Strompelend Ajax weer aan de leiding

Het is niet te geloven, Ajax leidt in de eredivisie. Een ploeg die bijna een elftal spelers op de blessurelijst heeft staan, een ploeg die in eigen stadion wordt weggespeeld door modale Israelische voetballers en zelfs wordt weggehoond door eigen supporters, een ploeg die van achter niet weet dat ze van voren leeft, die ploeg gaat na de 2-1 overwinning op Sparta en de nederlaag van PSV zowaar aan de leiding.

Is het niveau van het Nederlandse voetbal dan zo diep gezonken dat een team dat nog steeds geen team is, dat zoekt en zoekt en nooit de weg vindt, titelkandidaat is? Ja, zo diep is het Nederlandse clubvoetbal gezonken. De negatieve uitslagen van de Nederlandse clubs in de Europese competities waren al veelbetekenend. De manier waarop Ajax voetbalt, met name zoals gisteren op Spangen tegen het enthousiaste maar zwakke Sparta, doet de voetballiefhebber veel pijn. Zo zwak voetballen is bijna vernederend voor de toeschouwers die veel geld hebben neergeteld voor een wedstrijd.

Ajax won met 2-1 van Sparta en had ook met 4-1 kunnen winnen. Maar de ploeg had ook kunnen verliezen. Zo rommelig was de wedstrijd. Op de (te) spaarzame soli van Laudrup na, de 30-jarige Deen die zich in de nadagen van zijn loopbaan in Nederland in een speeltuin waant, de acties van Witschge en de gedrevenheid van Knopper, strompelden de Ajacieden over het veld. Met geluk hielden ze de ijverige Spartanen van meer dan één doelpunt af. Het was gewoon meer geluk dan wijsheid, om bij gesprek aan inspiratie maar een cliché te gebruiken.

Een nederlaag tegen Sparta zou na de nederlaag tegen Hapoel opnieuw een blamage zijn geweest voor de ploeg van trainer Wouters. Want Sparta mag dan wel over een paar leuke (Elkhattabi, Kayis en Marilia) en veel enthousiaste voetballers beschikken, het is natuurlijk wel een team met aanzienlijk minder talent dan Ajax. Het is begrijpelijk dat Wouters zich verontschuldigt, want met bijna een elftal aan geblesseerde verdedigers en een handvol mentaal gekwetste aanvallers valt er weinig te bouwen. Hoe graag hadden hij, zijn technische staf, het bestuur en de supporters niet een elftal zien schitteren met een aanvalstrio als Laudrup, Machlas en Gr⊘nkjaer, met een middenveld van Witschge, Winter en Knopper en een verdediging met bijvoorbeeld Tobiasen, Verlaat, Vierklau, Chivu, Nieuwenburg of Sier. Namen genoeg om een fraai team te vormen. Maar het zit er nog niet in. Het is al heel bijzonder dat Ajax aan kop staat, het is alsof ze bij Ajax water zien branden.

Dankzij doelman Grim, in het begin van de competitie nog verguisd omdat hij niet de klasse heeft van de vertrokken Van der Sar, bleef Ajax in de beginfase van de wedstrijd tegen Sparta overeind. Hij verijdelde kansen op een doelpunt van de snelle Elkhattabi, de lange Langerak en de nog langere Marbus en was de enige Ajacied die rustig bleef in de defensie, waarin noodgewongen de onervaren Kanu en Landzaat als vleugelbacks waren opgesteld. Ajax had in die fase over geluk niet te klagen.

Aanvallend moest bij Ajax het gevaar komen van Laudrup, maar de Deen hield zich te veel op de achtergrond. Laudrup mag dan een excellente solist en technicus zijn, de wedstrijd naar zijn hand zetten kan hij niet – dat heeft hij bij AC Milan, Fiorentina en Glasgow Rangers ook nooit gekund. Machlas was onzichtbaar en Gr⊘nkjaer werd zo stevig aangepakt door de Sparta-verdedigers Marilia en Elzinga dat hij al na een kwartier gefrustreerd een elleboog in het gezicht van Elzinga plantte – zonder dat scheidsrechter Luinge het zag.

Ajax kwam na een half uur op een 1-0 voorsprong. Een vrije trap van de licht geblesseerde, maar toch zeer ijverige Witschge belandde de bal op het hoofd van Verlaat, die vakkundig raak kopte. Of de voorsprong voor Ajax verdiend was? Niemand weet het.

De tweede helft zou zich ontwikkelen als een curieus schouwspel. Toen het licht in het nieuwe Sparta-stadion als gevolg van de invallende duisternis moest worden aangestoken, bleken alleen de lichtmasten op de helft van Ajax te werken.Ruim een half uur stond Sparta-doelman Kooiman in de schemering. Omdat Sparta het meest aanviel was dat niet vervelend voor het publiek. Het deel waar zich het spektakel afspeelde was tenminste verlicht. Soms dook Ajax op in de schemering voor het Sparta-doel. Bij één zo'n aanval trof Gr⊘nkjaer het lichaam van Marilia, waardoor de bal zomaar in het Sparta-doel verdween, 0-2.

Sparta verdiende zeker één doelpunt. En kreeg het ook. Na een pass van Marilia op Langerak schopte doelman Grim zomaar over de bal heen, Langerak leek te gaan scoren, maar trof de hand van Kanu. Kanu kreeg de rode kaart, waarna Elkhattabi de strafschop benutte, 1-2.

Ajax had nog enkele scoringskansen en ook Sparta had met iets meer vernuft een doelpunt kunnen maken. Maar zelfs een doelpuntenfestijn zat er niet in op Spangen. Ajax won, maar verliet allerminst als winnaar de strijd. Winnaars waren er sowieso niet. Voor wie soms tv-beelden ziet van wedstrijden in Italië, Spanje en Engeland (het magistrale doelpunt van Andy Cole gezien?), was Sparta-Ajax een verschrikking.

    • Guus van Holland