Mexico: een bastion verandert niet zomaar in een glazen huis

De streng hiërarchische regeringspartij PRI beloofde eerder dit jaar meer openheid, maar politiek bedrijven blijft een duistere aangelegenheid in Mexico.

De zweem van corruptie en vriendjespolitiek is Mexico nog niet uit. De PRI, de partij die sinds 1929 bijna onafgebroken aan de macht is en Mexico bestuurt als een grote staatsholding, beloofde eerder dit jaar beterschap: de streng hiërarchische partij zou democratischer en transparanter worden. Maar een bastion verbouwen tot een glazen huis is makkelijker gezegd dan gedaan.

Afgelopen zondag legde de PRI voor het eerst in de partijgeschiedenis de keuze van een presidentskandidaat, voor de verkiezingen van volgend jaar juli, voor aan haar leden. Een voorrecht dat tot voor kort exclusief toebehoorde aan de president, die simpelweg zijn `troonopvolger' aanwees. Deze traditie, de `dedazo' (de `vingerwijzing'), werd in maart onder publieke druk afgeschaft.

In bepaalde opzichten waren deze verkiezingen inderdaad een toonbeeld van openheid. Zo zagen maar liefst 400.000 binnenlandse en internationale waarnemers toe op het eerlijke verloop van de interne partijverkiezingen. Computers waren beveiligd, kiezers moesten een vinger dopen in niet-afwasbare inkt. Zoveel maatregelen zijn ongekend in Mexico, dat een lange geschiedenis van verkiezingsfraude kent.

Maar of de verkiezingen echt democratischer waren dan anders wordt door velen betwijfeld, niet in de laatste plaats door Roberto Madrazo, de kandidaat die afgelopen zondag dramatisch verloor. Madrazo, oud-gouverneur van de deelstaat Tabasco, behaalde ongeveer een kwart van de stemmen, tegen meer dan de helft voor de winnaar, Francisco Labastida, oud-minister van Binnenlandse Zaken. Madrazo beweert dat hij nooit een eerlijke kans heeft gehad tegen Labastida omdat deze de voorkeur zou genieten van de zittende president Ernesto Zedillo. De uitslag stond vast, aldus Madrazo. De `dedazo' is nooit weggeweest.

Madrazo is zonder twijfel bitter teleurgesteld, maar zijn beschuldigingen, die overigens geen gevolgen lijken te hebben voor de eenheid binnen de PRI, snijden hout. Zes maanden geleden geleden bracht de naam Labastida slechts weinigen in beweging. Een half jaar later staat Labastida torenhoog in de opiniepeilingen. Een opvallende opmars, die volgens Madrazo in gang is gezet door de PRI-machinerie die op zijn beurt wordt aangestuurd door, jawel, president Zedillo.

Van meerdere directe medewerkers van Zedillo is bekend dat ze hun baan hebben opgezegd om campagne te kunnen voeren voor Labastida. Ook is het werknemers van diverse bedrijven met klem aangeraden om Labastida te steunen door werkgevers die zo een potje willen breken bij Zedillo en zijn opvolger, zo viel uit Mexicaanse en Amerikaanse media op te maken. Tientallen plaatstelijke politieke leiders zijn ontslagen door de PRI omdat ze te ver gingen in hun steunbetuigingen, en in sommige gevallen zelfs publiek geld spendeerden aan de campagne van Labastida.

Maar ook Madrazo heeft geen schone handen. De financiering van zijn peperdure campagne wordt steeds in verband gebracht met de persoon van Carlos Hank González, oud-minister van Landbouw en tot op de dag van vandaag een van de machtigste figuren achter de schermen in de Mexicaanse politiek. Een zakenman die zijn fortuin en dat van zijn hele familie aanzienlijk zag groeien tijdens het corrupte bewind van oud-president Carlos Salinas (1988-1994). Madrazo gaf onlangs toe in een ver verleden wel eens contact te hebben gehad met Hank González, maar, zo voegde hij hier cynisch aan toe: ,,Iedereen is schuldig tot het tegendeel is bewezen.''

In Mexico bestaan nauwelijks wetten die presidentskandidaten verplichten de herkomst van hun campagnegelden bekend te maken. Wat betreft de partijverkiezingen van afgelopen zondag hoeft zelfs helemaal geen financiële verantwoording te worden afgelegd. Deelnemers aan de presidentsverkiezingen van volgend jaar juli moeten weliswaar twee maanden na de stemming een overzicht van campagnegelden overhandigen aan de centrale kiesraad, maar deze worden pas het jaar daarop openbaar gemaakt, wanneer de nieuwe president al lang en breed is aangetreden.

De oppositie in Mexico klaagt steen en been over deze gang van zaken en beschuldigt de PRI ervan overheidsgeld te gebruiken voor de promotie van kandidaten. Volgens de New York Times beschikt Cuauthémoc Cárdenas, kandidaat van de oppositiepartij PRD, uitsluitend over geld afkomstig van zijn eigen partij. Hij is, zo gezegd, eerlijk. En dat maakt zijn kansen er volgend jaar niet beter op.

    • Stéphane Alonso