Rotterdam viert feest met schrijvers en tekenaars

Het was dringen in de Rotterdamse bibliotheek waar zaterdag voor de derde keer het Lezersfeest werd gehouden. Net als op het Amsterdamse Boekenbal zijn er schrijvers en kan er gedanst worden. Ruim drieduizend belangstellenden kwamen erop af.

Tot 2001, het jaar waarin Rotterdam zich culturele hoofdstad van Europa mag noemen, wordt daar aan het begin van iedere vergadering van de gemeenteraad door een van de leden een gedicht voorgelezen. Dat vertelde burgemeester Opstelten afgelopen zaterdag bij aanvang van het Lezersfeest in de Rotterdamse bibliotheek. Hij wilde er de stelling mee onderbouwen dat ,,het literaire leven in Rotterdam bloeit als nooit tevoren''. Opstelten herinnerde er verder aan dat Rotterdam met Poetry International een van 's lands bekendste literaire evenementen herbergt.

De belangrijkste reden om de burgemeester gelijk te geven is eigenlijk het lezersfeest zelf. Dat evenement, dit jaar voor de derde maal georganiseerd, trok zaterdagavond ruim drieduizend belangstellenden, beduidend meer dan op een gemiddelde Poetry-avond in de schouwburg.

Het Rotterdamse Lezersfeest heeft twee dingen gemeen met het Amsterdamse Boekenbal: er zijn schrijvers en er kan gedanst worden. De schrijvers kwamen dit keer vooral uit binnen-, maar ook uit het buitenland (Robert Menasse, Esther Freud). Terwijl een kaartje voor het boekenbal schaars dus gewild is, kon een toegangsbewijs voor het Lezersfeest op elke straathoek voor dertig gulden worden gekocht. Veel van de bezoekers hadden zich er niettemin voor verkleed.

Nog een overeenkomst: het was flink dringen in de bibliotheek, hoewel die veel groter is dan de Amsterdamse Stadsschouwburg. En bewegen was noodzakelijk, want het programma was gespreid over vijf podia op drie verdiepingen. Dat maakte keuzes noodzakelijk. Wie bijvoorbeeld Harry Mulisch op de tweede verdieping wilde zien, moest de Generale Bank Literatuurprijs-winnaar Karel Glastra van Loon een verdieping lager laten schieten. De meesten kozen voor Mulisch, die werd geïnterviewd door nieuwslezer Philip Freriks – zelfs de rijen stoelen voor een videoscherm waren bezet, zodat velen het moesten doen met een staanplaats.

Mulisch vertelde waarom hij Jeroen Krabbé de eer gunde om zijn roman De Ontdekking van de Hemel te verfilmen. ,,Er waren meerdere geïnteresseerden. Maar hij was het meest enthousiast. Hij kende het boek uit zijn hoofd; hij kende het beter dan ik.'' Op de vraag van Freriks, of hij niet bang is dat het, gezien de lijvigheid van het boek, vooral een kwestie van schrappen zal worden, antwoordde Mulisch: ,,Het ergste wat zou kunnen gebeuren is dat de film beter is dan het boek. Dat is tenslotte gebeurd met A Clockwork Orange en 2001 van Stanley Kubrick.''

De populariteit van Mulisch was ook een verdieping lager waar te nemen, bij `de klokkenluider van de Rotre Dame'. Die had een grote klok bij zich, waar iedereen een briefje aan kon hangen met zijn telefoonnummer en de titel van een boek dat hij zocht – een literaire variant dus op het prikbord in de supermarkt. Gezocht werden verschillende titels van Mulisch, het verzamelde werk van Plato en De Tour van 1975.

Het lezersfeest was niet een louter literaire aangelegenheid. Het is immers in de mode om de grenzen van de verschillende kunstdisciplines op te zoeken. In het bibliotheektheater toonde het Belgische duo Fin d'Espoir wat er gebeurt als je strip, toneel en film vermengt. Hun tekeningen bestaan slechts uit tekstwolkjes die op een wit doek geprojecteerd worden. De figuren in die tekeningen zijn zijzelf: ze staan voor het doek, met de mond bij de wolkjes, en nemen bij iedere nieuwe `tekening' snel een andere pose aan. Hun verhaaltjes over een gek en een psychiater werden begeleid door pianomuziek, alsof het een zwijgende film was.

Andere tekenaars maakten voor het feest tekeningen bij hun favoriete boeken. Het lievelingsboek van Robert van der Kroft (Sjors en Sjimmie, Claire) bleek een overzicht van de Amerikaanse top 100 van 1955 tot 1993 te zijn. Voor wie het vergeten was, vertelde hij dat Willy Alberti daar ooit in stond, met Marina.

    • Jeroen van der Kris