Massale betoging voor `een vrij Atjeh'

Meer dan een half miljoen mensen zijn vandaag op de been in Banda Atjeh, de hoofdstad van de Indonesische provincie Atjeh, om een referendum te eisen over de toekomst van dit gebied.

Het openbaar bestuur in de provincie dreigt intussen te bezwijken onder de gecombineerde druk van grote volksoplopen en de intimidatiecampagne die gewapende separatisten zijn begonnen in hun strijd voor een onanfhankelijk Atjeh.

Het afgelopen etmaal zijn honderdduizenden Atjehers, voornamelijk mannen, uit alle zeven regentschappen met vrachtwagens, minibusjes, motoren en brommers naar Banda gestroomd.

De politiechef van Atjeh, kolonel Barumsyah, hield het aantal betogers vanmorgen op een half miljoen, maar dat aantal groeide in de loop van de dag verder aan. Dat betekent dat 15 tot 20 procent van de bevolking meedoet aan deze grootste betoging tegen het centrale gezag uit de geschiedenis van Indonesië.

Gesluierde vrouwen en op fluitjes blazende kinderen voegden zich in de vier kilometer lange optocht. In en om de Baiturrahman-moskee, rond het gebouw van het provinciale parlement en langs de oevers van de rivier de Krueng Atjeh eisten zij vandaag een volksraadpleging over de status van Atjeh. Dat voor veel betogers de uitkomst van zo'n peiling al vaststaat, bleek uit de leuzen. Die varieerden van `Referendum!' tot `een vrij Atjeh!' en werden op gezette tijden afgewisseld met een vroom `Allahu Akbar' (God is groot).

Tot het middaguur verliep de massale volksoploop vreedzaam. Militairen en politiemannen waren in geen velden of wegen te bekennen. Enkele honderden betogers maakten van de gelegenheid gebruik om een plaatselijke gevangenis binnen te dringen en alle 117 gedetineerden vrij te laten.

De massabijeenkomst in Banda Atjeh vormt de kroon op de campagne voor een referendum, die begon nadat Jakarta eerder dit jaar had besloten tot een volksraadpleging in Oost-Timor. De afgelopen weken trokken soortgelijke, maar kleinere optochten door de hoofdplaatsen van de zeven regentschappen. De organisatie van de campagne is in handen van een koepel van studentengroepen en andere niet-gouvernementele organisaties, het Informatiecentrum Referendum Atjeh (SIRA). SIRA-voorzitter Muhammad Nazar: ,,Dit is een openbare zitting van ons eigen volkscongres, waarin alle geledingen van de Atjehse samenleving zijn vertegenwoordigd: boeren, studenten, ulama (islamitische schriftgeleerden) en hun leerlingen.'' De Indonesische president Abdurrahman Wahid liet vorige week doorschemeren dat een referendum tot de mogelijkheden behoort, maar hij zei ook ,,niets te willen overhaasten''.

De reeks betogingen van de afgelopen weken gaat vergezeld van een intensieve terreurcampagne door de gewapende Separatistische Beweging Vrij Atjeh (GAM). die richt zich tegen transmigranten uit andere delen van Indonesië en tegen leden van het openbaar bestuur in Atjeh. Vorige week vluchtten 1.300 transmigranten die werden bedreigd door de GAM de grens over met de provincie Noord-Sumatra. Rechters van de arrondissementsrechtbanken in vijf regentschappen zijn in hun huizen met de dood bedreigd door gewapende GAM-strijders en hebben de benen genomen naar elders. Officieren van justitie volgen hun voorbeeld. De gerechtsdienaren zijn ook bang voor represailles door ontsnapte gevangenen. De afgelopen weken zijn gewapende groepen overal in Atjeh gevangenissen en huizen van bewaring binnengedrongen, en hebben zij alle gevangenen vrijgelaten. Mikpunt van de jongste GAM-acties zijn ook andere gezagsdragers van de republiek. Ambtenaren durven niet meer naar hun kantoren en dorpshoofden worden geprest af te treden. Een woordvoerder van de GAM, Teungku Ismail Syahputra, erkende vorige week tegenover een Indonesisch weekblad dat zijn beweging, die ijvert voor een onafhankelijk, islamitisch Atjeh, erop uit is het openbaar bestuur in de provincie volledig te verlammen en Atjeh aldus ,,te bevrijden van het koloniale Javaanse bewind''.

    • Dirk Vlasblom