Spelers nemen `De kersentuin' over

Aan de uitvoering van Tsjechovs De kersentuin (1904) door Het Nationale Toneel hebben maar liefs drie regisseurs gesleuteld. Johan Doesburg werd ziek, Arda Brokmann zegde af omdat ze de resterende repetitietijd te kort vond; Agaath Witteman kreeg de ondankbare taak om het karwei af te maken.

De Kersentuin is een komedie over de ondergang van een verarmde Russische adelijke familie die hulpeloos toeziet hoe hun landgoed wordt opgekocht door een nouveau riche, zoon van een lijfeigene waar de familie de neus voor ophaalt. Dit thema komt mooi terug in de vormgeving. Net als in oude toneeltijden hebben de spelers scherp aangezette gelaatstrekken, groteske pruiken en fraaie kleding aan. De gezichten zijn lijkwit gepoederd. Dit geeft ze het aanzien van spoken, mensen van vroeger die niet willen inzien dat de tijden zijn veranderd. Dit wordt nog benadrukt doordat ze zijn terechtgekomen in een modern, kaal decor; een leeg toneelhuis met twee beglaasde stellages en metalen tuinmeubilair.

Witteman heeft de korte tijd die ze had, gebruikt om het stuk in grote lijnen neer te zetten. Dat is wel aardig gelukt. De verschillende bedrijven geeft ze, ook in licht en kleding, ieder een eigen kleur mee. Het begint wit en grauw, de familie is een beetje ontredderd en vermoeid; het tweede bedrijf is landerig geel, de familie verpoost zich in het veld; en het derde is rood, de familie viert feest. Daarna keren we terug naar de beige overjassen; de familie vertrekt en is weer terug bij het begin.

Het lijkt alsof Witteman aan het regisseren van haar spelers niet is toegekomen. Deze krijgen hierdoor alle vrijheid om de voorstelling over te nemen. Ze doen wat ze leuk vinden, ze schitteren of falen. Geert de Jong, als landeigenares Ljoebov, zou het stralende middelpunt moeten zijn, maar ze wil maar niet lichtzinnig en warm overkomen. Slechts in de schaarse momenten van verdriet laat De Jong zien wat ze kan. Jong talent Aus Greidanus junior, als de idealistische eeuwige student Petja, krijgt alle ruimte om aanstekelijk uitbundig rond te rennen. Peter Bolhuis als de nouveau riche Lopachin speelt juist heel rustig, voornamelijk mild glimlachend. De dochters spelen nietszeggend vaal, Broer Jérôme Reehuis en buurman Roelant Radier spelen belachelijk overdreven.

Doordat de spelersgroep zo wisselvallig acteert en geen eenheid vormt, is de voorstelling rommelig. Het is als een reeks solo's zonder samenhang. Ook blijft het onduidelijk wat Witteman met deze voorstelling wil vertellen. Gaat het over de oude feodale- en de nieuwe kapitalistische tijd? Het conflict tussen de generaties? Idealisme en pragmatisme? Het zit er allemaal slechts vaagjes in. Dat maakt deze Kersentuin tot een overbodige. Na drie regisseurs is net alsof er helemaal geen regisseur aan te pas is gekomen.

Voorstelling: De kersentuin van Het Nationale Toneel. Tekst: Anton Tsjechov. Regie: Agaath Witteman. Spel: Geert de Jong, Peter Bolhuis e.a. Gezien 5/11 Koninklijke Schouwburg Den Haag. Tournee t/m 12/1. Inl. 0900-3456789.

    • Wilfred Takken