Zwaarste ronde begonnen in vredesoverleg

Vandaag zijn in Ramallah de onderhandelingen tussen Israel en de Palestijnen over een definitieve vredesregeling begonnen. De partijen hebben zich een jaar de tijd gegeven.

De nieuwe en cruciale ronde in het langdurige Israelisch-Palestijnse vredesproces is vanmorgen in Ramallah begonnen met een botsing over de toepasbaarheid van resolutie 242 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 1967 op de Westelijke Jordaanoever. De Israelische premier, Ehud Barak, heeft deze principiële kwestie aangekaart om met naar zijn oordeel het internationale recht aan zijn kant in de titanenstrijd met de Palestijnse leider Yasser Arafat zoveel mogelijk land in de nog bezette delen van de Westelijke Jordaanoever voor Israel te behouden. Voor Arafat is 242 echter de internationaal erkende blikopener om Israel uit alle sinds 1967 bezette Palestijnse gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem, te werken.

Barak stelt zich het standpunt dat de Westelijke Jordaanoever in 1948 door Jordanië werd bezet maar niet geannexeerd en daarom niet als op een ander land veroverd gebied kan worden beschouwd. En dus is volgens hem 242 niet van toepassing. Wonderlijk is deze Israelische opvatting wel omdat in het akkoord van Oslo van 1993 tussen Israel en de PLO resoluties 242 en 338 (na de oorlog van 1973) in de eerste paragraaf al worden genoemd als de basis waarop een Israelisch-Palestijnse vrede moet rusten.

Omdat het om land gaat dat voor de Palestijnen en Israeliërs van levensbelang wordt geacht, raken de vandaag hervatte onderhandelingen het hart van het Israelisch-Palestijnse conflict. Alle ingrediënten zijn voorhanden om deze ronde tot de moeilijkste en emotioneelste te maken die de partijen hebben gekend. Het vuur slaat onmiddellijk in de pan, omdat de Palestijnen tot hun consternatie constateren dat Barak in een evenwichtsdiplomatie met de kolonisten enerzijds vestigingspunten in bezet gebied door de kolonisten zelf laat ontruimen en anderzijds andere nederzettingen flink laat groeien. Israelische ministers uit de linkervleugel van zijn regering hebben Barak daarover gisteren scherpe vragen gesteld. ,,Deze concessies aan de kolonisten staan haaks op het voornemen van Barak snel tot een definitieve vredesregeling met de Palestijnen te komen'', merkt Ha'aretz vandaag in een hoofdartikel op.

Barak en Arafat kwamen tijdens de recente ceremoniële top in Oslo met de Amerikaanse president Bill Clinton als getuige overeen zich de komende maanden bovenmenselijk te zullen inspannen om de basis te leggen voor een kadervredesovereenkomst. Deze overeenkomst moet tijdens een nieuwe driehoekstop in Camp David begin 2000 het uitgangspunt vormen voor onderhandelingen die eind 2000 tot een definitieve Israelisch-Palestijnse vrede moeten leiden. Gezien de vele vertragingen die het vredesproces al heeft opgelopen, is het een zeer ambitieus programma dat is afgestemd op de aflopende tweede ambtstermijn van president Clinton. Diens prestige als vredespresident bij de Israeliërs en Palestijnen is de enige politieke garantie dat Barak en Arafat zich door de bochten van een vredescompromis zouden kunnen wringen.

Het overleg in Ramallah is een dekmantel voor beslissingen die Barak en Arafat achter de schermen zullen nemen. Beide leiders nemen ogenschijnlijk onverzoenlijke standpunten in over onder andere de territoriale kwestie, het probleem Jeruzalem, water en vluchtelingen. Zal Arafat een Palestijnse ministaat op maximaal 75 procent van de Westelijke Jordaanoever en Gaza aanvaarden in ruil voor territoriale concessies aan Israel zoals David Ben Gurion zich in 1947 neerlegde bij een klein Israel naast een Palestijnse staat in het Britse mandaatgebied over Palestina? Zal Barak een historische vredeskans door zijn vingers laten glippen als Arafat zo'n optie weigert?

Deze vragen liggen sedert vanmorgen duidelijker dan ooit op tafel van de Israelische en Palestijnse onderhandelaars.

    • Salomon Bouman