Akkoord tegoeden nog wankel evenwicht

Het akkoord over joodse oorlogspolissen is de vrucht van overlegcultuur. Wie volgt? Tussen poldermodel en de harde aanpak van het Joods Wereld Congres.

Het gisteren gepresenteerde `historische' akkoord tussen de Nederlandse verzekeraars en de joodse gemeenschap over de oorlogspolissen is een nieuw kind van het poldermodel. Zonder boycot-dreigingen zoals in de Verenigde Staten en Zwitserland is een afkoopsom op tafel gekomen van 50 miljoen gulden. Dat is een succes voor het Centraal Joods Overleg (CJO), de bundeling van de belangrijkste joodse organisaties in Nederland, maar ook voor de Nederlandse overlegcultuur.

De discussie over de naoorlogse afhandeling van joodse tegoeden in Nederland begon bijna drie jaar geleden na de Amerikaanse kruistocht tegen de Zwitserse banken, die gelden van vermoorde joden op nachrichtlose rekeningen zouden hebben staan. De rol van Nederlandse instellingen wordt onderzocht door enkele regerings-commissies, van wie Kordes (archieven) en Ekkart (kunst) klaar zijn en Scholten (financiële instellingen) en van Kemenade (nazi-goud) nog een rapport moeten uitbrengen.

,,Wij hebben ons toen afgevraagd hoe de Nederlandse verzekeraars dat indertijd hebben afgehandeld'', zei directeur E. Fischer van het Verbond van Verzekeraars. Hoewel volgens CJO-woordvoerder R. Naftaniël ,,95 procent'' van de levensverzekeringen na de oorlog is uitgekeerd, is de restitutie niet helemaal vlekkeloos verlopen. Verzekeringsmaatschappijen weigerden soms uit te keren, omdat tijdens de oorlog premies niet waren voldaan door het vermoorde slachtoffer of omdat de polis bij de Duitse bezetter was afgekocht. Rechtzaken over het rechtsherstel en de restitutie werden lang gerekt.

De gêne over dit gedrag heeft de verzekeraars bewogen tot souplesse bij de claims die de laatste jaren zijn ingediend. Ongeveer 1.300 verzoeken om informatie hebben geleid tot 44 uitbetalingen aan bestaanden. Onvolledige archieven en niet volmaakte geheugens waren een handicap bij de naspeuringen, maar verzekeraars hebben zich niet beroepen op verjaring of ontbrekende polispapieren. De door het CJO als coulant ervaren houding van de verzekeraars schiep een gunstig klimaat voor een akkoord over de verzekeringen die nooit zijn uitgekeerd, omdat de nabestaanden zijn vermoord of niets wisten van een polis.

Dat akkoord was gisteren een feit en wel, zoals werd gememoreerd, precies 61 jaar na de Kristallnacht waarmee de jodenvervolging in Duitsland begon. En ook net voordat de commissie-Scholten volgende maand — een jaar na het hevig bekritiseerde tussenrapport — met zijn eindrapport komt, waarin vooral de verzekeraars aan bod komen. De verzekeraars, ongetwijfeld verheugd Scholten voor te zijn, zijn daarmee de eerste van de grote financiële partijen die een dergelijk akkoord hebben weten te sluiten.

De vraag `wie volgt?' geldt nu de banken, die nog zouden kunnen beschikken over kluis- en bankrekeningtegoeden, en de Nederlandse overheid, die in 1955 de afkoopwaarde van de `slapende polissen' incasseerde. Vooralsnog houdt het CJO vast aan de overlegstrategie, maar duidelijk is dat de gesprekken met deze partijen moeizamer verlopen dan met de verzekeraars. Het onderzoek bij de banken loopt nog en is moeilijker dan bij de verzekeraars, doordat zoals Naftaniël vergoeilijkend aangaf ,,bankrekeningen minder tastbaar zijn dan polissen''.

Het overlegmodel bij de joodse oorlogstegoeden staat echter wel onder behoorlijke druk. Anders dan de joodse organisaties in Nederland kiest het Joods Wereld Congres voor een harde aanpak, die zich vorige week uitte in een boycot-dreiging jegens het Nederlandse Aegon. Dit staat formeel los van het akkoord en het JWC heeft gisteren ook al aangeven de actie-dreiging te handhaven, zolang Aegon geen zitting neemt in een Amerikaanse onderzoekscommissie. Dat het CJO vorige week Aegon publicitair te hulp schoot wordt mede ingegeven door de angst voor de voortvarendheid van het JWC dat bijvoorbeeld in Frankrijk de joodse organisaties voor de voeten loopt en soms een olifant in de porseleinkast is.

Het CJO worstelt bovendien in de joodse gemeenschap met verdeeldheid, die gisteren tot uitdrukking kwam min een rechtzaak over de verdeling van de verzekeringsgelden. Dat verzwakt de onderhandelingspositie van het CJO in de moeizame gesprekken die nog gevoerd worden. Daarbij komt dat de houding van de Nederlandse overheid kwaad bloed zet in joodse kring, zoals bleek uit de tamelijk harde bewoordingen van het CJO over de Nederlandse regering.

Minister Zalm wil de eindrapporten van de commissies Scholten en Van Kemenade (in januari 2000) afwachten voor een eindoordeel. Het CJO wil net als van de verzekeraars 22 maal de 450.000 gulden aan afkoopsommen, zo'n tien miljoen gulden, maar Financiën heeft al aangegeven dat te veel te vinden. Mocht het kabinet-Kok dat standpunt overnemen, dan blijft van het gisteren zo bezongen overlegklimaat niet veel over.

    • Karel Berkhout