Omloopsnelheid

Het is vleiend om jezelf te beschouwen als een persoon die niet hecht aan de materie. Zo iemand die wel wat beters te doen heeft dan achter perfect bij het ameublement passende gordijnen aan te jagen. Iemand met een allegaartje als servies en een versleten vloerkleed, waaruit de vlekken zich niet meer laten verwijderen. Het gaat in het leven toch om andere dingen dan een glanzende espressomachine in de keuken? Wie zich distantieert van het consumptiecircus omhelst automatisch geestelijke waarden als het lezen van een mooi boek, het voeren van een goed gesprek.

Niet dat deze tegenstelling ergens op slaat overigens. Mijn zogenaamde onthechting waar het de materie betreft (de esthetica ervan, de bij-de-tijdsheid, de mogelijkheid om andermans ogen ermee uit te steken) slaat om in regelrechte irritatie als ik niet kan kopen wat ik wil omdat het nergens te vinden is. Op zo'n moment verkruimelt de façade der geestelijke waarden. Het feit dat ik iets heel eenvoudigs zoek en me dus veel bescheidener opstel dan al die anderen in hun tijdverslindende jacht op de ideale badkamerinrichting maakt me des te woedender. Alsof mij persoonlijk onrecht wordt aangedaan!

Natuurlijk hecht ik aan de materie. Alleen zijn dat toevallig de dingen waar ik aan gewend ben geraakt en waarmee ik de consumptieverhouding graag wil voortzetten. Kleren en schoenen zijn het duidelijkste voorbeeld en dan vooral het dagelijkse, veelgebruikte soort. Slijtage hiervan is onvermijdelijk. Het liefst zou ik, als bepaalde schoenen of jasjes onherroepelijk aan hun eind zijn gekomen, naar de winkel terug gaan om precies zo'n exemplaar opnieuw aan te schaffen. Ze stonden goed, ze zaten lekker, er is niets mee dat ze ouderwets of gedateerd maakt en toch kan ik ze nooit meer vinden. Zelfs na een maand was het vest dat me uitzonderlijk goed beviel en waarvan ik dacht `kom ik koop er eentje extra als reserve voor later' alweer uit de schappen verdwenen. Wel hangen er tien andere vesten, maar daar is dan altijd iets mee (zie je wel, ik heb wel degelijk hoge standaarden – ik trek niet zomaar iets aan).

Van kleren en schoenen valt nog te begrijpen dat daar een zekere omloopsnelheid achter zit, het gaat hier tenslotte over mode, maar voor allerlei huishoudelijke en andere consumptieartikelen geldt hetzelfde. Jarenlang gebruikte ik van die blauw-witte duizend-dingen-doekjes om de tafel en de aanrecht schoon te maken, en ineens zijn ze van een ander materiaal gemaakt (het lijkt wel waterafstotend), waardoor ze onprettig in de hand liggen, niets meer opnemen en de rotzooi alleen maar voor zich uitschuiven. Ik had een favoriet parfum, wel vijftien jaar, en ineens was het verdwenen. Het merk zit nu in een ander flesje, het ruikt anders en het is niks. Ik had een voorkeur voor een bepaalde, lekker ruikende vloeibare zeep in een klein formaat container met pompje. Uit de handel genomen. De supermarkt gooit mijn favoriete mayonaise uit z'n assortiment. Al jaren zoek ik in huishoudelijke winkels bij de afdeling roestvrijstalen bestek, en daar de klassieke standaarduitvoering van (die al honderd jaar bestaat en die ik om die reden destijds uitgezocht heb – dan kun je altijd bijkopen), naar kleine messen-met-snijrand. Die zijn er niet. De messen zien er weliswaar uit alsof je er een broodkorst mee door kunt snijden, maar de kartelrand is zo bot als van een vismes. Het zijn waardeloze messen die alleen maar poseren als de messen van vroeger.

De materie verandert zonder dat ik als consument daarom vraag. Mijn ergernis komt deels voort uit luiheid (ik zou best een nieuw parfum willen, maar er zijn er zoveel en het is zo moeilijk te kiezen en ik heb geen zin er veel tijd in te steken), maar toch ook uit waardering voor de dingen zelf. Zelfs kinderen hebben last van dit soort conservatisme. Laatst wilde mijn zoontje twee jaar na dato ineens een Tamagotchi kopen van z'n zakgeld. Of een computerspelletje dat hij bij een vriendje gespeeld heeft. In de winkel beginnen ze dan meewarig te lachen om zo'n gedateerde wens. Het bestaansrecht van de dingen wordt steeds korter en ik zie niet in hoe dat tot de levensvreugde van de gebruiker bijdraagt.

    • Beatrijs Ritsema