Loopgravenoorlog 1

Aan Anil Ramdas' artikel `Loopgravenoorlog schaadt de cultuur' (NRC Handelsblad, 3 november) valt goed af te lezen dat de auteur – ik zeg het met grote spijt – zijn eertijds zo verfrissende, onafhankelijke manier van denken heeft ingeruild voor een clublidmaatschap, van de Raad voor Cultuur. Waardoor het breien met woorden (patronage – onafhankelijke subsidiefondsen en cultuurraden (!) randvoorwaarden scheppen – verdelen) al snel de overhand neemt, en aanmatigende opinies verkocht worden als feiten.

Als een ware cultuurpaus spreekt hij bovendien over de `universele betekenis' van kunst en `een universele esthetica', alsof het vanaf zijn aantreden allemaal alleen nog maar een kwestie van tijd zal zijn voordat wij allen in deze wijde wereld hetzelfde zullen ervaren aan hoogheid en schoonheid. Hij heeft schijnbaar niet in de gaten dat de `oefening en opvoeding' in kunststijlen waarover hij het heeft, in feite niets anders zijn dan het zich conformeren aan gemaakte afspraken in het Wereldje van kunst en cultuur. En dat kunst en kunstbeleving voor een belangrijk deel draaien om wie het allemaal het mooist onder woorden brengt. En dat al dat taalgebruik en taalgemors rond kunst inderdaad niet meer zijn dan woorden, woorden die de beleving net zoveel aantasten als intensiveren.

Het is zo jammer dat Ramdas, in ieder geval in de geest, niet de bijl aan de wortel van het kunstwereldje legt, door bijvoorbeeld al eens de rechter in zijn betoog overboord te zetten. ,,In een land waarin museumdirecteuren, curatoren, recensenten en intellectuelen het roerend met elkaar eens zijn, is het met de cultuur slecht gesteld'', schrijft hij nog wel. Verder durft hij echter niet te denken. Dat die eenheidsworst zijn oorsprong vindt bij de rechter en het weelderig tierende recht in de samenleving schijnt hem een te gevaarlijke gedachte te zijn. Net als het idee dat al die rechtspraak en regels het samenleven in zijn eigenlijke vorm vooral aantasten. Om de doodeenvoudige reden dat samenleven meer is dan elkaar verdragen en nodig hebben. Zoals het samenleven steeds meer aan banden wordt gelegd, zo ook de kunst die uit dat samenleven voort moet komen.

    • Paul Ophey