Carmiggelt

Gemengde gevoelens bij de presentatie van Henk van Gelders biografie van Simon Carmiggelt. Waarom? Aan de biograaf ligt het niet: zijn boek is zeer leesbaar, informatief en compact – eindelijk eens een biograaf die bondig durft te zijn.

Toch blijft Carmiggelt ook na lezing van dit boek voor mij een raadselachtige, ongrijpbare man, een sfinx. Een definitieve biografie zal over hem niet geschreven kunnen worden. Hij verkoos nu eenmaal om over cruciale gebeurtenissen en episoden in zijn leven te blijven zwijgen – wat overigens zijn goed recht was. Ook zijn vrouw en zijn kinderen hebben in die houding volhard. Tiny heeft nooit over hem in het openbaar gepraat, dochter Marianne wilde geen contact met de biograaf en zoon Frank gaf alleen antwoord op Van Gelders `feitelijke vragen'.

Eén keer heeft Carmiggelt een tipje van de sluier opgelicht – over zijn in Duitse gevangenschap omgekomen broer Jan in een interview met Ischa Meijer – maar van die vlaag van openhartigheid had hij meteen spijt. Ik heb hem na dat interview geïnterviewd, niet lang voor zijn dood. We zaten bij Scheltema, het vroegere journalistencafé op de Nieuwezijds Voorburgwal, en Carmiggelt speelde weer met verve de rol van welwillende gastheer, die je rondleidt door het huis van zijn leven zonder de woonkamer te laten zien. Een paar dagen later belde hij op – dat deed hij vaak na interviews – om me te complimenteren met de weergave van zijn vrijblijvendheden. De interviewer was weer getemd.

Maar er is nog iets anders, iets belangrijkers misschien. Terwijl we daar gisteren op de Kring in Amsterdam opgetogen en vroom stonden te doen over Carmiggelt, vroeg ik me af: wie leest hem eigenlijk nog? Er waren opvallend weinig jonge mensen aanwezig. Die generatie lijkt Carmiggelt al helemaal afgeschreven te hebben. Ik heb het jongeren weleens gevraagd en dan krijg je reacties als `oubollig' en `opa-achtig'.

Maar ook onder mijn eigen generatiegenoten spreek ik zelden mensen voor wie het werk van Carmiggelt nog veel betekent. Een term als `gedateerd' valt snel. Ik kocht laatst bij een groot antiquariaat een zeldzame, want merkwaardig genoeg nooit herdrukte bundel uit 1947: Kronkels kronkelpaden. Het lag ergens midden in de winkel, slordig op een hoge stapel, en het kostte maar 25 gulden. Voor een soortgelijk werkje van Hermans of Reve zou je het tienvoudige moeten betalen.

De literaire reputatie van Carmiggelt lijkt te verdampen waar we bijstaan. Dat is doodzonde, want hij was een belangrijk schrijver, in zijn genre de allerbeste, ook vergeleken met de buitenlandse kampioenen van de humoristische column als Thurber, Benchley, Leacock, Buchwald.

Of vergis ik me en ben ik blind voor de zwakke kanten van zijn werk? Was zijn stijl toch iets te gemaniëreerd om te kunnen beklijven? En was zijn onderwerpkeuze, zeker in zijn verzamelbundels, te weinig gevarieerd? Misschien – ik hoop het niet. Wie weet doet de biografie de belangstelling voor het werk weer opleven.

    • Frits Abrahams