Helse rust klinkt bij Giya Kantsjeli

Urenlang speelde hij op zijn snaarinstrument steeds weer dezelfde toon. Na zeven maanden waagde zijn vrouw het om met zachte stem op te merken: `Anderen bewegen hun vingers steeds heen en weer.' Waarop de man boos nee schudde: `Je haar is lang, maar je verstand kort. Natuurlijk bewegen de anderen hun vingers heen en weer. Ze zoeken de juiste plaats. Ik heb die gevonden.'

Deze Armeense fabel lijkt geknipt als motto voor zowel de minimal music als de daarvan afgeleide nieuwe spiritualiteit, waaraan Gaudeamus deze week in Amsterdam een festival wijdt. De richting die voorheen meestal De Nieuwe Eenvoud werd genoemd zoekt nu niet alleen naar schoonheid en sensualiteit, maar heeft ook de spiritualiteit hoog in het vaandel staan. Op zijn best resulteert dit in een naar binnen gekeerde spanning zoals bij de late Nono, Feldman en Scelsi. Niet zelden echter is er sprake van een slaapverwekkend gesabbel aan de noten, muziek als een zuurstok met kleppen, als uitrekbare bretels van witte drop (vrij naar Satie).

De belangrijkste exponent van deze stroming is de Est Arvo Pärt (1935), die eerst alle stadia aan experimenten doorliep alvorens op te merken: ,,Ik heb ontdekt dat het genoeg is als er een enkele noot wordt gespeeld.'' De Baltische bard, inmiddels een cultfiguur, mocht natuurlijk niet ontbreken. Op het openingsconcert met het Radio Filharmonisch Orkest als ideaal medium (hier geldt immers een andere terminologie!) vertolkte Leo van Doeselaar sober de naar deemoedige puurheid strevende Pari Intervallo voor orgelsolo (1976). Meerdere Esten volgen het voorbeeld van Pärt. Op uitgesproken persoonlijke wijze doet dat Peteris Vasks (1946), wiens tweede strijkkwartet Sommerweisen donderdag klinkt op het concert van het Duke Quartet in de Kleine Zaal.

Deze krachtige muziek is in staat om je mee te slepen, maar veel van de vervluchtende werken in dit genre zijn gebaat bij een opknapbeurt, zoals vandaag bij het Vlaamse ensemble I Fiamminghi in de Grote zaal met een aanvullende videoprojectie van Bea de Visser. Dit zou je niet moeten proberen met Stockhausen, Berio of Ligeti.

Joep Franssens nieuw Magnificat voor sopraan, koor en orkest is krachtig op een eenzijdige manier. Het wil te veel in continue tutti-blokken overweldigen. Waren er maar meer bescheiden passages als die van passerende engelen in verwerkt. De tekst van Pessoa `Het zonlicht is meer waard dan alle gedachten van filosofen en dichters bij elkaar' is overigens typerend voor het genre, Vasks had het ook kunnen componeren.

Het concert van zondagavond werd besloten met nog een première: Styx voor altviool, koor en orkest van Giya Kantsjeli in de vorm van een requiem voor zowel Alfred Schnittke (1934-1998) als de Armeense componist Avet Terterjan (1929-1994). Woensdagavond is geheel gewijd aan de derde première, het Chrysalid Requiem van rockcomponist Toby Twining (1958), een dodenmis als een goudgekleurde vlinderpop. Met Styx verwijst Kansjeli naar de ijskoude, dodelijke stroom die de Hades afsluit. Hier blinkt geen goud maar heersen zwarte slagschaduwen zoals een Pärt steeds op zoek is naar het witte licht. Het spannendst zijn de stokkende, scheef geplaatste rusten en de plots afbrekende hysterische klankmassa's, beantwoord door Yuri Bashmets angstig piepende altviool. Niet de herhaalde toon is Kansjeli's obsessie, zoals beschreven in de Armeense fabel, maar de onverwachtse helse rust als laatste mogelijke stap. Dáárop had de Armeense vrouw haar man moeten wijzen.

Festival Nieuwe Spirituele Muziek. Werken van Pärt, Kantsjeli e.a. Gehoord: 9/11 Concertgebouw Amsterdam. Radio: 14/11 NCRV Radio 4.

    • Ernst Vermeulen