Europa moet defensiebeleid gestalte geven

Nederland werkt mee aan een Europees veiligheids- en defensiebeleid. Dit blijkt uit de binnenkort in de Tweede Kamer te behandelen notitie van minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen over internationale afspraken ter versterking van de Europese defensiesamenwerking.

De noodzaak om om te schakelen van de logge, op grootscheepse oorlogvoering ingestelde krijgsmachten naar in crissituaties snel inzetbare militaire eenheden, is onomstreden. Dit is op Europese schaal maar beperkt gebeurd. In de afgelopen jaren gaf de inzet van Amerikaanse strijdkrachten de doorslag in conflicten in de Golf, in Bosnië en onlangs in Kosovo. De Europese bijdrage kwam voor rekening van een beperkt aantal landen en viel in het niet bij het Amerikaanse aandeel. Deze onevenwichtigheid schaadt de samenhang in de NAVO tussen de Verenigde Staten en hun Europese bondgenoten. Een betere lastenverdeling is gewenst om de isolationistische onderstroom in het Congres niet de kans te geven een stempel te drukken op het Amerikaanse buitenlandse beleid. Een Europese `fair share' en Amerikaanse betrokkenheid bij crisissituaties, zoals in Kosovo, waar geen directe Amerikaanse belangen op het spel staan, liggen in elkaars verlengde.

Zo'n grotere Europese defensie-inspanning is geen eenvoudige opgave. Waar in de Verenigde Staten het defensiebudget stijgt, dalen in veel Europese landen zulke uitgaven en is sprake van een versnippering over veel, vaak op zichzelf staande defensieapparaten. Wil Europa de achterstand op de Verenigde Staten enigszins goedmaken, dan moeten de Europese landen hun krijgsmachten op korte termijn meer geschikt maken voor inzet in crisisoperaties. Frankrijk, Groot-Brittannië en ook Nederland hebben gekozen voor zo'n heroriëntatie. Spanje en Italië zijn onlangs begonnen met een herstructurering van hun krijgsmachten. Duitsland is ver achterop geraakt. Slechts vijftien procent van de Duitse strijdkachten is inzetbaar voor vredes- en crisisoperaties.

Ook gezamenlijk moet de vergroting van de operationele capaciteit ter hand worden genomen. Taakverdeling en aanschaf van vliegtuigen en schepen, logistiek, waarneming en commandovoering zullen veel tijd vergen, maar zijn hiervoor onmisbaar.

Om deze initiatieven ter versterking van de Europese defensiesamenwerking te laten slagen is het nodig een duidelijk, concreet doel te kiezen en hiervoor, net als bij de totstandkoming van de Europese Monetaire Unie, harde afspraken te maken over de tijdsfasering. Een visie van minister Van Aartsen op de wijze waarop zo'n Europees veiligheids- en defensiebeleid gestalte moet krijgen ontbreekt. Nederland kiest voor een ambitieniveau dat eruit bestaat om x eenheden, binnen y dagen, voor z maanden in het operatiegebied te brengen. Dat moet nog worden uitgewerkt en zegt dus niet zoveel. Waar de NAVO twee legerkorpsen – ruim honderdduizend militairen – nodig denkt te hebben voor snelle inzet in crisisoperaties, hebben de Britse regering en NAVO-secretaris-generaal Lord Robertson gepleit voor de oprichting van één Europees snel inzetbaar legerkorps. Zo'n eenheid, kleinere onderdelen daarvan en de legerkorpsstaf kunnen zowel in NAVO-verband, als ook voor operaties onder leiding van de Europese Unie worden gebruikt. In beide gevallen onder het commando van de Europese plaatsvervangend commandant van de NAVO-strijdkrachten in Europa. Daar moet het niet bij blijven. Een gezamenlijke lucht- en zeetransportvloot, bundeling van de nu nog gescheiden nationale militaire inlichtingendiensten en verbetering van de inlichtingenvergaring zijn samenwerkingsprojecten die schaarse capaciteiten binnen de NAVO vergroten en die nodig zijn voor de uitvoering van operaties onder leiding van de Europese Unie. Een gemeenschappelijk logistiek commando verdient de voorkeur boven de afzonderlijke logistieke lijnen vanuit verschillende landen naar vaak moeilijk bereikbare operatiegebieden.

Frankrijk en Groot-Brittannië hebben de eerstkomende jaren nodig om hun eigen krijgsmachten verder te herstructureren. De oprichting van de eerste delen van een snel inzetbaar korps, dat gebruik kan maken van het al bestaande, maar in opzet nogal beperkte Eurokorps, zou daarop in 2003 moeten aansluiten. De volledige indienststelling zou in 2006 kunnen plaatshebben. Dit kan samenvallen met de bundeling van de inlichtingenvergaring en -verwerking en het in een gezamenlijk verband onderbrengen van de lucht- en zeetransportmiddelen en logistiek.

Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en Italië hebben de afgelopen tijd voorstellen voor de verwezenlijking van een Europees veiligheids- en defensiebeleid gedaan. Nederland ontbreekt in dit rijtje. Dat komt door verdeeldheid onder de regeringspartijen. Met name de vrees voor nieuwe structuren, die ten koste zouden gaan van de militaire samenwerking in de NAVO, werkt als splijtzwam. De verdeeldheid bemoeilijkt de inzet van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie bij de uitwerking van de reeds gemaakte afspraken in de Europese Unie.

Het Amerikaanse ongenoegen over de geringe output van de Europese bondgenoten tijdens het conflict in Kosovo heeft in alle Europese hoofdsteden tot nadenken gestemd. Het is hoog tijd dat ook in Nederland concrete ideeën ontwikkeld worden voor een Europese capaciteit. Een herhaling van de wanverhouding bij de inzet van Amerikaanse en Europese militaire middelen in dat conflict moet in ieder geval worden voorkomen. Europa zou in de NAVO ook meer dan nu kunnen bijdragen aan de operaties in Bosnië en in Kosovo. Voor beteugeling van conflicten in Europa kan niet altijd en eeuwig gerekend worden op de automatische bijstand van de Verenigde Staten. Ook in dit licht doet Europa er goed aan een binnen, maar ook buiten het bondgenootschappelijke verband in te zetten capaciteit te ontwikkelen. Lukt dat de komende jaren niet, dan blijft van de nu zo veelbelovende aanzetten louter holle retoriek over.

Kees Homan, Bert Kreemers en Dick Zandee zijn verbonden aan het Instituut Clingendael.

    • Dick Zandee
    • Kees Homan
    • Bert Kreemers