De perfecte kloon van een potentaat

Zijn naam was jarenlang synoniem met alles wat in Marokko niet deugde. Burgers kunnen het bijna niet geloven. Minister Driss Basri is weg.

Vreugde en ongeloof streden bij veel Marokkanen om voorrang toen gistermiddag het nieuws bekend werd van het ontslag van Driss Basri (61 jaar) als minister van Binnenlandse zaken. Vreugde omdat geen man zich in Marokko zo gehaat weet als Basri, twintig jaar lang de trouwste minister van wijlen koning Hassan en bij uitstek het symbool van diens periode als meedogenloze potentaat. Ongeloof omdat menige Marokkaan zich nauwelijks het vertrek kan voorstellen van Basri, wiens gehaaide machtsspel en politieke overlevingskunst naast vrees ook stille bewondering oproept.

Koning Mohammed VI had geen betere manier kunnen verzinnen om zichzelf het imago van hervormer aan te meten dan door Basri de laan uit te sturen. Dat het niet zo boterde tussen de jonge vorst en de pasja van zijn vader, maakte de zaak er slechts in beperkte mate eenvoudiger op. Want geen belangrijke kwestie of Basri was de man die uiteindelijk aan de touwtjes trok.

Driss Basri maakte in de jaren zestig en zeventig een snelle carrière binnen het veiligheids-apparaat dat de ruggengraat vormde van koning HassanS macht. In 1974 werd hij staatssecretaris van Staatsveiligheid, zeven jaar later minister van Binnenlandse zaken. Twee maal ontsnapte de koning aan pogingen van opstandige militairen om de macht over te nemen. Het antwoord was een regime van terreur en onderdrukking waarvan Basri zich een gewetenloos en efficiënt uitvoerder toonde. Politieke tegenstanders werden uit de weg geruimd of al dan niet samen met hun familie weggestopt in middeleeuwse kerkers.

Bij wijze van beloning overleefde Basri het ene na het andere kabinet. Waar kritiek op de koning in Marokko eenvoudigweg taboe was, fungeerde hij als bliksemafleider bij uitstek van het brede sociale ongenoegen. Alles wat niet deugde aan het bewind van Hassan had in Marokko een andere naam: Driss Basri.

Met het ontslag van Basri pleegt de huidige koning meer dan alleen een politieke vadermoord. Basri ontwikkelde zich gaandeweg immers tot een perfecte kloon van zijn heer en meester: schaamteloos charmeur tegenover buitenlandse gasten, ongecontroleerd drifthoofd om de schrik er in te houden bij ondergeschikten.

Zelfs het enthousiasme voor het golfspel deelde Basri met de koning. Moeiteloos paste hij zich aan toen de vorst in zijn laatste jaren de teugels liet vieren, politieke gevangenen vrijliet en meer ruimte gaf aan democratische vrijheden. Er kwam zelfs een kabinet onder leiding van de linkse oppositie. Maar Basri bleef minister en dat maakte de veranderingen in hoge mate cosmetisch. De uitgebluste indruk die de socialistische premier Youssoufi tot dusver achterliet stond in fel contrast met de van oudsher gonzende activiteit van de minister van Binnenlandse zaken. Basri werd dan ook als de werkelijke eerste minister van het kabinet beschouwd.

,,Het is de wil van Zijne Majesteit'', zo liet de minister weten als beleefd werd geïnformeerd naar de reden van zijn langdurig dienstverband. Met het verscheiden van koning Hassan werd in Marokko echter steeds nadrukkelijker uitgekeken naar de val van Basri. De Westelijke Sahara, het dossier dat de minister al die jaren zo nadrukkelijk koesterde, werd hem uiteindelijk noodlottig.

Nadat Spanje het gebied in 1975 min of meer aan zijn lot overliet, leverde Marokko een taaie strijd met de beweging Polisario over de soevereiniteit. Marokko houdt het grootste deel van het gebied al twintig jaar bezet. Een referendum onder toezicht van de Verenigde Naties moet beslissen over de politieke toekomst van de Westelijke Sahara. Maar Basri saboteert het eindeloos getouwtrek over de vraag wie stemgerechtigd zijn, kan voor een groot deel op rekening van Basri geschreven worden.

Wat in september begon als een studentenrelletje in El Aaiún, de hoofdstad van het gebied, veranderde in een moeilijk te beteugelen schandaal toen Basri gewoontegetrouw ervoor koos de Marokkaanse veiligheidsmacht er in al zijn ongeremde bruutheid op los te laten. Nu bleek dat de klok niet meer terug te draaien viel: de huidige regering kon weinig anders doen dan zich excuseren voor het geweld. Geërgerd liet minister Basri zich vervolgens ontvallen dat het referendum nog wel een jaar of twee, drie op zich kon laten vallen. Daarmee was de maat vol voor de koning die zijn machtige minister publiekelijk afviel en hem even later van al zijn functies onthief.

Het ontslag van Basri werd gisteren door zijn eigen premier omschreven als ,,een stap in de richting van meer democratie''.

    • Steven Adolf