Akkoord BP en Alaska

Oliemaatschappij BP Amoco heeft gisteren met de Amerikaanse staat Alaska een compromis gesloten over vermindering van de olie- en gasbelangen in de regio, met het oog op goedkeuring van de overname van branchegenoot Arco.

Gouverneur Tony Knowles van Alaska maakte vorige week nog ernstig bezwaar tegen de voorgenomen overname in een brief aan de federale handelscommissie (FTC), omdat het nieuwe concern bijna een monopoliepositie in zijn staat zou krijgen. De FTC moet de overname van Arco nog goedkeuren.

BP Amoco heeft nu besloten de productiefaciliteiten voor 175.000 vaten olie per dag te verkopen, met de bijbehorende pijpleidingen. Ook stoot het bedrijf de eigendom van 620.000 acres (ruim 250.000 hectare) aan exploratievergunningen af en vermindert haar belang in de Trans Alaska Pijpleiding met 13 procent.

Daarmee wordt het huidige belang van Arco in de oliewinning van Alaska bijna gehalveerd. Maar BP Amoco verhoogt zijn olieproductie met het overblijvende aandeel van Arco: circa 175.000 vaten per dag. De nieuwe combinatie houdt een exploitatiegebied van 400.000 hectare over en blijft daarmee een van de grootste spelers in Alaska.

Gouverneur Knowles toonde zich gisteren tevreden met het akkoord: ,,Hierdoor wordt ons doel bereikt waar het gaat om de ontwikkeling en exploitatie van onze delfstoffen: meer concurrentie, betere bescherming van ons milieu en verplichtingen van de ondernemingen waarmee we zaken doen.''

Een van die verplichtingen is dat BP Amoco-Arco 34 miljoen kubieke meter aardgas per dag tegen marktprijzen voor de energievoorziening in Alaska zelf zal afzetten. Verder komt het nieuwe bedrijf tegemoet aan andere voorwaarden van de staat, zoals de inkoop van olie die door kleine lokale producenten wordt aangeboden, tegen een tevoren overeengekomen prijsregeling. De oliemaatschappij moet ook geregeld over de voortgang van het onderzoek naar nieuwe olie- en gasbronnen aan de staat rapporteren en verplicht zich om tot 10 miljoen dollar per jaar te besteden aan de schoonmaak van winningsgebieden die door andere bedrijven vervuild zijn achtergelaten.

BP Amoco-Arco zal zoveel mogelijk gebruik maken van lokale werknemers en aannemers, en samen met de milieudienst van Alaska ten minste tweemaal per jaar inspecties op de olie- en gasleidingen uitvoeren. Van haar productie staat de maatschappij 0,2 procent – een waarde van circa 6 miljoen dollar per jaar – af aan de staat, waarvan 30 procent ten goede komt aan de Alaska State University.