Als het maar beweegt

De jongeman kijkt uiterst ernstig wanneer hij aankondigt dat hij ons zal leren hoe je een schilderijtje recht aan de muur dient op te hangen. Dan trekt hij zijn t-shirt uit en tijgt aan het werk. Terwijl hij in de weer is met lineaal, hamer en kopspijkers, zoomt de camera in op zijn niet onaanzienlijke spierballen.

Deze serie – er zijn ook mannen die het gootsteenputje ontstoppen of een muurtje witten maar onveranderlijk trekken ze hun shirtje uit – is een van de troeven van Club, een nieuwe verschijning op de Nederlandse kabel die onder andere `vrouwelijke erotiek' in het vaandel heeft.

Het programmapunt komt verder naar voren uit laffe talkshows waarin lesbiennes mogen vertellen hoe ze het doen (vertellen, niet tonen) of een onwezenlijk programma waarin dames die nog het meest aan uw tante Truus doen denken, pornografische romanteksten voorlezen. De personen die om haar heen zitten moeten door middel van het opsteken van een plumeau aangeven in hoeverre zij de tekst opwindend vinden.

Het Amerikaanse bedrijf UPC, een van de grootste eigenaren van kabelnetten in Nederland, geeft niet alleen maar andermans televisiekanalen door, maar maakt ook zelf televisiestations. Een aantal zijn er nu op de Nederlandse markt verschenen, al of niet opgenomen in een pluspakket waarvoor extra betaald moet worden. Het zijn Club (dat behalve in `vrouwelijke erotiek' ook uitmunt in oude tuinprogramma's), Film1 (oude Hollywood-films waarvoor u in de jaren zeventig terecht niet naar de bioscoop bent gegaan), Sport1 (een oude golfmatch gaat er altijd in) en Extreme Sports (de hele dag onwaarschijnlijke manieren om skeelerend, speedboatend of in onwaarschijnlijke voertuigen rondbotsend je nek te breken).

Wat deze zenders gemeen hebben is hun geestdodend karakter, de intense treurigheid van al die programma's waarvan je begrijpt dat ze routineus en zonder enige liefde zijn gemaakt, maar vooral ook de – meestal niet duidelijk aangegeven – ouderdom van al die videobanden.

Als het maar beweegt, lijken de samenstellers van deze stations te denken. Laatst viel ik op Club in een op het eerste gezicht niet oninteressant vraaggesprek met een mij onbekende actrice, toen deze plotseling zei dat er dit seizoen zoveel sombere films verschenen en als voorbeeld Leaving Las Vegas noemde. Hoe lang geleden kwam die film uit? Vier, drie jaar? In ieder geval lang genoeg om dit programma niet langer te hoeven volgen.

Toch is het een vreemde zaak: een kabelexploitant hoopt met deze zenders de door lage tarieven verwende Nederlandse kabelkijkers op te voeden tot abonnementbetalende, bewust kiezende kijkers. En wat doet hij? Hij plempt al die kanalen vol rommel van een allooi waarvoor de bestaande commerciële televisiezenders op de Nederlandse markt – die toch waarlijk niet van overmatige inventiviteit of kwaliteit kunnen worden verdacht – zich diep en diep zouden schamen.

En tegelijkertijd probeert datzelfde UPC Canal+, de abonneezender die in zijn soort een hoogwaardig product levert, in Amsterdam door schriktarieven van het kabelnet te jagen. Dat zal niet lukken, ook al omdat de overheid en de diverse instanties die zich in Nederland met omroep bezig houden vinden dat kabelhouders ook producten van derden een kans moeten geven – maar het streven was er toch maar.

Het wemelt op de Europese markt van commerciële themakanalen die in abonnee-pakketten willen: Film Four, een filmkanaal met de eigen producties van het Britse Channel Four bijvoorbeeld. Of de documentaire-zender Planète, van oorsprong Frans maar nu ook al in Duitsland en Italië, die veel oud werk herhaalt maar ook zelf bescheiden investeert in nieuwe documentaires. UPC verkiest echter de rommel, vermoedelijk omdat die niks kost en in eigen huis, voor heel Europa, in elkaar wordt gedonderd.

    • Raymond van den Boogaard