Bladeren

BusinessWeek

De huidige obligatiemarkt is een inefficiënte, negentiende-eeuwse bedoening waar beleggers hun beursmakelaars moeten bellen om de noteringen te weten te komen. Het is een ondoorzichtige handel die in handen is van een oligopolie van makelaars en handelaars. Het verschil tussen de prijs van een belegging en die welke de handel in rekening brengt bij de investeerders bedraagt vijfentwintig miljard dollar. Op de Amerikaanse obligatiemarkt gaat in totaal 13,7 biljoen dollar om.

Deze omvangrijke markt staat volgens BusinessWeek aan de vooravond van een revolutie, omdat het Internet de plaats van de tussenhandel inneemt. De elektronische handel in obligaties groeide van 0,5 procent in 1995 tot vijf procent in 1998. Volgens het onderzoeksbureau Tower Group zal dat over twee jaar zijn uitgegroeid tot 37 procent. Het verschil tussen de vraagprijs en de aanbodprijs zal naar verwachting 25 procent kleiner worden. Voor de tussenpersonen betekent dat een inkomstenderving van zes miljard dollar per jaar. Het gaat overigens niet alleen om overheidsobligaties, maar ook om de handel in waardepapieren van het bedrijfsleven. Ford Motor Credit Company en American Express verkopen zich ook op het Internet aan beleggers.

Het bankroet van Rusland van zomer `98 was de grootste gangmaker van de huidige ontwikkeling in de financiële dienstverlening. Veel beleggingsfondsen verkochten toen alles waarmee ze te veel risico dachten te lopen. Daardoor konden grote beleggers hun obligaties niet meer kwijt op de traditionele manier. Het zijn vooral de grote Amerikaanse steden die vooraan lopen in deze ontwikkeling. Pittsburgh bijvoorbeeld heeft de belastingbetaler een miljoen dollar bespaard door obligaties uit te geven op Internet en daardoor de tussenhandel uit te schakelen. Volgens het blad is de tijd er rijp voor dat grote ondernemingen hetzelfde gaan doen, ook al aarzelen ze nu nog uit angst voor de wraak van de handelaars.

Het weekblad BusinessWeek is

verkrijgbaar in de kiosk.

www.businessweek.com

Barron's

De elektronische boekhandel Amazon.com heeft de beursanalisten voor de zoveelste keer moeten vertellen dat de verliezen zullen stijgen. Het bedrijf geeft als reden daarvoor op dat het de advertentie- en marketingbudgetten wil verdriedubbelen, dat het extra voorraden wil inslaan en dat het meer geld wil uittrekken voor het verzenden van de bestellingen teneinde te garanderen dat deze tijdig, dus voor de kerstdagen, op de plaats van bestemming aankomen.

Met andere woorden, concludeert Barron's, de onderneming heeft geeen idee van wat ze de komende maanden zal omzetten. Een van Amazons grootste fans, Henry Blodget van de investeringsbank Merrill Lynch, heeft zijn verwachtingen bijgesteld en voorziet nu dat het verlies van zijn favoriet voor 1999 zal oplopen van één dollar tot 1,14 dollar per aandeel, en dat het verlies voor 2000 wel kleiner zal worden maar toch groter zal blijven dan hij aanvankelijk verwachtte. Dat betekent dat Amazon, waarin de beleggers 1,2 miljard dollar hebben gestoken, in 1999 een verlies zal lijden van 378 miljoen dollar en in 2000 nog eens een verliespost van 332 miljoen dollar moet incasseren. Dat is samen meer dan 700 miljoen dollar. Vroeger of later zullen de beleggers toch concreet bewijs willen hebben dat het elektronische model van Amazon echt werkt, schrijft het blad. Je kunt nu eenmaal niet voor eeuwig meer geld verliezen dan verdienen.

Het goede nieuws dat Amazon biedt is dat het aantal consumenten volgens verwachting blijft stijgen. Dit kwartaal steeg het aantal klanten met 2,4 miljoen tot 13,1 miljoen. Maar zelfs daar zit een addertje onder het gras, want de inkomsten per klant zijn ook dit kwartaal weer gezakt, van 29 tot 27 dollar. Daar komt bij dat 35 procent van de klanten die voor de eerste keer kopen bij Amazon dat niet voor de tweede keer doet. Daarmee wordt de waarde van de klantcijfers wel erg twijfelachtig.

Het weekblad Barron's is verkrijgbaar in de kiosk.

www.barrons.com

The Economist

Het is waar dat het risico op inflatie in de Verenigde Staten klein blijft zo lang de productiviteit op langere termijn blijft stijgen. En omdat de laatste cijfers uitwijzen dat de productiviteit sneller is gestegen dan verwacht is er reden tot optimisme. Maar inflatie is niet de enige bedreiging voor de huidige Amerikaanse expansie. De Amerikaanse economie wordt serieus bedreigd door drie verschijnselen: een overgewaardeerde aandelenmarkt, het gebrek aan particuliere spaarders, en een alarmerende groei van de schulden. Daar komt bij dat deze ontwikkelingen proporties hebben aangenomen die voorheen ongekend waren en dat ze elkaar versterken. Het particuliere sparen bijvoorbeeld is nog nooit eerder negatief geweest. Dat feit is ook zichtbaar in de groei van het tekort op Amerika's lopende rekening.

Het staat voor The Economist vast dat al deze ontwikkelingen bij elkaar onhoudbaar zijn. Landen als Engeland en Japan hebben in de jaren tachtig immers ook ervaren dat scherpe daling van de particuliere spaartegoeden in combinatie met overgewaardeerde markten leidt tot stagnatie en recessie. Want als de beurskoersen dalen stijgen de spaartegoeden en dalen de bestedingen. De huidige Amerikaanse expansie is vooral onhoudbaar omdat de tekorten in de particuliere sector, zowel bij de bedrijven als in de huishoudens, onrealistisch hoog zijn.

Er zijn diverse scenario's denkbaar voor de nabije toekomst, afhankelijk van de vraag hoe groot de beperking van de uitgaven zal zijn na de val van de dollar en van de aandelenmarkten. Zelfs als de particuliere spaartegoeden terugkeren naar het historische gemiddelde zal de economische groei toch minimaal vijf jaar blijven steken op 0,4 procent per jaar.

Het weekblad The Economist is

verkrijgbaar in de kiosk.

www.economist.com

    • Herman Frijlink