Arrest Hoge Raad: opsporing gaat voor nieuwsgaring

Een inbreuk op het recht van vrije nieuwsgaring kan gerechtvaardigd zijn in het belang van waarheidsvinding in strafzaken. Dit heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld in een uitspraak op twee cassatieberoepen naar aanleiding van twee rellen in Amsterdam.

Op 14 december voerde de politie in de Balistraat charges uit toen jongeren zich verzetten tegen de arrestatie van twee personen. Op 20 december gooiden jongeren bij een demonstratie op het Museumplein stenen naar het Amerikaanse consulaat en de politie.

De televisiezender SBS6 en fotoagentschap Werner maakten opnames van de rellen. Justitie in Amsterdam nam de banden in beslag, omdat het bewijs tegen de daders alleen via de opnames zou kunnen worden geleverd. SBS6 en Werner dienden een bij de rechter een klaagschrift in.

De Amsterdamse rechtbank oordeelde dat justitie de opnames van 20 december mag gebruiken; de opnames van 14 december moesten worden teruggegeven. Volgens de rechtbank waren de rellen van 20 december ,,dermate ernstig'' dat het belang de daders te kunnen opsporen daar zwaarder woog dan het belang van vrije nieuwsgaring. Op 20 december raakte twee agenten gewond.

SBS6, Werner en de Nederlandse Vereniging van Journalisten gingen in cassatie omdat zij van mening zijn dat de vrije nieuwsgaring ook op 20 december zwaarder woog. Justitie ging eveneens in cassatie, en wel tegen de beslissing dat het opsporingsbelang op 14 december níet zwaarder woog.

De Hoge Raad heeft nu het beroep van de journalistiek verworpen. Ofschoon het college erkent dat inbeslagneming van journalistiek materiaal de vrije nieuwsgaring indirect belemmert, omdat demonstranten zich tegen journalisten kunnen keren als zij weten dat justitie hun materiaal in beslag neemt, kan deze inbreuk volgens het arrest ,,worden gerechtvaardigd, in het bijzonder door het belang van de waarheidsvinding in strafzaken''.

In de zaak van 14 december heeft de rechtbank volgens de Hoge Raad de belangen van nieuwsgaring en waarheidsvinding ,,niet goed afgewogen''. De rechtbank vond inbeslagname van de banden in die zaak disproportioneel; de Hoge Raad noemt de motivatie daarvoor ,,onbegrijpelijk'' en verwijst deze zaak terug naar het hof.