Bach en Webern in vitale uitvoering

Wat hebben Bach en Webern gemeen? Grondigheid, ernst en concentratie, en een hartstochtelijke voorkeur voor de variatievorm. In 1932 verklaarde Webern, die onder meer het zesstemmige Ricercare uit Bachs Das musikalische Opfer orkestreerde: ,,Variaties op een thema - dat is de oervorm, de basis van alles. Iets dat heel anders schijnt, blijkt eigenlijk hetzelfde. Hieruit resulteert de grootst mogelijke samenhang.''

Bachs barokke polyfonie en de geminimaliseerde dodecafonie van Webern, als iemand in staat is de spirituele samenhang tussen beide uitersten te laten horen, dan wel Philippe Herreweghe, zo bleek tijdens de Matinee op de vrije Zaterdag. Herreweghe animeerde het Radio Kamerorkest en het Collegium Vocale Gent tot vitale uitvoeringen van Bachs Mis in A, BWV 234 en Weberns Cantate nr. 2, op. 31, transparant en ingetogen, maar met de felle expressie van met de etsnaald uitgewerkte articulaties.

Beide `missen' wijken af van het katholieke stramien, maar stemmen overeen in hun religieuze geladenheid. In navolging van Goethes `Farbenlehre' geloofde Webern in een immateriële wereld van klank en kleur, waarbij de muziek werd opgevat als `de natuurwet in relatie tot het zintuig van het gehoor'. Ook voor Bach was muziek een soort voertuig voor hogere zaken op kosmisch niveau. Met onorthodoxe intensiteit raakte sopraan Claudia Barainsky de kern in Weberns Cantate nr. 2, terwijl alle vier de solisten zich op organische wijze voegden naar de universele inhoud van Bachs Mis in A. Onweerstaanbaar klonk hier het Quoniam tu solus Sanctus, waarin alt Ingeborg Danz haar wendbare stem als een `magische' derde fluit liet versmelten met de twee solofluiten.

De introverte en kristalheldere uitvoering van Weberns Variaties voor orkest, opus 30 werd voorafgegaan door een eigentijdse variant op het voormalige `lijflied' van Herman Krebbers en Theo Olof, het Concert voor twee violen in d, BWV 1043 van Bach. Violisten Alexander Kerr en Rudolf Koelman, net als Krebbers en Olof tot voor kort gezamenlijk concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest, vertolkten Bach in een eigentijds hoog tempo met een instrumentale knipoog naar de barokpraktijk. Koelman deed met zijn superieure, gepolijste, afstandelijke maar toch gepassioneerde spel wel een beetje aan Krebbers denken, terwijl de virtuoze maar emotionele Kerr hem met Olof-achtige warmte omringde. Jammer dat Koelman ons land alweer heeft verlaten, want de aanstekelijke Bach van Kerr en Koelman smaakte naar méér.

Concert: Radio Kamerorkest, Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe. Programma: werken van Bach en Webern. Gehoord: 6/11 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4 10/11 20.02. Tv-registratie op nader te bepalen datum.

    • Wenneke Savenije