Onenigheid over financiële compensatie joden

Wie krijgt compensatie voor nooit uitgekeerde polissen van vermoorde joden? Onderling wantrouwen bij de rechter.

Rechter J. Branbergen was duidelijk geërgerd. ,,Treurig'', zei hij na het aanhoren van alle pleidooien. ,,Op zich is er een mooie overeenkomst gesloten. En nu zit u hier''.

Een diep onderling wantrouwen binnen de joodse gemeenschap kwam gisteren naar voren bij een kort geding in Amsterdam. Inzet was het akkoord dat het Verbond van Verzekeraars heeft gesloten met het Centraal Joods Overleg (CJO). De verzekeraars betalen de joodse gemeenschap vijftig miljoen gulden voor nooit uitgekeerde polissen van joden die door de nazi's zijn vermoord, zo werd gisterochtend bekend gemaakt.

Maar het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers (VBV), een organisatie met achthonderd in meerderheid joodse leden, vocht de overeenkomst gisteren aan. ,,Het CJO is volledig tekortgeschoten in het winnen van vertrouwen bij de belangenbehartigers van slachtoffers'', begon A. Israëls, advocaat van het VBV. Het CJO doet zich volgens hem ten onrechte voor als belangenbehartiger van de hele joodse gemeenschap. Deze koepelorganisatie zou er op aansturen dat het geld niet naar individuele slachtoffers gaat maar naar de joodse instellingen. Het overleg tussen het CJO en het VBV liep de afgelopen maanden vast. ,,Het CJO is een regenteske organisatie'', aldus Israëls.

Van de vijftig miljoen van de verzekeraars wordt 25 miljoen gulden in een op te richten Stichting Joodse Oorlogstegoeden ondergebracht. Twintig miljoen komt in een andere stichting, de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken. Hierbij kunnen slachtoffers nog tien jaar lang een claim indienen. Naar verwachting zal dit nog maar nauwelijks gebeuren. Het geld dat over tien jaar over is wordt voor tweederde in de eerste stichting gestort, eenderde krijgen de verzekeraars terug. Verder wordt vijf miljoen gulden betaald aan het project Monument Joodse Gemeenschap.

In de overeenkomst staat dat ,,de joodse gemeenschap'' zal bepalen waar het geld uit de eerste stichting naar toe gaat. Maar hier ligt de gevoeligheid. Het VBV wil juist niet dat de hele joodse gemeenschap dit bepaalt, maar alleen de directe oorlogsgetroffenen. ,,Het geld moet geheel ten goede komen aan overlevende vervolgden'', zegt VBV-bestuurslid H. Behrendt. Door de hele joodse gemeenschap te raadplegen zouden eerder collectieve doelen uit de bus rollen dan dat het geld naar individuen gaat. ,,Een synagoge bijvoorbeeld? Daar hebben wij geen enkel belang bij'', zegt Behrendt.

Anders dan in de overeenkomst, zo merkte rechter Branbergen op, staat in het persbericht dat er een referendum onder oorlogsgetroffenen bepalend zal zijn. ,,Dat hebben ze er dit weekend nog snel ingezet'', zei advocaat Israëls. De rechter vroeg of VBV er dan niet tevreden mee was. Maar het wantrouwen richting CJO is zo groot dat advocaat Israëls de rechter desondanks vroeg de overeenkomst te laten aanpassen.

Volgens het CJO hoeft het VBV zich geen zorgen te maken. De stichting die 25 miljoen ontvangt zal volgens het CJO een referendum uitschrijven onder `oorlogsslachtoffers', waarbij de vraag wordt gesteld welk deel van het geld ten goede moet komen aan individuele slachtoffers en hun nabestaanden en welk deel aan de joodse gemeenschap als geheel. Daarbij kan een percentage worden opgegeven. Het gemiddelde van alle percentages bepaalt de uiteindelijke verdeling van het geld.

Voorzitter E. Numann van het CJO zegt zelf voorkeur te hebben dat geld naar collectieve doelen gaat. ,,Het geld komt uit de polissen van de mensen die overleden zijn. Dan is het gek dat dat geld naar overlevenden gaat. Maar het referendum zal bindend zijn.''

    • Herman Staal