Van Boeddha tot Jordan

Geen coach heeft mensen en hun drijfveren zo willen doorgronden als Phil Jackson, eens coach van de Chicago Bulls, nu coach van de Los Angeles Lakers. Geen sportcoach heeft zoveel gedaan om eerst zichzelf te leren kennen alvorens hij anderen ging bijstaan in hun streven de beste te worden. Hij zou het rolmodel moeten zijn voor alle coaches en in het bijzonder voor voetbalcoaches die ons irriteren met hun wereldvreemde praat en straatvechtersgedrag.

Zij zouden zich eens moeten verdiepen in de manier waarop Jackson het leven heeft ervaren, sport benadert en mensen motiveert. Sacred Hoops, Spiritual Lessons of a hardwood warrior, een van zijn boeken, zou leerstof moeten zijn op trainerscursussen. De publicatie is niet alleen een handboek, het is ook een beschrijving van Jacksons zelfstudie, van zijn interactie met de mooiste en mogelijk beste sportman van deze eeuw, Michael Jordan.

Jacksons ouders waren beiden predikant. God was overal, zeker wanneer moeder Jackson op het harmonium speelde en vader zijn kinderen uit de Bijbel voorlas. Wanneer de gezinsharmonie werd bedreigd door invloeden van tv, film en rock 'n roll, hoorde Phil God brommen. Wanneer het onweerde in de bergen van Montana, riepen vader en moeder het gezin op tot gebed en gezang. Vandaar ook dat Phil zich ging afvragen waartoe hij op de wereld was.

Hij probeerde het boeddhisme te doorgronden, onderwierp zich aan de Zen-school van Shunzua Suzuki, leerde yoga en allerhande vormen van meditatie, volgde lezingen van Krishnamurti, zonderde zich enige tijd af in de Lama Foundation in New Mexico, luisterde naar de wijsheden van de Lakota Sioux-indianen, rookte marihuana, slikte LSD en vrat als iedere dolende jongeling in de jaren zestig de boeken van Carlos Castaneda en diens lessen van Don Juan over gebruik van pjotl en mescal. Hij studeerde politicologie en rechten. Macht, waarom zijn mensen gefascineerd door macht? Naast zijn leven als profbasketballer van de New York Knicks was hij bezig zichzelf te pijnigen door zoveel mogelijk ervaringen te doorleven. Want alleen wanneer je zintuigen opent en afweermechanismen uitschakelt, vergroot je de kans op inzicht.

Jackson leidde de Chicago Bulls zesmaal naar de wereldtitel, samen met de beste, Jordan, de grootste, Pippen, en de gekste, Rodman. Wie zoveel egocentrie respecteert, is bijzonder. Jackson leerde Jordan dat hij niet zonder een ander kon, hij leerde hem en anderen dat op basis van woede, haat en rancune geen succes wordt behaald. Hij confronteerde spelers met Mahatma Gandhi, met vreedzaam verzet en wederzijds respect. Hij leerde hen mediteren en visualiseren, vertelde hen over de Wizard of Oz, hoe de lamme en de blinde elkaar kunnen helpen. Hij bad met zijn spelers en zei: `Niet de tegenstander maar woede is de grootste vijand.'

Ik heb hem ontmoet. In Chicago, in de kleedkamer van de Bulls, als rustpunt temidden van rappende basketballers. En in Parijs, in het Hard Rock Cafe, genietend van tequila, swingend op de Rolling Stones en glimlachend om de treffende teksten van Lou Reed. Een man om tegenop te kijken, twee meter, maar een man die op zijn hurken gaat om te communiceren.

Vorig jaar stopte Jackson als coach van de Bulls. Hij wilde rust, op zijn motor rijden en ervaren hoe ver de strijd tussen God en samenleving is gevorderd. Nu is hij terug, als steun van presidentskandidaat en zijn oud-medespeler van de Knicks, Bill Bradley. En hij is terug, als coach van de Lakers. Hij wordt weer kampioen, alleen om te tonen dat hij de enige coach is die (sport)mensen doorgrondt.

    • Guus van Holland