De randen van Kok

HET BESTE DAT gezegd kan worden van het kabinetsplan om gasboringen in de Waddenzee toe te staan, is dat geen enkele betrokken partij tevreden is. Daarmee heeft het kabinet zichzelf in een lastige positie gemanoeuvreerd: de NAM (Shell en Esso), de milieubeweging, de parlementaire oppositie, de regeringsfracties en zelfs een deel van de ministers zijn ongelukkig met het compromis. De vraag die gesteld kan worden is dan ook waarom het kabinet zichzelf deze maatschappelijke en politieke tegenstand op de hals haalt.

Het antwoord is gelegen in 1969. Toen verleende minister De Block (KVP) van Economische Zaken een eeuwigdurende concessie aan de NAM om in het Waddengebied naar aardgas te boren. Het was de begintijd van de gasbeleuforie in Nederland. Later, in 1984, heeft de NAM onder politieke druk een tienjarig moratorium op gaswinning in het Waddengebied aanvaard. Nu eist het consortium dat het mag doen waartoe het zich contractueel gerechtigd acht. Maar de omstandigheden zijn sterk gewijzigd.

Allereerst moet worden vastgesteld dat een eeuwigdurende concessie volstrekt uit de tijd is. Het kabinet dient onverwijld met de NAM te onderhandelen om deze anomalie om te zetten in een contract met een tijdsbeperking. Ten tweede is de milieufactor in de politiek een geduchte rol gaan spelen. Het Waddengebied is het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland en het is als zodanig erkend in de Europese Habitat-richtlijn uit 1992. PvdA-Europarlementariër Max van den Berg voorspelt al dat het kabinetsbesluit op grond van deze Europese regelgeving bij de rechter geen stand zal houden. Bij alle aandacht voor de vogels en zeehonden wordt ondertussen vergeten dat de Wadden met zijn getijden, geulen, zandplaten en eilanden een uniek open water vormen voor watersporters. Deze recreatieve activiteiten zullen de komende jaren alleen maar toenemen en voor lokale inkomsten zorgen.

Het belangrijkste argument tegen gaswinning in de Waddenzee is dat het aardgas niet nodig is. Weliswaar levert het de schatkist (via staatsdeelname aan de Gasunie) en de NAM geld op, maar dat kan in deze tijd van overvloed moeilijk doorslaggevend zijn. De staat kan ook zijn aandeel in de Gasunie privatiseren, bijvoorbeeld verkopen aan Shell en Esso in een ruil voor beëindiging van de eeuwigdurende concessie. Dat levert eveneens geld op. De internationale energiemarkt is vergeven van aardgas uit winbare locaties in landen die van export afhankelijk zijn voor hun economische perspectieven. Het is kortzichtig om niet verder te kijken dan de horizon van de Waddenzee.

PREMIER KOK heeft zich de kunst eigen gemaakt om in afwegingen van economie en milieu de randen van het onmogelijke af te tasten. Zo besloot het eerste kabinet-Kok dat vliegen in de randen van de nacht was toegestaan op het vliegveld bij Maastricht en dat de hogesnelheidstrein langs de rand van het Groene Hart door een tunnel mag rijden. Nu heeft Kok-II vastgesteld dat er vanaf de rand van het Wad schuin naar aardgas mag worden geboord. Het kabinet loopt het risico hiermee zijn hand te overspelen. Zelfs de randen van Kok hebben hun grenzen.