Van Orissa resteert een zwart, donker gat

Delen van de Indiase deelstaat Orissa zijn onbereikbaar na de cycloon die duizenden mensen het leven kostte. De kritiek op de falende overheid groeit.

Het houten kraampje waarin Bijaya Mohanty jarenlang zijn rook- en pruimtabak verkocht, is in tweeën gehakt door een palmboom. Het is het enige wat er nog staat van de sloppenwijk in Bhubaneswar, de hoofdstad van Orissa. De rest werd weggespoeld of weggeblazen toen de cycloon door de straten van de stad joeg. Van zijn familieleden in Kendrapara, één van de zwaarst getroffen districten vlak achter de kust, heeft hij niets meer gehoord. Waarschijnlijk zijn ze dood, denkt hij. Door het natuurgeweld, door honger of door ziekte. Een groot deel van Kendrapara is door de overstromingen nog steeds onbereikbaar – een gebied waar meer dan een miljoen mensen wonen. ,,Ik moet gaan zoeken, maar het kan niet. Er is alleen maar niets. Geen familie, geen huis, geen werk, geen eten. Happy Diwali'', zegt de 37-jarige Mohanty op zijn gebroken boomstam.

Het belangrijkste hindoefeest van het jaar ging gisteren aan Mohanty en aan miljoenen andere Oriya's voorbij. Waar andere Indiase steden en dorpen tijdens het festival van het licht werden opgefleurd met suikergoed, kaarsen en vuurwerk bleef de hongerende oostkust een zwart, donker gat. De elektriciteit werkt vrijwel nergens meer sinds de zwaarste wervelstorm van de eeuw Orissa veranderde in een slagveld. Het enige licht komt van de massacrematies van anonieme slachtoffers die moeten voorkomen dat epidemieën uitbreken.

Volgens de regering zijn inmiddels 3.400 doden geborgen. Het werkelijke dodental bedraagt misschien wel 20.000, niemand heeft een exact overzicht. Vanuit de lucht heeft het land het meeste weg van een frontlinie waar twee legers elkaar hebben bestookt met artillerie en zware vliegtuigbommen; tussen de heilige badplaats Puri en de havenstad Baleshwar loopt een spoor van ontwortelde bomen, ingestorte woningen, verwoeste of ondergelopen akkers, opgevuld met puin, uit de Golf van Bengalen gewaaide boten en ronddrijvende kadavers.

Op het grootste vliegveld van Orissa vliegen legerhelikopters af en aan. ,,Het is een oorlogssituatie'', zegt een soldaat die bezig is met de voorbereiding van een voedseldropping in het noordoosten van Orissa, waar honderdduizenden mensen nog steeds geen hulpverlener hebben gezien. ,,Omdat we worden overvallen door de slachtoffers in de van de buitenwereld afgesneden dorpen komen de helikopters niet aan de grond'', zegt hij.

Daar, aan de grond, wordt het de komende dagen kritiek, voorspellen hulpverleners die inmiddels uit alle hoeken van de wereld zijn ingevlogen. Hongersnood en epidemieën staan op het punt van uitbreken, waarschuwen zij. ,,De dorpelingen zoeken onder het water naar de wortels van gewassen om ze op te eten'', zegt Bichi Kumar, die uit het kustgebied naar de hoofdstad kwam om eten te halen voor zijn dertien familieleden in een dorpje in het district Jagatsinghpur, waar volgens de regering 250.000 huizen zijn verwoest. Bij een voedseldropping hadden de bewoners vorige week een paar zakken rijst gekregen, maar er was geen brandstof om de rijst te kunnen koken. ,,En door de overstromingen was er geen droge plek te vinden'', zegt Kumar.

Ondertussen zwelt de kritiek aan op de regering van Orissa, die totaal instortte in de nacht van de cycloon. Nadat de laatste telefoonverbinding met de buitenwereld was verbroken, bleef het twee etmalen stil tussen Orissa en de federale regering in New Delhi. In heel Orissa was één satelliettelefoon te vinden, die van de zoon van deelstaatpremier Biju Patnaik. Toen New Delhi de noodoproepen eindelijk binnenkreeg, was de grootste schade al aangericht. Door de overstromingen en de verwoestingen aan de infrastructuur duurde het nog twee dagen voordat de eerste hulptransporten in Orissa aankwamen.

Daags voor de cycloon waren ongeveer 100.000 mensen uit het kustgebied geëvacueerd, van wie er ongeveer 20.000 moesten worden gedwongen met de wapenstok. ,,Dit is geen Florida'', zegt Prasanna Hota, een regeringsfunctionaris. ,,Mensen hebben hier alleen een hutje, een paar pannen en wat pluimvee. Dat laten ze voor geen prijs achter.'' Bovendien was de streek twaalf dagen daarvoor al getroffen door een cycloon van veel mindere omvang. Hoewel ook toen 150 doden vielen, dachten de meeste kustbewoners dat ook deze cycloon wel zou overwaaien. ,,Toen we de waarschuwingen op de radio hoorden, waren we vooral bezorgd over de vissers op zee'', zegt een ambtenaar in Bhubaneswar die anoniem wil blijven. ,,Bovendien had niemand er rekening mee gehouden dat ook Bhubaneswar zo zwaar kon worden getroffen. Als er al een rampenplan was geweest, dan had het weinig geholpen.''

Een andere vraag waarop de autoriteiten nog geen antwoord op hebben gevonden, is waar de bevolking naartoe had gemoeten. De Golf van Bengalen, van Bangladesh tot de Indiase deelstaat Andhra Pradesh, krijgt jaarlijks ongeveer tien cyclonen te verduren. Desondanks heeft Orissa, in het hart van het cycloongebied, maar 21 betonnen-cycloonbunkers, tezamen goed voor de opvang maximaal 40.000 mensen. Vijftien miljoen mensen, ongeveer de helft van de bevolking van Orissa, werden direct of indirect slachtoffer van de cycloon.

Orissa's zuidelijke buurstaat Andhra Pradesh, waar in 1977 10.000 doden vielen tijdens een cycloon, heeft inmiddels meer dan duizend bunkers in de bedreigde kuststrook. Bovendien zijn de kleinste dorpen in het kustgebied voorbereid. Een maand voor de twee cycloonseizoenen, mei en november, houden vrijwilligers in de dorpen oefeningen en zorgen zij ervoor dat de bewoners een voorraad inslaan van voedsel, drinkwater, wat medicijnen en kerosine, waarmee slachtoffers enkele dagen vooruit kunnen. ,,Orissa zal dit rampenplan nu wel overnemen'', zegt Bijay Mohanty op zijn boomstronk. ,,Maar moeten er in elke deelstaat eerst tienduizend doden vallen voordat heel India is voorbereid op een ramp als deze?''

    • Rob Schoof