Hermans heeft veel geld, maar weinig ideeën

De bewindslieden van Paars-II verdedigen hun tweede begroting. Deel 7 van een serie over `nieuwe bezems' op de ministeries.

,,Zelden verschillen twee opeenvolgende bewindspersonen meer in bestuursstijl dan de onderwijsminister Ritzen en Hermans.'' Zo begon de onderwijswoordvoerder van GroenLinks, Mohamed Rabbae, vorige maand een ingezonden brief in Het Parool. ,,Je zou kunnen zeggen'', vervolgde Rabbae zijn betoog, ,,dat waar Ritzen de werkelijkheid wilde aanpassen aan zijn eigen leefwereld, Hermans zijn denkwereld aanpast aan een veranderende werkelijkheid.''

Het is een stelling die bijna iedereen die de beide bewindslieden kent, onderschrijft. Jo Ritzen (PvdA) had sterke eigen opvattingen over het onderwijsbeleid en viel daar vervolgens nauwelijks meer vanaf te brengen. De huidige minster Loek Hermans (VVD) is juist een man van het overleg. Vanaf de eerste dag dat hij zijn intrek nam in het Onderwijs-kantoorgebouw in Zoetermeer heeft hij die boodschap uitgedragen: eerst meningen inventariseren, dan pas beslissen.

Voor scholen, universiteiten, onderwijsbonden en koepelorganisaties was dat na bijna negen jaar Ritzen wennen. ,,We slaakten een zucht van verlichting'', zegt voorzitter F. Leijnse van de HBO-raad. ,,Er was opeens ruimte voor discussie en voor eigen initiatief van de instellingen. Als we met Ritzen van opvatting verschilden, was hij buigzaam als een stalen pijp. Hermans is soepeler.''

Niet alleen voor de onderwijsinstellingen was het wennen, ook binnen het departement zorgde de nieuwe minister voor een cultuuromslag. ,,Als we met Ritzen een uur overlegden, nam hij het gesprek na twee minuten over en was vervolgens zelf 58 minuten aan het woord'', zegt een hoge ambtenaar. ,,Hermans luistert 58 minuten naar ons verhaal en trekt de laatste twee minuten conclusies en geeft in grote lijnen aan waar het volgens hem naar toe moet.''

Volgens J. Tichelaar, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), leidde de methode-Ritzen tot ,,consumptief gedrag'' bij de ambtenaren. ,,Ritzen had altijd zoveel ideeën, dat de ambtenaren een afwachtende houding aannamen. Ze voerden uit wat Ritzen hen opdroeg, maar namen weinig eigen initiatieven. Onder Hermans worden ze gestimuleerd hun visies op tafel te leggen.''

Hermans leunde - zeker het eerste jaar - sterk op de kennis en kunde van die ambtenaren. Ook al omdat hij, behalve zijn voorzitterschap van de commissie studiefinanciering in 1997, nooit werd betrapt op bijzondere belangstelling voor het onderwijs. Rasbestuurder Hermans had ook een ander ministerie kunnen leiden. Oud-hoogleraar Ritzen daarentegen was verknocht aan Onderwijs.

Ritzen vond delegeren lastig. Hermans daarentegen legt zich toe op de grote lijnen. ,,U zou het me kwalijk nemen als ik hier het antwoord op zou weten'', zei hij onlangs tijdens een overleg tegen een Kamerlid dat hem doorzaagde over een detailkwestie. Tijdens Kamerdebatten geeft Hermans soms het woord aan de ambtenaren die hem ter zijde staan.

De verschillende aanpak is niet alleen toe te schrijven aan de karakters van beide ministers, maar ook door hun uiteenlopende politieke kleur. ,,Het sociaal-democratische gelijkheidsbeginsel was voor Ritzen heel belangrijk'', zegt CDA-Kamerlid W. van de Camp. ,,Ieder kind moest in principe hetzelfde kunnen bereiken. Iedere school moest gelijk worden behandeld. Onder Hermans zie je dat de verschillen juist worden benadrukt. Niet elk kind heeft dezelfde capaciteiten, niet elke school dezelfde potentie. Daartegen zou Ritzen zich hebben verzet.'' De tegenstellingen tussen beide ministers worden versterkt door economische mee- en tegenwind. De periode-Ritzen stond in het teken van bezuinigen, zegt Leijnse. ,,Het ministerie werd gezien als louter een spending department. Daarom gingen debatten vaak alleen maar over geld.'' Hermans heeft het voordeel dat onderwijs - samen met gezondheidszorg - hoog op de politieke agenda staat. Financieel is er nu meer ruimte voor beleid. ,,Ritzen barstte altijd van de ideeën, maar had te weinig geld om ze te realiseren'', zegt D66-Kamerlid U. Lambrechts. ,,Dat is zijn tragiek. Hermans heeft minder grootste plannen, maar heeft meer geld.''

De drang van Ritzen alles zoveel mogelijk in eigen hand te houden, kwam ook tot uitdrukking in zijn maatregelen. Aan het geld dat Ritzen voor een bepaald doel uittrok, waren altijd allerlei regels en voorwaarden verbonden. Zo vond hij dat scholen ervoor moesten zorgen dat elke tien leerlingen ten minste de beschikking zouden hebben over één computer. Hermans stelt een bepaald bedrag beschikbaar voor computeronderwijs, scholen mogen zelf uitmaken hoe ze dat voor dat doel inzetten. Pas later kijkt Hermans of het goed is besteed.

De overlegcultuur van Hermans heeft ook een keerzijde. Nu de opluchting over de weldadige rust is weggeëbt, is er na ruim een jaar Hermans hier en daar gemor te horen. Wat wil deze minister eigenlijk met het onderwijs? Wat is zijn agenda? Hermans wil dat het hoger onderwijs flexibiliseren. Hij is voortvarend begonnen met de studiefinanciering, maar verder blijft de uitwerking van zijn plannen vooralsnog tamelijk vaag. Van de Camp: ,,Bij Ritzen wisten we na twee dagen precies waar we aan toe waren. Bij Hermans weten we het nu nog niet.''

Lambrechts sluit zich daarbij aan: ,,Ik mis een sense of urgency'', zegt ze. ,,Er is behoorlijk wat aan de hand in het onderwijs: een groot tekort aan leraren en de invoering van de Tweede Fase gaat gepaard met veel problemen. Dat vraagt om een stevige aanpak.''

Als het erop aankomt, wijkt de visie van Hermans niet eens zoveel af van die van Ritzen, denkt R. Meijerink, voorzitter van de vereniging van universiteiten. ,,Ook Hermans wil de topwetenschap stimuleren, het onderwijs toesnijden op de wensen van de student. Alleen de manier waaróp is zo fundamenteel anders, dat het de overeenkomsten overschaduwt.''

    • Sheila Kamerman