Compromis Waddengas legt controverse bloot 2

Beukema van het Nioz (Nederlands Instituut voor Onderzoek naar de Zee) is beledigd. ,,De integriteit van de onderzoekers wordt hier in het geding gebracht. Héél kwalijk van de Waddenverenging.''

In het dispuut over de gasboringen - schaden zij wel/niet de natuur? - spelen vragen over de onafhankelijkheid van de wetenschap een hoofdrol. De Waddenvereniging is sceptisch over vrijwel iedere academische studie die aangeeft dat de effecten van boringen op de natuur zijn te verwaarlozen. Dat deed de vereniging ook toen de NAM (Nederlandse Aardoliemaatschappij) begin dit jaar een `Integrale Bodemdalingsstudie Waddenzee' publiceerde.

De NAM betrok hierbij enige tientallen academici van alle terzake opererende nationale instituten. De conclusie - dat de effecten van boren op de natuur miniem zijn - was voor de Waddenverenging al op voorhand suspect. ,,Je moet vaststellen dat de NAM een groot aantal deskundigen voor dit rapport heeft betaald'', zegt directeur H. Revier van de vereniging.

Beukema van het Nioz werkte aan de studie mee. Hij nam het onderdeel `bodemdieren' voor zijn rekening: wordt hun bestaan aangetast door een daling? ,,Maakt buitengewoon weinig uit'', zegt hij. Beukema benadrukt dat hij die conclusie in alle onafhankelijkheid trok. Hij is na de bevindingen van hem en zijn mede-deskundigen tot de slotsom gekomen dat de Waddenverenging er naast zit. ,,Die hele bodemdaling is wat betreft de biologische invloeden een spookbeeld.'' Er zijn zelfs positieve effecten te verwachten.

Beukema heeft ook weinig begrip voor het besluit van het kabinet, waarin de boringen worden goedgekeurd mits de NAM aantoont dat ze geen ,,onherstelbare schade'' aan de natuur opleveren. Zo geformuleerd, zegt hij, is dat niet vast te stellen. ,,De natuur is variabel. Er gebeuren altijd overwachte dingen. Dus wat is schade? En wat onherstelbaar?'' De studie van de NAM is wat dat betreft veel reëler, vindt hij. ,,Ik begrijp er ook niets van dat het kabinet dat rapport negeert.''

Directeur Revier van de Waddenvereniging zegt dat zijn twijfels over de academische onafhankelijkheid van de NAM-studie zich vooral richten op het Insitituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN) in Wageningen. ,,Dat is onlangs geprivatiseerd door het ministerie van Landbouw en moet zijn eigen fondsen verdienen met onderzoek voor derden. De NAM is een grote opdrachtgever. Dus IBN zal niet snel met een conclusie komen die tegen de belangen van de NAM ingaat.''

Biologisch onderzoek B. Ens was een van de IBN-onderzoekers die aan de NAM-studie bijdroeg. Hij onderzocht de effecten van een daling op de volgels. Die zijn ,,uiterst klein'', zegt hij. Ens beaamt wel dat er een voorbehoud bij de studie gemaakt kan worden: de gegevens over de bodemdaling die de basis voor zijn conclusies vormden, werden geleverd door de NAM. ,,Dat zijn de specialisten.'' En belanghebbenden. ,,Zeker'', zegt Ens, ,,maar ons onderzoek is begeleid door een commissie van onafhankelijke wetenschappers en dáárna is er nog eens een audit-commissie overheen gegaan. Het is geen geringe studie. Ze heeft mijn blik op de Waddenzee zeer verruimd.''

Ens kan zich niettemin voorstellen dat er vragen bij de studie rijzen. In de begeleidingscommissie zaten geen mensen uit de milieubeweging. Zo'n rapport wordt sterker, zegt hij, als betrokkenen het tijdens het onderzoek een en andermaal onderuit proberen te halen. ,,Dat was beter geweest.''

Ens begrijpt ook de scepsis bij de milieubeweging. ,,Omdat de NAM een grote opdrachtgever is zijn we wel in een moeilijke positie gebracht, ja. Maar ik heb niet het gevoel dat het van invloed was op de conclusies. Al kan je nooit uitsluiten dat het een beetje meespeelt.''

De suggestie van de Waddenvereniging is dat de NAM - om de door het kabinet gevraagde bewijslast te leveren - nu maar in het buitenland bij academici te rade moet gaan.