Krant: Peper met verwijten aan verkeerde adres

De hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, Peter van Dijk, ontkent dat zijn krant oud-burgemeester Peper van Rotterdam heeft beschuldigd van misbruik van gemeenschapsgeld alsmede van fraude. Van Dijk heeft dit aan de raadsman van Peper en diens vrouw, N. Peper-Kroes, laten weten.

Volgens de hoofdredacteur heeft de krant in zijn artikelen zelf ,,geen feiten als vaststaand gepresenteerd'', maar laat zij de beschuldigingen voor rekening van de bronnen die zijn geraadpleegd.

,,De beweringen die in de artikelen worden gedaan zijn afkomstig van een groot aantal bronnen die door de redacteuren van de artikelen zijn geraadpleegd. (...) In geen van de artikelen wordt door het Algemeen Dagblad de conclusie getrokken dat uw cliënten misbruik hebben gemaakt van gemeenschapsgeld. Dat geldt ook voor de kwalificatie van fraude'', aldus de hoofdredacteur van het AD.

In een hoofdartikel gaf de hoofdredacteur vorige week al zijn overwegingen die leidden tot de gewraakte publicaties. Hij bestreed daarin de suggestie als zou het AD het op Peper persoonlijk hebben gemunt. ,,De persoon Peper interesseert ons niet, het is niet aan een krant om een oordeel uit te spreken over verondersteld misbruik van gemeenschapsgeld.''

De krant opende zijn editie van 28 oktober met een artikel onder de kop: `Peper beticht van misbruik'. Het artikel begon met de volgende tekst: `Minister Peper (Binnenlandse Zaken) heeft jarenlang op grote schaal misbruik gemaakt van gemeenschapsgelden en -goederen. Hij deed dat in de 16 jaar dat hij burgemeester was van Rotterdam.' Vervolgens werden deze beweringen toegeschreven aan `voormalige medewerkers' van Peper.

De brief van Van Dijk volgt op een brief van de raadsman van het echtpaar Peper, waarin deze het AD om opheldering vroeg over het artikel. Minister Peper noemt het in een reactie ,,ontluisterend'' dat het AD geen enkele verantwoordelijkheid wil nemen voor zijn eigen publicaties. Deze publicaties leidden eerder tot grote ophef, waarna Peper zich in de Tweede Kamer moest verdedigen.