Democraten

Omdat D66 een nieuwe voorzitter zoekt, mochten gisteren zes kandidaat-voorzitters met elkaar debatteren in café P96 aan de Prinsengracht in Amsterdam. Iedereen, leden en niet-leden, was welkom, slechts weinigen voelden zich geroepen: hooguit dertig mensen, onder wie nauwelijks vrouwen. Teleurstellend weinig voor een partij die zo verknocht is aan de democratie, maar er zouden grotere teleurstellingen volgen.

D66 wil een open, democratische partij zijn en ieder lid mag zich dan ook kandidaat stellen voor het voorzitterschap. Het hoofdbestuur doet een voordracht, het congres (over twee weken) beslist. Het nadeel van deze procedure is dat hiermee ook de deur wordt opengezet voor politieke zonderlingen aan wie een fors steekje los kan zijn.

Ik wil niet overdreven oneerbiedig zijn, maar soms bekroop me tijdens deze bijeenkomst het gevoel dat ik beland was op de gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis. Er was een verpleger in de persoon van een sympathieke, maar te goedmoedige discussieleider, en er waren twee zeer verwarde patiënten die alleen maar geloei en geraaskal konden produceren. De overige deelnemers – inclusief Gerard Schouw, de favoriet van het hoofdbestuur – zaten er een beetje geslagen bij, als de beduusde familieleden van deze patiënten.

De namen van de patiënten zal ik maar achterwege laten. Sommige patiënten moeten nu eenmaal tegen zichzelf beschermd worden. Ik zal hen hier verder aanduiden als Patiënt I en Patiënt II.

Patiënt I: ,,Het sociaal-liberalisme is een moeilijke materie. Ik heb net een boek gelezen: Castro speaks. Wat dat ermee te maken heeft? Ach, ik bedoel maar, al die materies. D66 moet zich als gevoelspartij ontwikkelen. Als je kunt terugvallen op het gevoel, heb je die hele zware ledenmechanismen niet meer nodig. Wij hebben bij de Haagse Stadspartij nu nog maar twaalf leden en daar hebben wij een heel goed gevoel over.''

Patiënt II: ,,Al die ouwe lijken in de kast van de partij! Als we die schudden, hebben we een fantastische structuur. Dat gezeur over komma's is ons zwakke punt. Het gaat om de belevingswereld van de mens. Daar moeten we onze bestuurlijke belevingswereld niet overheen drukken. Ik ben ervaringsdeskundige! En ons dictatoriale hoofdbestuur is het spiegelbeeld van de overheid.''

Patiënt I: ,,Het gaat vanmiddag meer over materie dan over mensen.''

Patient II: ,,Ik wil ongenuanceerde opvattingen genuanceerd in de maatschappij neerleggen.''

Omdat er geen psychiaters in de zaal waren, werd er niet ingegrepen. Van Mierlo woonde vlakbij, maar had geen praktijk meer.

    • Frits Abrahams