Wijers: marktwerking in zorg dringend gewenst

Oud-minister Wijers pleit voor meer concurrentie in de gezondheidszorg, zonder dat de toegankelijkheid van de hulp wordt geschaad.

De wijze waarop in Nederland de gezondheidszorg is georganiseerd en wordt gefinancierd heeft zijn beste tijd gehad. Misschien is het stelsel wel aan het eind van zijn levenscyclus, het piept en kraakt en het moet dringend veranderd worden om te voorkomen dat het explodeert. In de gezondheidszorg is daarom meer marktwerking nodig. Komt die er niet en blijft de overheid strikte regels opleggen, dan blijven de kosten hoog terwijl de kwaliteit daalt.

Dit zei oud-minister dr. G.J. Wijers (Economische Zaken, D66) gisteren tijdens het Nationaal debat gezondheidszorg voor zo'n vierhonderd directeuren en beleidsmedewerkers in de zorgsector. Volgens Wijers stapelen de problemen in de gezondheidszorg zich in hoog tempo op. Nu mensen steeds meer geld te besteden hebben, willen ze daarmee zelf zorg inkopen, zonder dat dit mag. Ze wijken dan uit naar de commerciële hulp. Bovendien is het pakket zo uitgebreid dat het bijna niet meer collectief te financieren is.

Geleidelijke invoering van meer marktwerking en concurrentie is daarvoor volgens Wijers een oplossing. Dit vergt een vergaande liberalisering van de sector. Maar anders dan bijvoorbeeld gebeurde bij de telefonie, waar de overheid onder een beperkt aantal randvoorwaarden de markt volledig openstelde voor nieuwe bedrijven naast de PTT, moet de overheid in de zorg wat meer vingers in de pap houden: zo moet zij kunnen blijven garanderen dat iedereen die zorg nodig heeft deze ook krijgt. Volgens Wijers moet worden voorkomen dat er een ongeregeld groot privaat circuit ontstaat. Maar dat hoeft, zo meent hij, niet te betekenen dat de overheid alles ook collectief moet regelen, en zeker op zo'n ingewikkelde en complexe manier waarop dat thans gebeurt.

Wijers suggereerde gisteren snel voor zo'n dertig procent van het huidige pakket al marktwerking in te voeren. Daarin zouden dan onder meer de geneesmiddelen, hulpmiddelen en paramedische hulp kunnen vallen. Dit zijn voorzieningen waarop het volgens hem betrekkelijk eenvoudig is om forse concurrentie te stimuleren. Met de ervaring die daarmee wordt opgedaan, kan de marktwerking geleidelijk aan worden uitgebreid. Volledige marktwerking in het aanbod is volgens Wijers echter niet haalbaar omdat dit kan leiden tot onoverkoombare problemen voor de relatief kleine groep mensen die chronisch ziek zijn, veel hulp nodig hebben en veelal over maar weinig geld beschikken. Daarom moet de overheid dan ook altijd een deel van het aanbod blijven reguleren. Daarmee komt Wijers dicht bij de suggestie die de opstellers doen van `Gezondheidszorg in tel', de jaarlijkse rapportage van de meeste landelijke belangenorganisaties in de sector over de toestand in de zorg. In dit rapport, dat gisteren het onderwerp van discussie was, wordt voorgesteld het huidige voorzieningenpakket op te splitsen. Een basispakket met noodzakelijke zorg voor iedereen en een aanvullend pakket.

Er bestond onder de deelnemers aan de discussie veel scepsis over de kans om in Nederland het pakket te verkleinen. Ze herinnerden eraan dat toen minister Borst (Volksgezondheid) besloot onder meer `de pil' voor volwassen vrouwen uit het pakket te halen, de Tweede Kamer na eerst daarmee te hebben ingestemd daar toch weer op terugkwam. Hetzelfde gebeurde met het kunstgebit.

Wijers pleitte gisteren overigens ook voor vergroting van het particuliere segment in de zorg. Collectieve verzekering zou alleen nodig zijn voor de hulp aan de al genoemde chronisch zieken. In zijn rekenvoorbeeld zou het dan gaan om zo'n 25 procent van alle verzekerden. Daarmee zou dan de toegankelijkheid voor iedereen afdoende geregeld zijn.