Amerika's macht is beperkt

De Verenigde Staten zullen een belangrijke rol blijven spelen in de internationale politiek, alle geluiden over neo-isolationisme ten spijt, meent

Benjamin Schwarz. Het neo-isolationisme benadrukt hoogstens de beperkingen van Amerika's macht op het internationale toneel.

Toen het mondiale kernstopverdrag (CTBT) door de Amerikaanse Senaat was afgestemd, beschuldigde president Clinton zijn Republikeinse tegenstanders van `neo-isolationisme'. Maar juist de Republikeinen zelf maken sinds kort degenen die twijfelen aan de zin van een expansief buitenlands beleid uit voor `isolationistisch'.

De regering-Clinton laat, net als haar voorganger onder George Bush, geen gelegenheid voorbijgaan om tegenstanders van haar buitenlands beleid te brandmerken als (in de woorden van Clintons gewezen Nationale Veiligheidsadviseur Anthony Lake) `neo-nietswetende-isolationisten'. Helaas heeft het gesmijt met het gevreesde I-woord elk redelijk debat over de toekomst van Amerika's buitenlandse beleid gesmoord, en doet het onrecht aan een zienswijze die wordt gehuldigd door een aantal van Amerika's meest wijze denkers en staatslieden.

Het is een wijdverbreide misvatting dat het spraakzame deel van Republikeins rechts, dat het kernstopverdrag en de Verenigde Naties als ernstige bedreigingen van de Amerikaanse soevereiniteit aan de kaak heeft gesteld, isolationistisch zou zijn.

De realiteit is dat zowel Republikeinen als Democraten officieel van mening zijn dat Amerika de internationale politiek moet blijven domineren. Dat getuigt van triomfalisme en vormt, samen met de chauvinistische wijze waarop het de Amerikaanse macht aanprijst, juist het tegendeel van een neo-isolationistische visie.

Het echte neo-isolationisme kenmerkt zich niet door eigenmachtige arrogantie maar door bescheiden terughoudendheid. Clinton, de leiders van de Republikeinen en de mandarijnen van het buitenlandse beleid houden allen staande dat een geëngageerde rol van Amerika in de wereld altijd een leidende rol zal moeten zijn. Neo-isolationisten daarentegen menen dat Amerika een rol in het wereldgebeuren kan spelen zonder het te willen domineren.

Beweert Clinton dat het hoofdpunt van het buitenlands beleid van de VS de bekering van de wereld tot Amerika's economische en politieke stelsel behoort te zijn – neo-isolationisten verzetten zich juist tegen de drang om ons een weg in de wereld te zoeken door haar tot één groot Amerika te maken. Al sinds de Spaans-Amerikaanse oorlog, een eeuw geleden, benadrukken `isolationisten' de grenzen aan de Amerikaanse macht, hoeden zij zich voor een universalistische opvatting van de Amerikaanse veiligheidsbelangen, huldigen zij de overtuiging dat de VS de wereld niet kunnen en niet moeten herscheppen naar hun evenbeeld en waarschuwen zij tegen buitensporige presidentiële bevoegdheden, geheimhouding en bedrog in het buitenlands beleid.

Neo-isolationisme wortelt in een roemrijke traditie waarin niet alleen de inzichten van linkse critici van het buitenlandse beleid zijn opgenomen, maar ook een rode draad van bedachtzaam conservatisme die terugreikt tot John Quincy Adams. Adams maande Amerika ,,niet de wereld in te trekken op zoek naar te verdelgen monsters'', want daardoor zouden ,,de fundamentele stelregels van zijn beleid onmerkbaar verschuiven van vrijheid naar geweld; het zou tot dictator van de wereld kunnen worden, het zou niet langer meester zijn over zijn eigen geest''.

Een andere conservatief, de diplomaat George Kennan, heeft zich al herhaaldelijk op Adams opvattingen beroepen. Kennans oordeel weerspreekt het streven naar `uitbreiding' van democratie en kapitalisme dat wordt bepleit door de leiders van beide grote politieke partijen. Hij dringt er integendeel op aan dat wij voor onszelf doen wat we niet voor de wereld kunnen doen. ,,Ons eigen nationale belang is het enige dat we kunnen kennen en begrijpen; als wij in eigen land fatsoenlijke bedoelingen en voornemens nastreven, niet bezoedeld door arrogantie of vijandigheid jegens anderen of door grootheidswaan, dan kan het behartigen van ons nationale belang slechts bijdragen tot een betere wereld.''

Wanneer Clinton het neo-isolationisme verkettert, verwijst hij soms naar Richard Nixon en betoogt dan: ,,Als wij in eigen land sterk willen zijn en daarbuiten een leidende rol willen vervullen, moeten wij de gevaarlijke en in kracht toenemende verleiding weerstaan ons uitsluitend op de problemen in Amerika zelf te richten.'' De president had zijn land een betere dienst bewezen door zijn vroegere mentor, wijlen senator William Fulbright te volgen die `Amerika's arrogantie van de macht' veroordeelde. Fulbright had weinig op met aanmatigende neigingen de hele wereld te willen bekeren en betoogde daarentegen: ,,Wij hebben de gelegenheid de wereld een voorbeeld te stellen door de wijze waarop we onze eigen samenleving bestieren.''

Amerikanen dienen in het oog te houden dat het verwijt van isolationisme ook is geuit tegen Fulbright, Kennan en anderen die uit patriottisme Amerika's interventie in Vietnam veroordeelden. Tijdens de Vietnamoorlog verklaarde de journalist Walter Lippmann dat Amerika ,,zich moet hoeden voor de theorie dat het een mondiale en universele verplichting heeft, die niet alleen tot telkens nieuwe interventie-oorlogen noopt maar bovendien zijn denken bedwelmt met de illusie dat het als een kruisridder alom gerechtigheid moet brengen.''

Ook hij kreeg van oorlogsgezinde deskundigen op het gebied van het buitenlands beleid het verwijt een neo-isolationist te zijn. Clinton en de huidige makers van het buitenlands beleid zouden zich Lippmanns reactie moeten aantrekken: ,,Neo-isolationisme is het rechtstreekse gevolg van dwaas mondialisme. Vergeleken bij hen die meenden dat zij het heelal konden besturen, of ten minste het aardrijk, ben ik een neo-isolationist en ik ben daar trots op.''

Benjamin Schwarz is redacteur van het Amerikaanse tijdschrift Atlantic Monthly.

©LAT–WP News Service

Amerika is geen kruisridder van de gerechtigheid meer