IJsselcup heeft voor Wennemars nog waarde

Erben Wennemars en Marianne Timmer wonnen zaterdagmiddag in Deventer de IJsselcup, de traditionele opening van het schaatsseizoen.

Met gevoel voor historie gleed Erben Wennemars zaterdag in Deventer over het ijs. De IJsselcup winnen, de traditionele openingswedstrijd van het schaatsseizoen in zijn eigen achtertuin, was voor de boerenzoon uit Dalfsen een erezaak. ,,Vroeger ging het puur om de IJsselcup, nu hoor je alleen nog maar praten over reclame op pakken en plaatsen die hier nog te verdienen zijn voor wereldbekerwedstrijden. Ik wil hier gewoon de IJsselcup winnen. Schitterend toch? Alleen maar grote schaatsers hebben de IJsselcup gewonnen'', sprak Wennemars 's middags tussen de twee afstanden door, de 500 en de afsluitende 1.500 meter.

De sprinter uit de SpaarSelectploeg van Peter Mueller herinnert zich nog de eerste van de drie keren dat hij op de IJsselcup aan de start verscheen. ,,Tegen Falko Zandstra op de 500 meter. Toen schrok ik nog van het lawaai langs de ijsbaan.'' Inmiddels is de 24-jarige Wennemars daar aan gewend. Zaterdag zorgde hij op de halfoverdekte baan in regen en wind voor een verrassing: hij onttroonde Ids Postma en won de IJsselcup. Zijn teamgenoot Gianni Romme bemachtigde het resterende startbewijs voor de 1.500 meter bij de wereldbekerwedstrijden van komend weekeinde in Inzell.

Aan de wetenschap dat schaatsers die de IJsselcup winnen vaak de rest van het seizoen niet goed presteren, had Wennemars al vóór zijn zege geen boodschap. Vorig jaar won Postma; de Fries beleefde een van zijn slechtste seizoenen; hij kwam bij de EK ten val en kon daardoor zijn wereldtitel allround niet verdedigen. ,,Maar hij werd bij de WK afstanden toch nog mooi wereldkampioen op de 1.500 meter'', onderstreepte Wennemars. ,,En wie won de IJsselcup in '97: ook Postma, en die werd vervolgens olympisch kampioen.''

Een paar weken geleden zag het er nog somber uit voor Wennemars; bij een trainingsstage in Inzell liep hij een beenblessure op. Niet op het ijs, maar in zijn hotel. Op de trap liet hij een fles jus d'orange uit zijn handen vallen en door glassplinters verwondde de schaatser z'n been. Hechtingen, een antibioticacuur en doktersadvies rust te houden waren het gevolg. ,,Ik moest vijf dagen plat en mocht tien dagen niet schaatsen'', zei Wennemars. ,,Na drie dagen stond ik alweer op het ijs.''

Behalve een enkel worldcup-startbewijs dat er jaarlijks in Deventer te verdienen valt is het vooral de eer die telt bij de IJsselcup; de financiële beloning is met respectievelijk 150, 100 en 50 gulden voor de eerste drie in de eindklassementen marginaal. Leo Visser, oud-schaatser en chef de mission van de olympische ploeg voor de Winterspelen van 2002: ,,Ik heb de IJsselcup wel eens gemist, omdat je je daar bij ons in het gewest Zuid-Holland voor moest kwalificeren. Kernploegleden waren toen niet automatisch geplaatst. In het begin van het seizoen stond ik er nog niet. ,,Nee, de IJsselcup heb ik nooit gewonnen'', zegt de oud-stayer. ,,Of ik hier ooit een afstand won zou ik niet meer weten. Dat geeft ook aan hoe ik de IJsselcup beleefde.''

Een enkele schaatser laat de IJsselcup schieten. Rintje Ritsma laat zich al jaren niet meer in Deventer zien. De wedstrijd past niet in zijn voorbereiding op het seizoen. ,,Vroeger werd je in de ban gedaan als je de IJsselcup niet reed'', zegt topsportcoördinator Ab Krook van de schaatsbond (KNSB).

Aan een tafeltje bij het raam in het restaurant van ijsbaan De Scheg zat zoals elk jaar een handvol mannen en vrouwen, vijftigers en zestigers, zaken te doen: bij de IJsselcup worden elk jaar stapels verkocht van `de schaatsbijbel', dit jaar een 448 pagina's dik boekwerk waarin alle uitslagen uit binnen- en buitenland van het afgelopen seizoen zijn opgenomen, plus records en korte biografieën van de belangrijkste schaatsers, dit jaar voor de 27ste keer, in oplage van 2.500.

,,Donderdagavond hebben we er de laatste hand aan gelegd'', zegt Hedman Bijlsma als een van de zeven makers. ,,Op de IJsselcup willen we er staan, maar vanaf volgend jaar ligt onze deadline een week eerder.'' Vanaf 2000 zal het boekwerk al vanaf de Utrecht City Bokaal verkrijgbaar zijn, de eerste echte schaatswedstrijd van het seizoen, die het echter zonder predikaat van traditionele seizoensopening moet stellen.

,,Verdomme Peter'', verzuchtte in het verleden baandirecteur Dick Schneider tegen zijn collega in Utrecht, ,,had je die City Bokaal niet beter na de IJsselcup kunnen organiseren?'' Behalve de eerste editie in 1963, miste Schneider geen enkele IJsselcup. ,,Vroeger stond hier vooral de eer van de gewesten op het spel, maar dat is langzaam weggeëbd'', zegt de baandirecteur.

Met de verplaatsing van de verkoop van de schaatsbijbel naar Utrecht ziet hij straks weer een stukje van de IJsselcuptraditie uit Deventer verdwijnen.

    • Ward op den Brouw