ING en ABN Amro: praten en loeren

De financiële top van Nederland praat van tijd tot tijd over een laatste superfusie. ING en ABN Amro. Ze loeren, ze draaien, ze wachten en ze zijn achter hun imposante gevels ook een beetje bang.

Zij zijn groot, zij zijn Nederlands en zij zijn gewend geraakt zich aan elkaar te spiegelen. Letterlijk zelfs, met hun schuin tegenover elkaar gebouwde hoofdkantoren aan de Zuid-As van Amsterdam. ING en ABN Amro. Nergens is de financieel-economische macht per vierkante meter Nederlandse aarde zo hoog als daar langs de snelweg.

Dat zij elkaar beloeren en zo nu en dan met elkaar praten vloeit voort uit hun relatie en uit hun positie. En het is ook een natuurlijke reactie op hun angsten.

ING is in 1991 ontstaan uit een fusie van NMB Postbank en verzekeraar Nationale-Nederlanden. ABN Amro was een jaar eerder, de fusie van de twee grootste banken voor het bedrijfsleven, die na lang aarzelen op de Nederlandse thuismarkt net als ING ook een verzekeraar wil zijn.

Dit voorjaar zijn er serieuze gesprekken geweest meldde Het Financieele Dagblad afgelopen zaterdag, maar zij zijn op niets uitgelopen. ABN Amro bestuursvoorzitter J. Kalff, die mei volgend jaar met pensioen gaat, had het initiatief genomen, zijn tegenvoeter bij ING, G. van der Lugt, die een maand na Kalff vertrekt, wees het af.

De afwijzing strookt met de publieke verklaringen die Van der Lugt het afgelopen jaar heeft gegeven. En met zijn aankopen, zoals de Duitse BHF-Bank. De inzet van ING is expansie in Europa (primair als bank) en als verzekeraar (prioriteit nu: de Verenigde Staten). Een Nederlandse fusie brengt die doeleinden niet dichterbij, maar geeft herrie in eigen gelederen (kantoren dicht; banenverlies, altijd een heikel punt voor financiers) en herrie in Brussel (fusiecontrole).

ING en ABN Amro weten ook dat hun toezichthouder, de Nederlandsche Bank, wel geporteerd is voor een Nederlandse kampioen. De status van een controleur wordt internationaal ook en vooral bepaald door de hoeveelheid mondiale guldens, of dollars, of marken waarover zij waakt.

Maar ook marktkrachten stimuleren gesprekken. De financiële wereld is zo'n ongewone bedrijfstak waarin samenwerking (in effectenbeurzen, bij superkredieten aan bedrijven of reddingsacties van het IMF) hand in hand gaat met keiharde concurrentie. Om klanten. Om prestigieuze transacties. Of om het eigen hachje te redden als een grote klant kopje onder gaat en grote verliezen dreigen. De ambivalentie van concurrentie en coöperatie is een raar gezicht en de buitenwereld is bij voorbaat sceptisch.

De toplagen van ING en ABN Amro kennen elkaars winvermogen en elkaars zwakheden. Het zou van falend bestuur getuigen als zij van tijd tot tijd niet zaten te praten. Aftasten wat de concurrent denkt en misschien wel wil is cruciale informatie om het beeld van de hectische omgeving scherp en helder te houden. En het is ook een verzekeringspolis. Als de nood ooit aan de man komt, en het complete Duitse, Franse en Britse bankwezen op een miraculeuze maandagochtend langs nationale lijnen samenklontert, moeten ING en ABN Amro uit lijfsbehoud snel tot zaken kunnen komen.

Gesprekken als deze worden steeds regelmatiger gehouden. Iedereen wil groter worden, vanwege de euro, vanwege investeringen in internet, argumenten genoeg. De dans om de deals waaraan de Europese financiële wereld zich heeft overgegeven heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de topmanagers, maar beangstigt hen eveneens. De meesten zijn niet van die swingers.

De afbreukrisico's van de fusiegolf zijn hun de laatste maanden nog eens ingepeperd. De Britse National Westminster Bank dacht een mooie, maar dure aankoop te doen met een grote lokale verzekeraar, maar de beleggers zagen alleen de hoge prijs, dumpten hun aandelen en drie weken later was National Westminster het mikpunt van een vijandige overname. De bestuursvoorzitter werd rap aan de dijk gezet. Drastisch banenverlies en grote uitverkoop van dochterbedrijven moeten de zelfstandigheid van de bank nu redden.

De scheidslijn tussen succes en horror is banauwend dun geworden.

    • Menno Tamminga