Kamer wil hardere aanpak hooligans

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer wil dat er een wettelijke regeling komt die de rechter de mogelijkheid geeft relschoppers een stadionverbod met een meldingsplicht op te leggen.

Dat bleek gisteren uit reacties van woordvoerders van de fracties van PvdA, CDA, VVD en D66, die deel uitmaken van een delegatie van de Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die deze week een bezoek brengt aan de Franse steden Lyon en Marseille.

De reis is bedoeld om informatie te krijgen over de maatregelen die in Frankrijk zijn genomen ter voorbereiding van het WK-voetbal in 1998. Nederland en België organiseren volgend jaar samen het voetbaltoernooi Euro 2000.

In Frankrijk kan een rechter relschoppers die strafbare feiten hebben begaan als bijkomende straf een stadionverbod opleggen van maximaal vijf jaar, zo maakten twee officieren van justitie in Marseille de Kamerleden gisteren duidelijk. In dat geval moet de veroordeelde zich telkens tijdens de wedstrijd die hij niet mag bezoeken, melden op het politiebureau bij een van de agenten die deel uitmaken van de vaste `stadioneenheid' van de plaatselijke politie. Als hij dat nalaat, wordt dat aangemerkt als een misdrijf en loopt hij het risico alsnog de maximaal twee jaar celstraf te moeten uitzitten die als voorwaardelijke straf aan het stadionverbod is gekoppeld.

Als de relschopper een buitenlander is, kan hem de toegang tot Frankrijk voor maximaal twee jaar worden ontzegd, nadat hij zijn eventuele gevangenisstraf heeft uitgezeten. Dat is vorig jaar gebeurd met een Duitse hooligan, die in Lens de 43-jarige gendarme Daniël Niven met een ijzeren staaf ernstig had mishandeld. Vraag voor de Nederlandse Kamerleden blijft echter hoe dat verbod zich verhoudt tot de Europese regelgeving op dat punt.

Volgens Kamerlid Van Heemst (PvdA) verdient een rechterlijk stadionverbod de voorkeur boven de civielrechtelijke procedure, omdat daarmee in juridische zin een juister fundament wordt gelegd voor het verbod. In Nederland wordt die procedure sinds 15 augustus 1984 toegepast. Het stadionverbod wordt langs civielrechtelijke weg afgedwongen door de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) die als partij optreedt voor de clubs in het betaald voetbal op grond van statutair toegemeten bevoegdheden en bij volmacht van de betrokken clubs of stadions.

In 1996 heeft de Hoge Raad in een arrest bepaald dat rechters onder voorwaarden een stadionverbod met meldingsplicht mogen opleggen. Volgens de KNVB gebeurt dit incidenteel.

HOOFDARTIKEL: pagina 9