Korthals gaf Kamer foute indruk

Minister Korthals van Justitie heeft in de Tweede Kamer ten onrechte de indruk gewekt dat als gevolg van het grote beursfraude-onderzoek nu al honderd miljoen gulden aan fiscale opbrengsten is geïncasseerd. Dat blijkt uit antwoorden van de bewindsman op Kamervragen van de Socialistische Partij (SP).

De bewindsman schreef de Kamer in september dat `Operatie Clickfonds' de fiscus ,,zo'n honderd miljoen gulden aan boetes en naheffingen vanwege belastingontduiking heeft opgeleverd''. Uit gegevens van de Belastingdienst, die deze krant via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur in handen kreeg, bleek echter dat het daadwerkelijk ontvangen bedrag tot nog toe 7,9 miljoen gulden is. Daarnaast is voor 88 miljoen aan aanslagen opgelegd, waarvan volgens het ministerie van Financiën, een ,,substantieel deel'' voorlopig is. Tegen verschillende aanslagen is bezwaar aangetekend.

Korthals bevestigt nu deze gegevens en schrijft verder dat hij ,,tot uitdrukking heeft willen brengen'' dat de honderd miljoen het bedrag is dat aan aanslagen en boetes is opgelegd ,,en niet dat deze bedragen reeds zijn geïncasseerd''.

Eerder sprak ook de Amsterdamse hoofdofficier J. Vrakking in een vraaggesprek met NRC Handelsblad over ,,de honderd miljoen die we nu al binnen hebben''. In juni had hij in De Telegraaf gesteld dat er op dat moment negentig miljoen gulden was ,,geïnd of op zijn minst beslag op gelegd''. Maar ook Vrakking heeft volgens Korthals nooit de indruk willen wekken dat het geld al zou zijn ontvangen.

,,Voorzover die indruk door ongenuanceerde woordkeuze van de hoofdofficier toch is ontstaan, betreur ik dat'', aldus Korthals. De vermeende hoge belastinginkomsten zijn door justitie als een van de redenen naar voren gebracht om Operatie Clickfonds ,,nu al een succes'' te noemen.

Advocaten van een aantal verdachten wijzen er echter regelmatig op dat van echte `beursfraude' (zoals witwassen of handel met voorkennis) nog niets is gebleken. Zij vinden de ingezette dwangmiddelen van justitie en de lange duur van het onderzoek (inmiddels meer dan twee jaar) buiten proportie.

Overigens wil justitie eind dit jaar het grootste gedeelte van de verschillende dossiers sluiten en aan de rechter-commissaris voorleggen. Nadat getuigen door de advocaten zullen zijn gehoord, moet het openbaar ministerie beslissen welke zaken zullen worden vervolgd. Verwacht wordt dat de rechtszaken in de loop van volgend jaar zullen plaatshebben.