijken dat zij de slapende Ranjit Kumar voor dood hadden gehouden. ,,Helikopters hebben af en toe een paar zakken rijst gedropt in dit soort regio's, maar enige structuur is er niet te ontdekken'', zegt een Westerse hulpverlener.

Het officiële dodental voor mensen ligt inmiddels op 7.500, voor het vee op 181.000, maar de Oriya's uit de getroffen gebieden lachen om die getallen, uit pure frustratie en verbittering over het apatische optreden van de overheid. ,,Er zijn volgend jaar deelstaatverkiezingen in Orissa'', zegt de Raj, een bewoner in een dorpje in het district Kendrapara die, zoals hij zegt, wadend door een zee van karkassen zelf op pad ging om eten te zoeken in de omliggende dorpen. ,,Daarom wil de regering het dodental zo laag mogelijk houden. Maar de waarheid hou je niet tegen.''

Het Rode Kruis kwam deze week met de eerste `officiële' dodenlijst van 10.000 mensen. Niemand in Bhubaneswar weet precies hoeveel hulpgoederen en medicijnen er zijn, waar het naartoe moet en hoe het er moet komen. Buitenlandse hulpverleners prikken een cluster dorpen op de kaart waarvan zij denken dat er weinig of geen hulp is geweest. De landelijke regeringspartij BJP, die in Orissa oppositie voert tegen de regering van de Congrespartij, vroeg gisteren in New Delhi om militair ingrijpen in Orissa omdat het aantal slachtoffers met de dag groeit als gevolg van een falende overheid.

Mahakalpara, zo'n tien kilometer achter de kust, is voor jaren geruïneerd. De meeste huizen zijn ingestort of zwaar beschadigd. Kaalgewaaide bomen hangen gebroken en uitgeput over het kleine pleintje, waar gisteren voor de tweede keer sinds 29 oktober eten werd geserveerd voor de bewoners. Rijst met dal, een linzenprutje. ,,Twee halve maaltijden in bijna twee weken tijd. Waar is de rest van de wereld gebleven'', vraagt een oude vrouw op een venijnige toon. Ondanks de bewering van de regering in Bhubaneswar dat er ,,geen honger en geen epidemieën'' zijn in het rampgebied, lijden alleen al in Mahakalpara tientallen dorpelingen aan diarree, vooral kinderen en ouderen. ,,Er zijn al een paar mensen overleden aan uitdroging'', zegt Anil Pati. ,,We drinken water waar onze eigen uitwerpselen en ons omgekomen vee in ronddrijven.''

In het dorp vormen zich aan het einde van de middag twee lange rijen. Eén rondom de twee zwarte pannen die op een vuur staan te pruttelen, de tweede bij het huis van de enige dokter in Mahakalpara. Diarree en nog eens diarree, zijn de klachten.

Een kleine drie uur rijden van Bhubaneswar, op een weg die beter berijdbaar is dan de meeste Indiase wegen, wacht Mahakalpara nog steeds op een zending van re-hydratie-oplossingen en een manier om het drinkwater van het dorp te zuiveren. En op een tweede maaltijd per dag.

    • Rob Schoof