Iep dreigt te verdwijnen

Als de huidige trend doorzet, zijn er over tien jaar geen iepen meer in Nederland. Door de iepziekte verdwijnen jaarlijks 100.000 van deze oer-Hollandse bomen. Dat zegt coördinator L. Deckers van het IepenBeraad van de Bomenstichting.

Deckers noemt het in 1990 genomen besluit van het rijk geen geld meer te besteden aan de bestrijding van de iepziekte hoogst onverstandig. De iep is een van de weinige boomsoorten die heel goed gedijen in kustprovincies. Volgens Deckers kost de ziektebestrijding jaarlijks miljoenen guldens.

Veel gemeenten en particulieren moeten de zieke bomen kappen en vervangen. De werkzaamheden zijn deels versluierd en versnipperd in gemeentelijke begrotingen opgenomen.

De schimmel die de besmettelijke bomenziekte veroorzaakt, maakt dat iepen afsterven. Iepen hebben aan de kust de functie als windbreker, vooral langs wegen en vaarten. Ook dienen ze soms als landschappelijke beplanting. In veel steden en dorpen zijn monumentale iepen beeldbepalend, onder andere in Den Haag, Amsterdam en Utrecht.

De Iepenwacht, sinds vorig jaar actief in Friesland en Noord-Holland, kan het uitsterven van de iep nog voorkomen. De Iepenwacht zorgt ervoor dat gemeenten de ziekte gezamenlijk aanpakken, hetgeen meer resultaat oplevert.

,,Een kentering is waarneembaar'', stelt de coördinator over de iepenziekte in die gebieden. ,,Als meer gemeenten meedoen, zijn er kansen. Het begin is er.'' Veel instanties proberen de zieke iepen te vervangen door de iepvariëteit Ulmus Columella, die als enige geen last heeft van de iepziekte. Maar vervanging is niet altijd direct mogelijk. Beheerders besluiten niet snel soms zestig jaar oude gezonde bomen te kappen.

De medewerking aan de bestrijding van de iepziektebestrijding wisselt per gemeente. Volgens Deckers werkt samenwerking goed in de omgeving van Amsterdam, waar ook omliggende gemeenten meedoen. In Zeeland gaat de bestrijding ,,dramatisch slecht'', aldus Deckers. Daar zijn volgens hem inmiddels duizenden zieke iepen gekapt. (ANP)