Peking stuurt sekteleden naar kamp

Ongeveer 500 leden van de Falun Gong beweging zijn naar werkkampen gestuurd. Volgens de overheid zijn zijn slechts 111 leden formeel onder arrest. Twee gevangenen zijn overleden.

Dat hebben leden van de beweging in de Verenigde Staten verklaard. De autoriteiten in Peking hielden de afgelopen weken meer dan duizend Falun Gong volgelingen aan die naar de hoofdstad waren gekomen om te protesteren tegen de aanscherping van een verbod tegen de beweging. Een woordvoerder van het Chinese kabinet, Li Bing, verklaarde dat de aangehouden sekteleden na een `heropvoeding' naar hun huizen waren teruggestuurd. Volgens een andere woordvoerder zou overigens meer dan de helft van deze groep onmiddellijk zijn teruggereisd naar Peking. Volgens de Chinese wet kunnen verdachten wekenlang zonder formele aanklacht in voorarrest blijven, terwijl alleen diegenen die formeel zijn aangeklaagd gelden als arrestanten.

Falun Gong combineert bewegingsoefeningen met ideeën uit het Boeddhisme en het Taoïsme en is in China in zeven jaar uitgegroeid tot een miljoenenbeweging. Omdat het Chinese leiderschap kennelijk bevreesd was voor de organisatiegraad van de beweging, haar populariteit en vermogen om volgelingen te mobiliseren werd Falun Gong in juli verboden. Afgelopen maand werd de beweging officieel tot `kwaadaardige cultus' bestempeld. Volgens de Chinese autoriteiten worden volgelingen van de beweging gehersenspoeld en zouden inmiddels 1.400 leden zijn overleden omdat zij medische behandeling bij ziekte weigeren.

De oprichter van Falun Gong, Li Hongzhi, week vorig jaar uit naar de VS. Volgens de Chinese autoriteiten heeft hij daar onlangs politiek asiel gekregen, iets wat de Amerikaanse immigratiedienst niet wil bevestigen. China heeft nu formeel protest aangetekend tegen het asiel voor Hongzhi en beschuldigt de VS van het belemmeren van de strijd tegen de beweging.

Falun Gong beoefenaars in de VS vertoonden gisteren in New York een video waarin zij zich afzetten tegen de ,,boosaardige mediapropaganda'' van de Chinese regering. Li verklaart daarin geen politieke beweging na te streven.