In het oog van de storm

Terwijl de speculatie over de persoon van de opvolger van directeur Michel Camdessus bij het Internationale Monetaire Fonds is opgelaaid, blijft de taak van die opvolger nog op de achtergrond. Die taak is niet meer dezelfde als toen de Fransman in 1987 aantrad. In de bijna dertien jaar die sindsdien verstreken zijn, hebben er grote veranderingen plaatsgevonden. Niet alleen in de internationale economie zelf, maar ook in de manier waarop het IMF zelf zich tegenover de buitenwereld opstelt.

Allereerst is de scherpte en de snelheid waarmee de financiële crises die het IMF geacht wordt te bestrijden, enorm toegenomen. Niet langer is er sprake van een land in financiële nood tegenover een overzichtelijke handvol buitenlandse crediteurenlanden en - banken. De moderne crisis vindt plaats op het speelveld van de wereldwijde financiële markten. Daar is de reactiesnelheid hoog, is het aantal betrokken partijen onoverzichtelijk en goeddeels anoniem, en is het besmettingsgevaar fors - zoals in 1997 bleek toen de Azië crisis als een orkaan eerst door het continent trok en daarna achtereenvolgens Rusland en Brazilië aandeed.

De liberalisering van de internationale kapitaalmarkten is daar debet aan, maar ook de toegenomen vervlechting van nationale economieën. Het aantal spelers is sinds 1987 bovendien flink toegenomen. Onder Camdessus werd het IMF betrokken bij de overgang van de voormalige communistische landen van centraal en oost-Europa naar deelname in het internationale kapitalistische wereldsysteem.

Opereerde het IMF lang in dienst van het internationale financiële systeem, gaandeweg heeft het zich onder Camdessus ook meer moeten bezighouden met het beïnvloeden van dat systeem zelf. De voormalige ontwikkelingslanden in Azië zijn meer betrokken gemaakt, bijvoorbeeld door het introduceren van een tweede noodfonds naast het oude General Agreement to Borrow dat door de `oude' industriële machten wordt gedomineerd. Het IMF is voluit betrokken geraakt in plannen voor wat de `internationale financiële architectuur' wordt genoemd - de werking van en het toezicht op de internationale kapitaalmarkt en zijn spelers. Ook de schuldverlichting aan de allerarmste landen, een na jaren van overleg in september beklonken plan dat zich nu door het Amerikaanse Congres sleept, is een blijk van de nieuwe taakopvatting van het IMF.

Daar komt nog bij dat de traditionele IMF-receptuur van crisisbestrijding in de Azië-crisis tegen zijn grenzen aan is gelopen. Niet alleen omdat het in sommige gevallen niet werkte en moest worden bijgesteld. Maar ook omdat de Westerse kijk op de zaken niet langer klakkeloos wordt geaccepteerd, zoals in Maleisië dat liever zijn eigen weg ging dan bij het IMF aan te kloppen voor steun. Thuis, tussen de Westerse landen, is het IMF intussen niet langer verzekerd van zijn technische rol. Camdessus heeft moeten toezien hoe zijn IMF miljarden dollars in Rusland pompte voor wat later is gebleken vooral politieke, en niet zozeer economische, doeleinden.

Financiële crises zijn ingrijpender geworden, de bedragen die voor crisisbestrijding nodig zijn lopen tegenwoordig al snel in de tientallen miljarden dollars. De internationale familie waarover het IMF resideert is flink uitgedijd én mondiger. En het Westerse thuisfront ziet het IMF meer en meer als een politieke speler.

Camdessus heeft het IMF, niet zonder de nodige kritiek, door alle veranderingen weten te laveren. Welk Europees land de opvolger van Camdessus ook mag leveren, de uitverkorene zal nog meer dan voorheen een politiek dier moeten zijn.

    • Maarten Schinkel