Goed doel raakt in zwang als alternatief voor erfenis

Het aantal goede doelen-organisaties stijgt spectaculair. ,,Steeds meer mensen zijn tegenwoordig zo vermogend dat ze geen raad weten met hun geld'

Nederland telt steeds meer goede doelen-organisaties. Want Nederland wordt steeds rijker, ondernemingen raken meer betrokken bij de samenleving en burgers nemen vaker het initiatief tot maatschappelijke activiteit in plaats van die aan de overheid over te laten.

De afgelopen paar jaar zijn er in Nederland circa 3.000 goede doelen-organisaties bij gekomen die belastingvrijstelling genieten, zo blijkt uit landelijke gegevens van de belastingdienst in Den Bosch die afgelopen zaterdag bekend werden. Een toename van maar liefst dertig procent. Deze charitatieve, kerkelijke, culturele, wetenschappelijke instellingen komen op basis van artikel 24 lid 4 van de Successiewet (1956) in aanmerking voor belastingvrijstelling omdat ze het `algemeen nut' dienen.

Het gros van de nieuwe goede doelen-instellingen is klein en weinig kapitaalkrachtig. Zoals een vakantiegezelschap dat een stichting begint voor weeskinderen in Rusland. Of een kankerpatiënt die zijn spaarcentjes onder brengt in een stichting ten behoeve van kankeronderzoek.

Er zitten echter ook nieuwe stichtingen tussen met geld, soms veel geld. Stichtingen bijvoorbeeld van rijke particulieren die hun vermogen voor het goede doel nalaten. Stichtingen van ondernemingen die in het kader van de nieuwe trend van `ethisch' of `verantwoord' ondernemen een deel van hun winst of vermogen voor allerlei maatschappelijke doeleinden inzetten.

Belangrijke oorzaak van de groei van het aantal goede doelen-organisaties is `de terugtredende overheid', meent Rien van Gendt, directeur van de Bernard van Leer Foundation, de stichting waarin ondernemer Bernard van Leer vijftig jaar geleden het grootste deel van zijn vermogen naliet ten behoeve van de ontwikkeling van kleine kinderen in (vooral) Derde Wereld-landen.

,,Vroeger betaalde je je maatschappelijke verantwoordelijkheid af door belasting te betalen en ging je ervan uit dat de overheid het vervolgens allemaal regelde'', aldus Van Gendt. ,,Nu groeit het besef dat burgers en bedrijven zèlf een stuk maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen.''

Van Gendt is een zwaargewicht in de wereld van de goede doelen. Zo is hij bestuurslid van de Council of Foundations in de Verenigde Staten, de grootste belangenorganisatie voor vermogensfondsen ter wereld, en is hij bestuurslid van de Europese pendant, het European Foundation Center.

Een mooi voorbeeld van particulier initiatief dat ontstaat bij de terugtredende overheid vindt Van Gendt de stichting Samenspel op Maat in Rotterdam die door de Bernard van Leer Foundation wordt gesubsidieerd. Deze stichting ondersteunt voorschoolse vorming voor allochtone kinderen in achterstandswijken. ,,Onderwijsvoorrangsbeleid, vroeger een overheidstaak, nu een particulier initiatief'', aldus Van Gendt.

De spectaculaire groei komt volgens Van Gendt vooral op het conto van de organisaties die geld werven om vervolgens te besteden aan goede doelen. Maar ook het aantal organisaties dat al bij de start een flink kapitaal te besteden heeft - zoals vermogensfondsen - neemt hand over hand toe, aldus Van Gendt. Niet in de laatste plaats komt dit omdat er een generatie zeer succesvolle rijke ondernemers dezer jaren met pensioen gaat. Deze ondernemers brengen (delen van) hun kapitaal onder in stichtingen voor het goede doel om hun kinderen niet te veel te belasten met een al te grote erfenis, om de maatschappij te dienen, of gewoonweg om hun zuur verdiende geld zo veel mogelijk uit handen van de fiscus te houden.

Good Company, een bureautje dat bedrijven adviseert bij `verantwoord ondernemen', bevestigt dat steeds meer ondernemers geld voor goede doelen opzij leggen. ,,In de laatste twee jaar zien we een grote toename'', zegt Liesbeth Warmenhoven van Good Company. ,,Het is een trend.''

Peter Meyer Swantée is een voorbeeld van een succesvolle ondernemer die zijn vermogen ook voor de samenleving wil inzetten. Hij startte twee jaar geleden, aan het einde van zijn actieve loopbaan, samen de vennoten van het bedrijf Optimix Vermogensbeheer de goede-doelen-stichting Optimix. Vijf procent van de bruto winst van het bedrijf Optimix gaat sinsdien elk jaar naar de Stichting Optimix, die er allerlei projecten mee financiert in de wereld van kunst, sport en wetenschap. ,,We doen dat om ook met de `andere kant' van het geld bezig te zijn'', vertelt Meyer Swantée.

Hun relaties raadt hij aan ook een deel van hun rijkdom aan het goede doel te geven. ,,Steeds meer mensen zijn tegenwoordig zo vermogend dat ze geen raad weten met hun geld – anders dan het na te laten aan hun kinderen.''

Het volledige vermogen nalaten aan het nageslacht demotiveert om verschillende redenen, meent Meyer Swantée. De kinderen zijn er niet altijd gelukkiger door. ,,Als je vele miljoenen aan je kinderen nalaat ontneem je hen de stimulans iets zelf op te bouwen, om carrière te maken.'' En, niet onbelangrijk aldus Meyer Swantée, de fiscus hapt een groot stuk uit het vermogen als je het aan de kinderen geeft in plaats van aan een goed doel.

Het is onbekend hoeveel geld de Nederlandse belasting jaarlijks misloopt door artikel 24 uit de successiewet. In de VS, waar particulier initiatief en de cultuur van foundations en vermogensfondsen veel verder is ontwikkeld dan in Nederland, heeft de fiscus volgens Van Gendt wel enig zicht op het geld dat ze misloopt door goede doelen belastingvrijstelling te geven. Daar maakt de belastindienst kosten/baten analyses. ,,Wat is de netto benefit voor de samenleving van de goede doelen instellingen die belastingvrijstelling hebben?'', aldus Van Gendt. ,,Wat leveren ze de samenleving op?''

De groei van het aantal goede doelen-instellingen brengt een dergelijke kosten/baten analyse in Nederland steeds dichterbij. De belastingdienst toont inmiddels meer belangstelling voor de goede doelen met geld. Om te zien of ze de middelen besteden in lijn met de doelstelling waarvoor ze belastingvrijstelling hebben gekregen. ,,De fiscus houdt ze tegenwoordig steeds vaker tegen het licht'', aldus Van Gendt. ,,Of ze wel hun artikel 24-status waardig zijn.''

    • Geert van Asbeck